KOMT HET DIASPORABELEID NOG VAN DE GROND?
Auteur: Armand Snijders. | Beeld compilatie: Diaspora trekkers John Brewster en Robby Makka
De diaspora hebben het vooral laten afweten in de afgelopen drie jaar. Desondanks heeft president Chandrikapersad Santokhi er nog steeds vertrouwen in dat ze de honderden miljoenen euro’s zullen investeren die hij de kiezers in zijn campagne voor 2020 had beloofd. Het is ijdele hoop want het diasporabeleid is een zachte dood aan het sterven.
De diasporamensen uit vooral Nederland zouden als Santokhi in 2020 zou worden gekozen elkaar verdringen aan de grens om hun miljoenen in projecten te stoppen om Suriname tot ontwikkeling te brengen. Althans, dat wilde de VHP-voorman iedereen doen geloven. Hij baseerde zijn uitspraken op gesprekken die hij in Nederland had gevoerd met succesvolle ondernemers met Surinaamse roots.
Wie die ondernemers waren en in wat ze zouden investeren en waarin, vertelde hij echter niet. Maar de Surinaamse kiezers, die de regering van Desi Bouterse helemaal zat waren, geloofden Santokhi, die beloofde het land binnen mum van tijd uit het slop te trekken. Uiteindelijk klopte geen van de diasporamensen die aan de grens zouden staan, daadwerkelijk op de deur en ze hebben geen cent geïnvesteerd.
En dat terwijl Santokhi na zijn aantreden in zijn enthousiasme wel een lid van de diaspora, Rajendre Khargi, tot ambassadeur in Nederland bombardeerde om de Surinaamse gemeenschap daar te behagen. En hij riep zowel aan de Noordzee als Suriname diaspora-instituten in het leven. Die moesten de diasporagemeenschap dat extra zetje geven om in Suriname te investeren.
Zo werden het Diaspora Instituut Suriname (DIS) en Diaspora Instituut Nederland (DIN) uit de grond gestampt en kwamen er in Nederland een heus Diasporafonds en dito Diasporabank, waarmee ‘een nieuwe stap gezet richting een op fundamenten gestoelde economische relatie met de diaspora’, zo luidde de motivatie. Twee jaar geleden werd eveneens de commissie Diasporakapitaal onder leiding van de huidig onderwijsminister Henri Ori opgezet. Hoeveel kapitaal deze commissie heeft gehad, is onbekend.

Het heeft tot nu toe niet mogen baten: het aantrekken van diasporamensen en hun kapitaal bleek een moeizamer proces dan werd gedacht. Bovenal ontbrak een duidelijk diasporabeleid, waarin was vastgelegd hoe de zaken moesten worden aangepakt.
Dat was de reden dat het bestuur van het DIN onder leiding van de befaamde oud-politica Kathleen Ferrier, na in 2021 met veel bombarie door Santokhi was benoemd, om er de brui aan te geven.
Ze hield zich op de vlakte over de reden van die stap (“om ruimte te maken voor herbezinning”, zei ze onder meer), maar in de wandelgangen liet ze wel haar ongenoegen blijken over de weinig efficiënte werkwijze van de regering. En daar had ze met haar Hollandse no nonsense-aanpak absoluut geen zin in. Het DIN werd door Santokhi nog wel gereanimeerd en moest -nu onder leiding van John Brewster- de boel vlot trekken en de diaspora in Nederland over de streep zien te trekken om hun zuurverdiende geld in te zetten om het land waar hun roots liggen, te investeren.
Maar na drie jaar regering-Santokhi is ook bij vrijwel de totale diasporagemeenschap het geloof nagenoeg verdwenen dat Suriname zich onder zijn leiding echt zou kunnen ontwikkelen. De overzeese mensen zien dat de regering van hetzelfde laken een pak is als vele voor deze, waarbij persoonlijke belangen het belang van land en volk verdringen en family&friends op de eerste plaats staan. Ook familie en bekenden in Suriname van de diaspora zijn inmiddels tot de bedelstaf veroordeeld. Dus er is onvoldoende vertrouwen in politici om te investeren in hun geboorteland of dat van hun ouders.
Hoewel er bij de op 21 augustus door het DIN georganiseerde Wi Na Wan-bijeenkomst een enthousiast publiek aanwezig was, leverde deze weinig op. Overigens was Santokhi, die een inleiding hield, vreemd genoeg direct daarna verdwenen. En voor zover bekend waren er ook geen regeringsleden of prominente VHP’ers aanwezig. Dat duidt erop dat de president er weinig meer voor voelt zich aan het diasporadossier -waar hij drie jaar geleden nog volop in geloofde- te branden.
Het was sowieso heel raar dat deze brainstormsessie (want meer was het niet) van het DIN op Surinaamse bodem werd gehouden terwijl de mensen om wie het gaat en die aangetrokken moeten worden, in Nederland verblijven. En dat het DIS, de lokale tegenhanger van het DIN, er nauwelijks bij betrokken was. Het seminar kan gezien worden als de laatste stuiptrekking van het diasporasprookje, dat langzaam maar zeker doodbloedt.
Maar zoals Robert Vishnudatt, de VHP’er die zich openlijk verzet tegen het beleid van Santokhi, zei: “Deze bijeenkomt is weer een politieke afleiding en Santokhi gaat proberen business hieruit te slaan. (…) Het wordt weer de zoveelste wauwelclub van Santokhi. Hij zal door middel van zoete praatjes domme zielen proberen te winnen. Let wel, DIN wordt een money making vehicle; niet de ontwikkeling van Suriname staat daarbij voorop.”
Of er een grond van waarheid in Vishnudatt’s woorden zit, is koffiedik kijken. Zeker is wel dat Santokhi zich enorm aan het diasporadossier heeft vertild en zaken veel mooier heeft voorgesteld dan deze daadwerkelijk waren.
OPINIE
