NIET STEMMEN IN 2020  BETEKENT ACCEPTATIE VAN TOENEMENDE ARMOEDE, GEEN GOEDE GEZONDHEIDSZORG EN ONDERWIJS EN LANGZAAM AFGLIJDEN RICHTING VENEZUELA.

NIET STEMMEN IN 2020 BETEKENT ACCEPTATIE VAN TOENEMENDE ARMOEDE, GEEN GOEDE GEZONDHEIDSZORG EN ONDERWIJS EN LANGZAAM AFGLIJDEN RICHTING VENEZUELA.

Foto

De krantenkoppen en tv en radioprogramma’s vliegen je om de oren: ‘Dramatische opkomstpercentages verwacht’ en ‘Slechts 1 op de 5 jongeren geeft aan zeker te gaan stemmen’. Waarom zouden we eigenlijk gaan stemmen? Alle politieke partijen houden ons voor de gek en maken misbruik van onze stem. De apathische houding van het volk is groot, de teleurstelling, argwaan en het achterdocht enorm.

Nu schijnt het Onafhankelijk Kies Bureau te willen sleutelen aan de kiezerslijsten door degene die de afgelopen verkiezingen niet zijn gaan stemmen van de lijst te schrappen. Iets wat tegen de Grondwet indruist, men ontneemt de burger een van zijn grondrechten!

Er zou juist geanalyseerd moeten waarom bij vorige verkiezingen 100.000 burgers hun stem niet uitbrachten. Dat is een derde van het electoraat en bizar veel!

Naast het feit dat er door de regering en het in parlement allerlei beslissingen worden genomen die ook u als burger in uw persoonlijk belangen raken, zijn er ook andere redenen waarom wij allen massaal de komende verkiezingen van mei 2020 naar de stembus moeten gaan.

Enkele statements van burgers die voorstanders zijn van naar de stembus gaan:

  1. “Mensen die thuisblijven zouden zich moeten schamen. Het is je morele plicht om te gaan stemmen.”
  2. “Niet gaan stemmen is eigenlijk een belediging naar degenen die dat recht niet hebben. Net alsof we het niet waarderen dat we in een vrij land wonen.”
  3. “Stemmen is onderdeel van onze burgerparticipatie. Als niemand zou gaan stemmen, belanden we in een dictatuur, is dat wat we willen? Mensen beklagen zich graag over de politiek, maar willen geen actieve bemoeienis. Dat vind ik raar.”

Er is lang gestreden voor stemrecht en sinds 25 november 1975 heeft iedere inwoner boven de 18 jaar in Suriname een stem. Dat is niet altijd zo geweest, in 1937 had maar 2 procent van de Surinamers kiesrecht. De historie laat zien dat velen een lange strijd hebben moeten leveren om het recht uit te oefenen een eigen keuze voor vertegenwoordigers te maken. In Suriname was er eerst capaciteitskiesrecht, waarbij de stemmers een bepaalde opleiding hadden. Er was ook census kiesrecht, waar bij het belasting betalen norm was. Lange tijd was politiek iets enkel en alleen van de elite, de massa van het volk had er geen toegang toe. Pas in 1948 kwam er algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen, dat is dus 70 jaar geleden. Vroeger -de periode 1875 tot ongeveer 1940- hebben vrouwen hard gevochten voor hun stemrecht. In Amerika mochten niet-blanken pas in de jaren zestig stemmen.

Sommige Arabische landen kennen geen kiesrecht en landen als China en Cuba hebben een éénpartijstelsel met stemrecht zonder wezenlijke invloed van de burger in de beleidsformulering en uitvoering. Weliswaar kent Suriname een meerpartijenstelsel, maar de praktijk heeft uitgewezen dat er nu effectief sprake is van een parlementaire dictatuur, in handen van de regeringsleider, dankzij het volgzame en kritiekloze Coalitie in De Nationale Assemblee. Mede dankzij het ontstane disfunctionele parlement keert de burger zich af van de politiek en geeft blijk van moedeloosheid en een apathische houding. We hebben er geen geloof meer in.  Buiten de gangbare media spreekt de burger haar afkeur uit met als algemene gedachte “stemmen heeft geen zin omdat we steeds merken dat de ene boef wordt ingeruild voor een andere boef” en “ze hebben allemaal boter op hun kop”. En toch, ik ben ervan overtuigd dat elke stem telt.

Tabel Verkiezingsuitslag 1987-2015 en voorspelling voor 2020

Opmerking: De voorspelling voor 2020 aan de hand van de IDOS-peiling van december 2017. Dit is een subjectieve voorspelling en vanaf nu tot 2020 kan er nog heel veel veranderen.

  1. Wat we uit de tabel kunnen halen is dat de stijgende lijn van de NDP na de crisis in de jaren 80 en 90 significant in zetelaantal daalt, dus is het redelijk te verwachten dat er in 2020 door de huidige economische malaise weer een groot verlies in zetelaantal optreedt. Dit is in lijn met een algemene wetmatigheid die optreedt wanneer regeringen na een tweede termijn de economie niet hebben verbeterd en vaak een armoedeval van grote groepen veroorzaakt. Tot aan de dag der verkiezingen hullen burgers zich in stilzwijgen, maar in het stemhokje laten ze duidelijk merken waar ze staan en wie geen regeermacht mag verwerven. Of zoals we hier zeggen: “ het volk rekent met je af”.

