KAN TOERISME ARMOEDE TERUGDRINGEN?

KAN TOERISME ARMOEDE TERUGDRINGEN?

Image|Tourism in developing countries pros and cons

Zou het niet fantastisch zijn als zoiets eenvoudigs en leuks als toerisme mee kan helpen om de armoede in de wereld terug te dringen, schrijft professor Duurzaam Toerisme Susanne Becken. De industrie groeit al met 4 procent per jaar sinds de jaren zestig van de vorige eeuw, maar zo eenvoudig blijkt het niet.

In 2016 gaven meer dan 1,3 miljard internationale toeristen naar schatting 1400 miljard dollar uit -het equivalent van het bruto binnenlands product van een land als Australië. De VN riep dit jaar uit tot het Internationaal Jaar van Duurzaam Toerisme voor Ontwikkeling, en vestigt zo de aandacht op de mogelijkheid van toerisme om armoede terug te dringen. Hoeveel van dat geld vindt zijn weg werkelijk naar ontwikkelings landen?

Duuzaamheidsdashboard

Onderzoekers van de Griffith University en de University of Surrey ontwikkelden een mechanisme om dat te achterhalen. Dit heet het Global Sustainable Tourism Dashboard en erg rooskleurig oogt het resultaat niet. Het dashboard werd in januari gelanceerd om de impact van het toerisme aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties te meten. Het dashboard toont met name dat wereldtoerisme vooral een uitwisseling tussen rijke landen is.

Het systeem kan onder meer nagaan of rijkdom effectief herverdeeld wordt door toerisme door na te gaan hoe geld aankomt in de minst ontwikkelde landen ter wereld, en in kleine eilandstaten. Zo’n 14 procent van de wereldbevolking leeft in die landen, waaronder Vanuatu en de Dominicaanse Republiek. In 2016 zagen die ontwikkelingslanden echter amper 5,6 procent van de uitgaven van het internationale toerisme. En als we Singapore -dat enkel in naam een kleine eilandstaat is– uit de vergelijking halen, dan daalt dat cijfer tot 4,4 procent: nauwelijks 62 miljard van de 1400 miljard die in het hele jaar aan reizen werd gespendeerd.

Het dashboard toont met name dat wereldtoerisme vooral een uitwisseling is tussen rijke landen. De burgers van tien landen, waarvan de meeste in Europa en Noord-Amerika, maken zowat de helft van alle reizen ter wereld. China vervoegde pas in 2000 de top tien.

Lekkage

Hoewel het aandeel van de eilandstaatjes en de minst ontwikkelde landen niet groot is, blijft de instroom van middelen uit het toerisme toch substantieel. Alleen al in 2016 waren de inkomsten goed voor 79 miljard dollar. Dat is vergelijkbaar met het gezamenlijke ontwikkelingsbudget van de VS, Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk.

Geld alleen is echter niet voldoende om armoede terug te dringen. Mocht dat wel het geval zijn, dan zou Thailand, de vierde meest populaire bestemming ter wereld, een rijk land zijn. Het toerisme genereerde er in 2016 eenbedrag van 54 miljard dollar. Of zo’n cash-injectie zich ook vertaalt in ontwikkeling, hangt af van vele, goed bestudeerde factoren. Zo moeten de minst ontwikkelde landen het vaak stellen zonder de cruciale goederen en diensten die het toerisme nodig heeft, zoals luchthavens, hotels, attracties, gidsen en telecommunicatie. Als een toerist alles zelf moet meebrengen, van generatoren tot voedsel, dan komen nog weinig dollars in de lokale economie terecht.

In ontwikkelingslanden kan die lekkage oplopen van 40 procent in India tot 80 procent in Mauritius, schrijft onderzoekster Lea Lange in een onderzoek voor het Duitse Ontwikkelingsagentschap GIZ in 2011.

Een andere probleem met lekkage is dat de investeringen in de toeristische sector vaak buitenlands zijn, en dus de inkomsten ook vaak weer naar het buitenland gaan.

