40 JAAR STAATKUNDIGE ONAFHANKELIJKHEID
Na 300 jaar Nederlandse heerschappij, verkregen we op 25 november 1975 onze staatskundige onafhankelijkheid. De vraag stellen of we er al dan niet goed aan gedaan hebben onafhankelijk te worden, heeft mijn inziens 40 jaar na dato niet veel zin. Interessanter is uiteraard de vraag hoe deze 40 jaren ons zijn vergaan als jonge natie, waar we nu staan en hoe onze toekomst eruit moet gaan zien.
Ik was in 1975 een jongetje van amper 4 jaar en had geen besef van wat er gaande was. Wel vond ik het heel spannend wat er om mij heen gebeurde. De opwinding bij mijn ouders was duidelijk merkbaar en navraag bij hen, leerde mij later dat ze inderdaad blij waren met deze dag.
Ze behoorden tot de groep jonge nationalisten die niet vertrokken met de “Bijlmer express” maar in volle overtuiging hun “zwart boekje” omwisselden voor “het blauwe”.
Mijn eerste echte herinnering die ik heb aan het bestuur van ons land, is die van 25 februari 1980. Ik was toen inmiddels 9 jaar, en zal de kanonschoten nooit vergeten. Ze bulderden door Paramaribo en het boezemde mij een angst in, die ik mij nog steeds heel goed kan herinneren. Het optimisme bij mijn ouders over hun toekomst nam duidelijk af, in tegensteling tot de velen die de staatsgreep omdoopten tot revolutie.
8 december 1982 was toch wel het keerpunt voor de meeste Surinamers. Ook voor mij is het de meest donkere dag in mijn leven geweest. Wij verloren een goede vriend van mijn ouders waar we als kind vaak thuis speelden. Hij werd bruut uit ons midden gerukt. Maar meer nog verloren we het gevoel van veiligheid. De mensen die ons als leiders moesten beschermen waren plotseling de mensen geworden waar we voor moesten vrezen. Ik merk dat ik dit trauma tot heden nog in mij draag als een grote gapende wond en ik kan nog steeds erg emotioneel worden als mij in een discussie het bekende “ het was wij of zij” verhaal wordt voorgehouden.
Ik denk dat deze dag de Surinaamse samenleving ernstig gepolariseerd en getraumatiseerd heeft en dat dit trauma nu zoveel jaren later nog steeds niet goed verwerkt is. Het rust als een smet op onze samenleving. De verdeeldheid die toen gecreëerd is heeft onze verdere ontwikkeling dan ook steeds in de weg gestaan en ik geloof oprecht dat we als land veel verder zouden zijn, als 8 december niet had bestaan, dan wel voor alle betrokken partijen naar meer tevredenheid was afgesloten.
Het herdemorcratiseringsproces dat de jaren daarna volgde en volgens politiek-etnische lijnen verliep heeft ook niet voldoende bijgedragen aan onze “nation building”. Gelukkig zien we tegenwoordig binnen alle politieke organisaties grote sprongen vooruit en lijkt de etnische politiek voorgoed van het toneel te gaan verdwijnen. Toch wel een positieve noot bij 40 jaar srefidensi
Wij hebben als jonge natie veel meegemaakt en zijn er ondanks de vele rijkdommen en de relatief kleine bevolking, na 40 jaar nog steeds niet in geslaagd ons land echt onafhankelijk te maken. Onafhankelijk van donoren, van giften van bevriende naties, van multinationals die ons voor een habbekras zover krijgen dat we onze nationale rijkdommen aan hen afstaan.
Als ik nu kijk naar de problemen waar we voor staan, denk ik dat de enige oplossing ligt in jong en vernieuwd leiderschap. Leiderschap van een generatie die samen verder wil. De mensen die 40 jaar lang met gebalde vuisten tegenover elkaar gestaan hebben, moeten nu echt plaats maken voor de jongeren die het moeten overnemen. Een generatie die nog het vermogen heeft voorbij de horizon van 1980 en 1982 te kijken. Wij moeten deze plekken opeisen, want na 40 jaar komen ze ons echt wel toe.
En met het oog op de zoveelste financiële crisis waarin ons land aan de vooravond van 40 jaar srefidensi gedompeld is, wordt het echt tijd dat we het anders gaan doen in dit land. Suriname snakt naar vernieuwing, verbetering en naar waarachtige onafhankelijkheid!!
Wang switi srefidensi
SANDRO ALBERGA