2.De sterk dalende lijn van Surinames’s oudste partij de NPS, waaruit men kan destilleren dat velen die FRONT stemden, door de jaren heen zijn overgestapt en  hebben gestemd op de NDP.  Rest de vraag of er ooit een analyse gemaakt is van wat Front verkeerd heeft gedaan? Hand in eigen boezem steken of de vinger wijzen? Weliswaar suggestief, maar toch, de Frontregering verwachtte in 2010 herkozen te worden omdat ze toen ongeveer 780 km wegen hadden geasfalteerd. Helaas bleek dat niet tot succes te leiden. Verwachtbaar is dat de verbrede aanleg en verbetering van de Highway de Zittende regering ook geen succes zal opleveren. Ook een onbemand ziekenhuisje te Albina of Houttuin zal geen verkiezingswinst opleveren.

  1. De stabiele lijn van de VHP die meestal tussen de 7 en 9 zetels behaald. En de PL die meestal goed is voor 5 zetels. Dit zijn constanten die door de jaren heen niet stijgen omdat het stemgedrag een etnicsche ondertoon heeft en dat groei waarschijnlijk afwezig is omdat er geen overtuigend nationalistisch beleid wordt gevoerd door die partijen en gebrek aan geloofwaardig leiderschap.
  2. De groeiende en stijgende lijn van de ABOP en dat is ook in lijn met de bevolkingsgroei van de Marrons en dus niet dankzij succesvol politiek beleid of dienend leiderschap.
  3. En de neergang van KTPI, SPA, DA91, DOE en overige kleine partijen, vanwege diverse uiteenlopende redenen onderweg ten gevolge van samenwerking met de huidige regeringsleider en gebrek aan daadkrachtig en standvastig leiderschap.

Sinds 1987 laten steeds meer kiezers zich leiden door hun voorkeur voor een bepaalde regeringscoalitie. Het is algemeen bekend dat in landen als Groot-Brittannië sympathisanten van kleine partijen niet op ze stemmen, omdat door het kiesstelsel ze geen kans maken op een zetel. Wie op de kandidaat van een kleine partij stemt, gooit zijn stem weg, is de algemene opvatting. Maar stemverlies bestaat niet. En hoe ga je ooit een niewe uitdaging aan terwijl je met dezelfde mand met appels hebt waar rotte tussen zitten? Hier komt dat stukje eigen verantwoordelijkheid van de kiezer om de hoek.

Willen we iets nieuws dan moeten we anders kiezen. En wereldwijd blijkt dat in de afgelopen drie jaren dat nieuwe, kleine, partijen of een veelal jongere politieke leider verkiezingswinsten boekten: Frankrijk, Nederland (Baudet), Hongarije, Nieuw Zeeland, Oostenrijk en Italië.

De tijd dat kiezers hun loyaliteit ten opzichte van een bepaalde politieke partij tot uitdrukking brachten, is duidelijk voorbij. Een bekend fenomeen was dat kinderen vaak op de partij stemden die de voorkeur hadden van hun ouders. Steeds meer kiezers kijken naar het effect van hun stem op de vorming van een nieuw sterke regering, of een krachtige regeringsleider.

Als niet vooraf duidelijk is welke partij de grootste zal worden, dan worden de verkiezingen beleefd als een nek-aan-nek race en dit zal in 2020 in Suriname het geval zijn. Strategische stemmers beslissen dan de verkiezingen. Vaak komt een strategische stem voor in landen met een parlementair regeringssysteem waar na de verkiezingen een regering wordt gevormd. Karlheinz Reif maakt een onderscheid tussen het oprecht stemmen en het strategisch stemmen (‘voting with the heart’ en ‘voting with the head’). Bij de oprechte stem kies je de partij waar je op wilt stemmen omdat je daar het meeste affiniteit mee hebt, bij de strategische stem wijk je hier vanaf. Voor de strategische keuze zijn diverse redenen, zoals angst dat de voorkeurspartij niet genoeg zetels zal behalen om invloed in het politiek spectrum te krijgen.

Toch is er zeker perspectief voor opkomende kleine partijen en dat zien we wereldwijd zoals eerder gemeld in o.a. Frankrijk met Macron is gebeurd, of Oostenrijk en Italië. “Ze moeten zorgen dat ze gezien gaan worden als belangrijke regeringsleider. Vernieuwend, Ruimdenkend, Onbevreesd, Vastberaden, Standvastig, Daadkracht, Integer, Transparant, en de verplichting aan gaan om de wil van het volk en het algemeen belang van de staat  Suriname  te willen gaan dienen. Kiezers moeten de indruk krijgen dat deze partijen of hun politieke leider bij de regeringsvorming er toe gaan doen.” Dit doet STREI! door te werken aan een verkiezingsprogram en een concreet uitgewerkt 7-punten Beleidsplan. Door oplossingsmodellen aan te bieden voor bestaande kwesties van de burgerij toont men aan de deskundigheid en visie in huis te hebben om deel uit te kunnen maken van een regeringscoalitie., door het publiceren van jaarrapporten toont zij transparantie, door het strafrechtelijk vervolgen van politieke ambtsdragers toont zij daadkracht en onbevreesdheid. Door het op te nemen tegen de gevestigde orde en het hol van de leeuwen binnen te treden toont zij vastberadenheid.

Als er een pool is van ± 80.000 Surinamers die bij de vorige verkiezingen niet zijn gaan stemmen omdat ze het niet zagen zitten, dan is dat een groot deel van de bevolking die moet worden overgehaald om wel te gaan stemmen. Is dit misschien de reden waarom het OKB deze burgers uit het kiezersbestand wil verwijderen? Daarnaast komen er in 2020 ongeveer 50.000 nieuwe stemgerechtigden bij, dus is de pool onder de Surinaamse jongeren enorm. En laat dat nou net de groep zijn die het hardst door deze economische situatie benadeeld word. Laten we ons weer misleiden of slaan we een nieuwe weg in? Op wie stemt u?

Persbericht|Maisha E. Neus Voorzitter STREI!