Cruiseschepen zijn daarvoor berucht. De schepen doen voortdurend kleine eilandstaten aan, maar de meeste inkomsten gaan naar het hoofdkwartier van de rederij, meestal in het westen.

Dollars vasthouden

Overheden kunnen de lekkage verminderen door strategisch na te denken, de nadruk te leggen op de ontwikkeling van lokale bedrijven en te investeren in onderwijs en opleiding om werknemers klaar te stomen voor de toeristische sector. Die aanpak heeft gewerkt in Samoa, waar toerisme een van de belangrijkste pijlers van de economie is geworden. De inkomsten uit het toerisme zijn gegroeid van 73 miljoen dollar in 2005 tot 141 miljoen in 2015, goed voor een vijfde van het bbp. Samoa verwelkomt 134.000 bezoekers per jaar.

Met de hulp van donoren, de overheid en lokale werkgroepen verbeterde het land de lokale inkomsten voor de eigen inwoners. Zo werden onder meer de ‘fales’, kleine hutjes op het strand die rugzaktoeristen aantrekken, opnieuw uitgevonden om meer luxe te bieden. Opdat toerismedollars bij de lokale bevolking komen, moeten buitenlandse bedrijven, met name hotelketens, investeren in de lokale gemeenschappen. Van de tweeduizend hotelkamers in Samoa zijn er nu zo’n 340 fales, die uitgebaat worden door lokale gezinnen. De overheid staat ze bij met de ontwikkeling van een bedrijfsplan, marketing en dienstverlening.

Vanaf 2014 was Samoa officieel niet langer een van de minst ontwikkelde landen.

Het Marriott in Port au Prince bijvoorbeeld, kreeg niet alleen veel lof omdat het een hotel opende in het vernielde Haïti in 2015, maar ook omdat het lokale mensen tewerkstelt, ze goed betaalt en inzet op de verdere ontwikkeling van hun loopbaan. Dat blijkt ook een goede strategie voor het hotel, blije werkkrachten lopen niet weg, en het hotel heeft een erg stabiel personeelsbestand.

Toerisme doen werken

Ecuador, Fiji en Zuid-Afrika zijn bij de andere landen die aantonen dat toerisme kan werken voor de lokale ontwikkeling en de strijd tegen armoede. Internationale organisaties zoals de VN kunnen landen ook helpen om bij infrastructuurprojecten ook al rekening te houden met mogelijke toeristische ontwikkelingen op termijn. En tegelijk is een goede relatie met lokale betrokkenen essentieel. Wie een ontwikkelingsland bezoekt, maximaliseert de opbrengsten voor de lokale gemeenschap door te kiezen voor lokaal eten en lokale reisagentschappen. Pas als de toeristische dienst, luxehotels en ecoparken gerund worden door lokale, goed opgeleide medewerkers, kunnen de opbrengsten van het toerisme op een eerlijke manier verdeeld worden. Dan kunnen de kosten voor de lokale gemeenschappen beheerst worden en is een duurzame groei mogelijk.

Ook toeristen zelf spelen een belangrijke rol door ethische keuzes te maken. Wie een ontwikkelingsland bezoekt, kan de opbrengsten voor de lokale gemeenschap maximaliseren door te kiezen voor lokaal eten, lokale reisagentschappen en lokale producten en souvenirs.

Kiezen voor gecertificeerde verantwoorde bedrijven of simpelweg de juiste vragen stellen, kan ook al een belangrijk signaal zijn dat toeristen hun eigen impact belangrijk vinden. Toerisme op zich kan armoede niet de wereld uit helpen. Maar als regeringen, de industrie en de consumenten er aandacht voor hebben, kan het wel een belangrijke kracht voor verandering worden.

Bron|Mondiaal nieuws

lees ook;

BREAKING | SURINAME VERDIENT BIJNA 190 MILJOEN U$D AAN TOERISME