SANTOKHI VERTILT ZICH AAN SCHULD AAN CHINA

Auteur: Armand Snijders.

President Chandrikapersad Santokhi heeft gezegd dat hij binnenkort minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken naar China stuurt om de zich almaar voortslepende kwestie van de schuldherschikking eindelijk eens tot een goed einde te brengen.

Maar dat is bezijdens de waarheid, want zo werkt dat niet in de diplomatieke wereld. Na drie jaar worstelen, vertilt het staatshoofd zich altijd nog behoorlijk aan de schuld van ruim een half miljard Amerikaanse dollar.

Dat Ramdin in opdracht van het staatshoofd speciaal naar Beijing gaat om onderhandelingen over een schuldherschikking te gaan voeren, is en onjuist verhaal. Immers, Santokhi kan niet bepalen wanneer die besprekingen zullen plaatsvinden. En als die uiteindelijk plaatsvinden, dan kan hij de Bibis-bewindsman hooguit wat aanwijzingen geven wat hij daar wel en niet mag en kan zeggen, maar that’s it.

Als Santokhi het echt voor het zeggen had in de relatie met China, zou hij er trouwens veel verstandiger aan doen om zijn minister van Financiën & Planning, Stanley Raghoebarsing, naar Azië te sturen. Die heeft veel meer verstand van financiën en van de nog altijd immense schuldenproblematiek van het land. Maar de president heeft kennelijk nog steeds vertrouwen in Ramdin, ondanks zijn gigantische blunders in de afgelopen jaren die zijn reputatie en van Suriname danig hebben aangetast. Denk alleen maar aan New Surfin NV en HPSG.

Raghoebarsing zou overigens momenteel niet eens welkom zijn in China, want daarvoor moet je -of je nu een minister, sultan, koning of president bent- formeel door de leiders in Beijing worden uitgenodigd. Dat Santokhi niet zelf naar China reist om wat meer gewicht in de schaal te leggen, komt omdat hij vooralsnog ook geen officiële uitnodiging op zak heeft. De Chinese ambassadeur hier te lande, Han Jing, heeft uit beleefdheid wel meermalen gezegd dat hij ooit eens moet komen voor een bezoek.

Santokhi wil wel heel graag, zoals hij al meermalen heeft laten doorschemeren. Het was de bedoeling om de Chinese leider Xi Jinping in november vorig jaar te ontmoeten tijdens de G20-top op Bali. Maar uiteindelijk reisde het Surinaamse staatshoofd niet af vanwege de spanningen in eigen land. Hij stuurde Ramdin, voor wie Jinping echter geen tijd had of wilde vrijmaken.

“Ik ben ready voor een bilateraal overleg op het niveau van twee presidenten om de samenwerking te verdiepen naar alle sectoren”, gooide de president tijdens de viering van Chinees Nieuwjaar op 22 januari een nieuw balletje op. Maar formeel is er nooit via diplomatieke kanalen een uitnodiging van Xi Jinping naar hem gestuurd.

Ramdin heeft wel een uitnodiging op zak: die kreeg hij in juli van dit jaar in de marge van de 45e Caricom Heads of Governement Meeting op Trinidad van Hua Chunying, de Chinese assistent-minister van Buitenlandse Zaken voor Latijns-Amerika. En dát geldt als een officiële uitnodiging. Maar volgens haar beoogt haar land vooral om de bilaterale samenwerking te verbeteren middels bijvoorbeeld landbouwprojecten, het ‘Safe City’-programma en op het gebied van de infrastructuur.

Inmiddels is wel duidelijk hoe groot de schuld aan China is: 537 miljoen dollar en de (boete)rentemeter tikt door omdat er de afgelopen drie jaar niets is afgelost. Dus tegen de tijd dat er werkelijk overeenstemming zal zijn bereikt, kun je daar waarschijnlijk nog enkele tientallen miljoenen bij optellen.

Maar die overeenstemming over de aflossing is nog ver weg, zo valt in de wandelgangen van de Chinese ambassade in Paramaribo te horen. En die zal ook niet worden bereikt met één bezoekje aan Beijing, daar is heel wat meer voor nodig.

China voelt er sowieso weinig voor om met een herschikking een deel van de schuld te schrappen. Al was het alleen maar om te voorkomen dat andere landen die in de beruchte Chinese schuldenval zijn getrapt dan ook een korting op de schuld willen.

Zeker niet de dertig tot zeventig procent korting die Santokhi bij zijn aantreden dacht te krijgen van alle schuldeisers. Uiteindelijk kreeg hij van niemand die gedroomde haircut, dus ook van China niet. Het volle pond zal terugbetaald moeten worden.

Er is in de afgelopen jaren wel regelmatig gesproken over de nog door Suriname te betalen schulden. Maar die gesprekken bleven vooral bij vriendelijkheden over en weer en de uitgesproken Chinese intenties om het vraagstuk tot een goed einde te brengen. Ook Hua Chunying, de Chinese assistent minister, bevestigde tijdens haar korte ontmoeting in juli met Ramdin China’s steun op het gebied van financieel-economisch herstel en schuldherschikking.

China heeft er momenteel vooral belang bij zijn greep op het Zuid-Amerikaanse continent te behouden en zo mogelijk te versterken via het Belt and Road Initiative, dat is opgezet door de Xi Jinping en waarbij wereldwijd -vooral in arme landen- grootse infrastructurele projecten worden gefinancierd. Het zit niet te wachten op landen die zich -om wat voor reden dan ook- daar nu uit terug willen trekken, zoals Suriname.

Er zal dus nog heel veel water door de Yangtze rivier moeten stromen voordat een akkoord over de schuldherschikking wordt bereikt. Het is niet verwachtbaar dat Ramdin wat dat betreft wel succes zal boeken. Hij zal met alle egards worden ontvangen en in de watten worden gelegd. En ongetwijfeld worden overladen met geschenken en donaties, zoal ook gebeurde met de laatste hoge gast uit Suriname: president Desi Bouterse in november 2019. Die stapte op het vliegtuig naar huis met de toezegging van twee graafmachines, tien pick-uptrucks, zestien tractoren, honderd waterpompen en 12,3 miljoen dollar aan schuldkwijtschelding in zijn binnenzak.

Dat hij daarnaast principeovereenkomsten voor nieuwe miljoenenleningen had afgesloten, was voor Bouterse een probleem waar hij zijn opvolger Santokhi mee opzadelde. Hij moet maar zien hoe hij de Chinezen tevreden houdt. En dat lijkt een schier onmogelijke taak te worden.

ACHTERGROND

 

Facebook Comments Box