ALCOA GAAT VRIJUIT MET ZEGEN VAN BOUTERSE

ALCOA GAAT VRIJUIT MET ZEGEN VAN BOUTERSE

Foto|Viren Ajodhia (ApintieTV fragment)

Discussiëren over de vraag als de Suralco wel of niet vertrek uit Suriname is een gepasseerd station. Het vertrek is niet meer te stuiten. Niet alleen is dat overeengekomen door moedermaatschappij Alco met de regering in een Memorandum of Understanding (MOU) in 2015, maar is aan de Alcoa een dusdanige positie gegeven dat die helemaal vrijuit gaat.

“Het gaat nu om hoe de Suralco het land verlaat”, zegt Viren Ajodhia die samen met de Deryck  Ferrier dinsdagavond een inleiding hield bij Kenniskring. Inleiders en panellid jurist Serena Essed, zijn het er over eens dat de Suralco niets valt te verwijten. Met de recente uitsprak van president Desi Bouterse dat de Suralco geen wanprestatie geeft geleverd in Suriname heeft het staatshoofd niet alleen zijn zegen gegeven, maar de positie van Suriname om te praten over hoe Suralco vertrekt verder afgezwakt.

De realiteit, zowel sociaal maatschappelijk als economisch liggen totaal anders. De inleiders hebben deze realiteit op verschillende manieren belicht. De Stuwdam die volgens de Brokopondo overeenkomst is gebouwd speciaal ten behoeve van de bauxietsector, had volgens dezelfde overeenkomst in 2015 bij het aangekondigd vertrek meteen aan Suriname zijn afgestaan. Dat is niet gebeurd. In de MOU is afgesproken dat, dat pas in 2019 gebeurd. Dan zal de alcoa US$ 200 miljoen extra verdiend hebben met het opwekken van energie die op basis van de kostprijs duur wordt verkocht aan de staat Suriname. “We betalen dus duur voor iets waar wij zelf de eigenaar van zijn”, zegt Adjodhia. Volgens hem is het zo makkelijk als maar kan te begrijpen waarom de Alcoa in de MOU heeft laten opnemen dat vijf jaar na haar vertrek uit Suriname zij studies gaat doen naar de ontwikkeling van de bauxiet sector in Suriname. Volgens Ajodha is er al een studie gedaan en heeft de Alcoa daarmee slechts haar internationale positie verstevigd op basis van positieve cijfers uit eerdere studies.

De Alcoa heeft in de MOU dus de deur dicht gedaan voor Suriname om na het vertrek van de Suralco haar eigen bauxietsector met andere internationale spelers te ontwikkelen.

Vast staat dus dat de bauxietreserves van honderden miljoenen tonnen voor ten minste vijf jaar door de Alco zijn gegijzeld. Ferrier(zie foto onder) die directeur is van het Centrum voor Economisch en Sociaalwetenschappelijk Onderzoek (Ceswo), noemt het onbegrijpelijk dat bij het onderhandelen met de Alcoa, Suriname er niet heeft op gewezen dat de multinational contractbreuk pleegt en dat Suriname, op basis van cijfers en een behoorlijke studie vergoed moet worden voor de economische schade die het vroegtijdig vertrek van de Suralco met zich meebrengt. Overigens is de Brokopondo overeenkomst daar duidelijk in. Een enorme economische schade is dat door het wegvallen van de schepen die aluinaarde exporteren, de vaargeul van de Suriname rivier langzaam maar zeker aan het dichtslibben is. het gevolg is dat de diepte niet meer op peil wordt gehouden, grote vrachtschepenen straks helemaal niet meer de haven van Suriname kunnen aandoen en er kleinere schepen ingezet moeten worden die vele malen duurder zijn.

Volgens Ferrier wordt met het slopen van de raffinaderij bij Paranam de basis weggenomen om de bauxietsector verder te ontwikkelen. Hij wijst er een bauxietreserve aanwezig is van 300 miljoen ton goed voor nog ten minste 40 jaar.

 

Net als Ajodhia vindt hij dat Suriname vijf jaar na het vertrek van de Suralco, Suriname afhankelijk blijft van de Alcoa. Er kan niet onderhandeld worden met andere internationale spelers die er overigens genoeg zijn in de wereld om de bauxiet sector verder te ontwikkelen. Ajodhia concludeert dat naar wat in de MOU is overeengekomen, Suriname ook nog betaald voor het vertrek van de Suralco. Dat komt neer op een bedrag van USD 400 per Surinamer.

Alle kritiek ten spijt, de Suralco doet nu precies wat drie jaar terug in een MOU is afgesproken. Ajodhia zegt dat om de Brokopondo overeenkomst te wijzigen de Nationale Assemblee in feite buiten spel is gezet. Het is een affaire tussen regering Alcoa en de Suralco.  Echter neemt niet weg dat die het controlerend orgaan is voor de regering. Het beste dat zou kunnen gebeuren is dat het parlement een motie van wantrouwen aanneemt tegen de regering om haar te dwingen, zoals de Brokopondo overeenkomst het toestaat de weg van arbitrage op te zoeken. Een mogelijkheid die tijdens de discussie met het publiek, om zeep is geholpen dor niemand anders dan president Bouterse zelf.

UNITEDNEWS