420.000 MENSEN STERVEN JAARLIJKS AAN BESMET VOEDSEL
De voedsel en landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties (VN) meldt vandaag dat van de 700 miljoen mensen die jaarlijks ziek worden door besmet voedsel 420.000 sterven.
Van de wereldpopulatie raakt één op de tien ziek, na te zijn besmet, aangetast of te zijn vervuilt. De beschikbaarheid van voeding en de voedselveiligheid staan onder druk door ziektes, plagen en besmettingshaarden. Dit is het geval in huishoudens, in zoet- en zee water, in de open lucht in het midden van dichtbegroeide bossen, op boerderijen en in fabrieken.
De bedreiging komt in de vorm van ziekten of insectenplagen en ze reizen sneller en over langere afstanden. Kordaat reageren, wordt moeilijker en de voedselzekerheid, en daarmee ook de overlevingskansen en de gezondheid van mensen, staan onder druk. Volgens de FAO heeft meer dan 70 procent van de nieuwe aandoeningen die mensen treffen een dierlijke oorsprong. “Ze hebben het potentieel om grote publieke gezondheidsrisico’s te worden”, luidt het waarschuwend geluid van de FAO. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voegt daaraan toe dat de grote meerderheid van de mensen ooit met een voedselcrisis te maken zal krijgen. Het is dan ook belangrijker dat voedsel niet besmet raakt met potentieel gevaarlijke bacteriën, parasieten, virussen, gifstoffen of chemicaliën”, zegt de WHO.
Volgens de FAO schuilt het gevaar ook in het feit dat steeds meer mensen, maar ook planten en dieren tegenwoordig internationaal reizen, en samen met hen de ziekten waarmee ze besmet zijn.
“Ziektes van planten en bomen, virussen die van dieren op mensen overgaan, verontreinigende stoffen die water en bodems aantasten, klimaatpatronen die onderhevig zijn aan drastische veranderingen, de bedreiging van onze voedselketen kent geen grenzen”, waarschuwt de organisatie. Daarnaast is ook eenvoudigweg de schaarste van voedsel een bedreiging voor veel mensen: volgens de FAO gaat jaarlijks een derde van de oogst wereldwijd verloren door insectenplagen of ziekte, zaken die zich verspreiden over de grenzen van landen en continenten heen.
De FAO somt een aantal redenen op voor deze trend. Zo wijzen ze onder meer naar de toegenomen invloed van verschillende vormen van intensieve landbouw, overbegrazing en de klimaatverandering. Conflicten, burgeropstanden en de geglobaliseerde handel kunnen ertoe leiden dat deze bedreigingen overslaan naar andere landen. Voedsel kan besmet geraken in de fase van de verwerking of de fase net voor het naar de markt gaat, behandelingen die vaak in aparte landen gebeuren. Dat maakt het vaak moeilijker om de besmettingshaard te achterhalen.
Nieuwe technologie blijkt voor sommige landen alvast een hulp. In Mali, Oeganda en Tanzania gebruiken veehouders EMA-i, een app op hun smartphone waarmee ze snel informatie over ziektes van hun dieren kunnen ingeven en verzamelen. De data worden in real time verzonden naar een globaal informatiesysteem van de FAO (EMPRES-i) waar de informatie op nationaal, regionaal en globaal niveau wordt verwerkt. In Oeganda leidde dit controlesysteem ten opzichte van de afgelopen jaren, tot een verdubbeling van het aantal gerapporteerde ziektes bij dieren. Boeren konden hierdoor sneller gewaarschuwd worden over bepaalde problemen en indien nodig maatregelen treffen. Soortgelijke mobiele hulpmiddelen werden ook ontwikkeld om een vroegtijdige opsporing van graanroest mogelijk te maken, een schimmelziekte die gezonde graanoogsten in recordtijd kan vernietigen.
Woestijnsprinkhanen, de meest vernielzuchtige soort waar de landbouwer mee te maken kan krijgen, hebben de landbouw in Afrika en Azië al vaak bedreigd. Een zwerm van 40 miljoen sprinkhanen kan dezelfde hoeveelheid voedsel verorberen als 35.000 mensen. Dankzij het eLocust3-controlesysteem worden problemen met sprinkhanen streng opgevolgd in negentien landen waar deze plaag zich vaak voordoet.
UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN