Volg 45 jaar lang duizenden zeer intelligente kinderen, en je weet een en ander over hoe hoogbegaafden zich ontwikkelen. Eén van de belangrijkste lessen: zelfs kinderen met een zeer hoog IQ hebben leraren nodig om hun volledige potentieel te halen.

Sinds de Study of Mathematically Precocious Youth (of simpel SMPY) begon in 1971 heeft dit onderzoek 5.000 van de slimste kinderen in de VS gevolgd. De top 1 procent, 0.1 procent en zelfs 0.01 procent van alle leerlingen. Het is de langstlopende studie naar hoogintelligente kinderen.

Dit ontdekten de onderzoekers:


De top 1%, 0.1%, en 0.01% kinderen leidt een exceptioneel leven.

Foto: Phalinn Ooi/Flickr

SMPY (spreekt uit als simpy) testte in eerste instantie de intelligentie van kinderen via SAT, het Amerikaanse toelatingsexamen voor de universiteit, en andere IQ-tests. De onderzoekers keken later ook naar andere factoren, zoals de uiteindelijke carrière latere in het leven.

Ze kwamen erachter dat het gros van de hoogbegaafde kinderen uiteindelijk promoveerde op de universiteit, en ze veel meer diploma’s behaalden dan minder ontwikkelde kinderen. De meeste behoren tot de top 5 procent van mensen met de hoogste inkomens.

“Of we het nu leuk vinden of niet, deze mensen bepalen echt onze maatschappij”, zei Jonathan Wai, psycholoog, tegen Nature.


Geniale kinderen krijgen niet genoeg aandacht.

Foto: Flickr Creative Commons

Het probleem is dat geniale kinderen vaak maar weinig aandacht krijgen van hun leraren. Zij zien minder potentieel in slimme leerlingen of denken dat ze hun potentieel al bereikt hebben.

Toen SMPY-onderzoekers keken naar hoeveel tijd docenten spenderen aan deze kinderen, kwamen ze erachter dat het grootste deel van de tijd wordt besteed aan het helpen van slecht presterende kinderen. In de hoop ze naar het gemiddelde te trekken.

SPMY raadt leraren aan om niet op een one-size-fits-all manier te doceren. Focus op liever op dat de kinderen zo goed mogelijk hun best doen.


Een klas overslaan helpt.

Foto: Flickr Photography by Shaeree

Om kinderen te helpen hun potentieel te bereiken, is het goed als leraren en ouders nadenken over eventueel een klas overslaan. Dat tipt SMPY.

De onderzoekers vergeleken een controlegroep van hoogbegaafde kinderen die wél en niet een klas oversloegen. De groep die dat wél deed, had 60 procent vaker een doctoraat en was twee keer zo vaak hoogleraar in een bètawetenschap.


Intelligentie is erg gevarieerd.

Foto: Thomson Reuters

Dat je slim bent, wil niet zeggen dat je goed bent in feiten onthouden of namen en data opdreunen. SMPY kwam er keer op keer achter dat sommige slimme kinderen de mogelijkheid bezitten om ruimtelijk te redeneren.

Deze kinderen hebben een talent voor het visualiseren van systemen, zoals de menselijke bloedsomloop of de anatomie van een Honda. In 2013 bleek uit  aanvullend onderzoek dat er een sterk verband is tussen het vermogen om ruimtelijk te redeneren en het aantal gepubliceerde octrooien en door vakgenoten getoetste artikelen.


Gestandaardiseerde tests zijn niet altijd tijdverspilling.

Foto: albertogp123 on Flickr

Gestandaardiseerde tests, zoals in Nederland de CITO, kunnen niet alles meten wat docenten en ouders over een kind willen weten.

Maar SMPY data suggereert dat dit soort gestandaardiseerde tests wel wat over intelligentie zeggen.

Camilla Benbow, één van de onderzoekers die zich op dit moment bezighoudt met SMPY, zegt dat je dit soort tests het beste kunt gebruiken om erachter te komen waar kinderen goed in zijn. Op deze manier kunnen leraren zich op bepaalde gedeeltes focussen.


Vroege cognitieve vaardigheden zijn van grote invloed.

Foto: flickr/Paul Inkles

Psycholoog Carol Dweck kwam erachter dat succesvolle mensen vasthouden aan iets genaamd “growth mindset”, in plaats van een “fixed mindset”. Ze beschouwen zichzelf als vloeibaar, veranderende wezens die zich kunnen aanpassen en groeien. Ze zijn niet statisch.

SMPY sluit zich daarbij aan, maar kwam er ook achter dat de eerste tekenen van cognitieve vermogens bij kinderen een goede indicator is van hoe ze later in het leven presteren. Ongeacht wat ze in de tussentijd wel of niet doen.

Met zo’n toekomst voor de boeg, is het aan de ouders en leraren om de vaardigheden zo vroeg mogelijk te herkennen en deze zoveel mogelijk te koesteren.

Bron| Chris Weller