COLUMN: LEIDEN OF LIJDEN?

Get real time updates directly on you device, subscribe now.

Een goede vriend van mij, je zou zelfs kunnen stellen mijn beste vriend omdat ik hem sinds zijn en mijn geboorte ken, heeft recent mogen ondervinden wat leidinggeven door lijdenden betekend. Leidinggevenden die lijden, hebben een typisch profiel: meestal ergens “geregeld” of door “geregelden” geregeld,  worden niet gehinderd door kennis van hetgeen waar zijn leiding over moeten geven, erkennen dit vaak ook, vinden dat leidinggeven gelijk staat aan managen (leenwoord uit het Engels, dus daar komt de ellende al), weten absoluut niet wat er precies gemanaged moet worden, verlaten zich dan op enkele “getrouwen” die volgens hen wel over de noodzakelijk kennis bezitten, toetsen dit aan de mate waarin deze “getrouwen” hen naar de mond praten, hebben heel vaak de vreemde eigenschap dat zij precies weten hoe het orgaan waar zij leiding aan geven “naar toe moet”, “hoe dit moet gebeuren” en “wie waarvoor nodig is”.

 Leidinggevenden die lijden, hanteren ook de gouden regel in het lijdinggeven: never-nooit-niet goed en aandachtig luisteren naar personeel dat aangetroffen wordt op de plek die geleid gaat worden. Want als dat gedaan wordt, moet er daadwerkelijk gestuurd worden en dat is minder indrukwekkend als leidinggeven. Leidinggeven door zij die lijden is daarom lijdinggeven en personeel ondergaat dit vrijwel altijd lijdzaam. Want waar leidinggevenden die lijden heel erg bedreven in zijn, is het zich ontdoen van personeel dat niet lijdzaam toekijkt maar zich verzet. En daar de meesten in betrekking het niet als prettig ervaren om plotsklaps zonder betaalde arbeid te komen zitten, is het grootste deel van ons mensen vrijwillig lijdend in dit soort van omstandigheden. Mijn beste vriend behoort niet tot dit soort. Broodvrees heeft hij niet want broodbakken is zo moeilijk niet. Dus toen collega nummer 1, die meerdere malen de prijs voor beste docent kreeg, vertikte om zijn lesniveau omlaag te halen omdat de lijding dat nu eenmaal noodzakelijk vond en dus prompt met het vuil op straat werd gezet, zat mijn vriend zijn beurt af te wachten. Eigenlijk best wel lijdzaam stond hij toe te kijken hoe de enige echte vervolgopleiding na het Natin daalde onder het niveau dat dit instituut zelf eens had. En die lijdzaamheid kwam niet zozeer door gebrek aan strijdlust of zo. Ook niet dat hij in stilte toe stond te kijken hoor. Nee, dan die rare vriend van mij. Die spreekt vaak sneller dan zijn hersenen verwerken, dus de nodige “ballonnetjes” werden wel opgelaten. O jawel hoor, genoeg andere collega’s die het ook allemaal maar niets vonden. Maar. Tsja, die maar. Broodvrees, onverschilligheid. Maar vooral egoïsme denk ik wel eens. Want het devies vandaag is “ik doe mijn ding en de rest bekijkt het”. Oftewel: zolang-ik-maar-leef en niet-te-veel-beperkt-wordt-in-mijn-doen-en-laten, dan maakt het mij allemaal niet uit. Dus mijn vriend dacht met weemoed aan de generatie die hem heeft opgevoed en die voor elkaar heeft geleefd. Die generatie die alles wat langzaam aan het verdwijnen is heeft opgebouwd.

Want wat al die ik-doe-mijn-ding mensen vergeten is dat het deel van de koek dat zij zo krampachtig aan het beschermen is, straks ook weg is omdat de hele koek is opgegeten.

Mijn vriend werd dus ook op straat gezet. “Jammer voor de studenten” zegt hij: “maar ja, dat vinden ze zelf waarschijnlijk toch niet. Kunnen ze nog makkelijker door de studie heen”. Is dat erg? Wel nee, leiding kan je immers ook geven zonder kennis van zaken? Wat mijn beste vriend overkwam is niet iets unieks. Het van ergens opgedonderd worden door iemand die zijn eigen falen probeert te verdoezelen door middel van terreur is in onze samenleving meer gewoonte dan uitzondering geworden. Dit opdonderen is niet altijd letterlijk, daar zorgt de arbeidswetgeving wel voor. En soms is iemand zijn rugtouw vrij stevig en wordt hij of zij subtiel aan de kant geschoven of minstens gepoogd om dit te doen. Het uiteindelijke resultaat is dat wij nu bijna overal mensen in de leiding hebben die ons gezamenlijk lijden alleen maar vergroten. Maar omdat de lijdenden vrijwel allen ik-doe-mijn-ding-en-hou-mijn-mond mensen zijn, denken de leidenden dat ze het nog goed doen ook. Zwijgen is immers toestemmen. Volgens mijn vriend is het daarom over en uit in Suriname en heeft hij niet eens de moeite genomen om zijn rugtouw ook maar een klein beetje aan te spannen. Hij doet liever zijn eigen ding en houdt verder zijn mond.

Columnist: Rogier I. Cameron

Comments