COLUMN: HET AL JAREN BESCHAMENDE GEBREK AAN BEGRAAFRUIMTE IS MEER DAN EEN SCHANDVLEK OP DEZE NATIE
Het deel van de mensheid wiens huidskleur een aanzienlijk deel van het kleurenspectrum absorbeert, heeft een bijzondere relatie met de enige zekerheid in het leven. Dat is op zich een hele bijzonderheid. Licht is energie, dus hebben wij het over energieke mensen die zeer energiek bezig zijn met een energieloze toestand. Althans, zoals door de gangbare vijf zintuigen waargenomen wordt. Er wordt gezegd dat de Grieken als eersten van de mensen wiens huidskleur het omgekeerde natuurkundig fenomeen vertoond, met deze mensen in contact zijn gekomen. Het Griekse woord voor dood is “necroi”, wat er op zou kunnen duiden dat het koosnaampje wat voor de uit Afrika afkomstigen wordt gebruikt een andere oorsprong heeft dan wel eens wordt beweerd. Omdat wij hier te lande op allerlei wijzen samen zijn gekomen, is het zeker dat wij een grote verscheidenheid aan gebruiken en ritualen hebben rond dit laatste grote avontuur van de menselijke ziel. Binnen de verscheidenheid lijkt er toch een grote overeenkomst te zijn: dood is vergeten. Sterker nog, voor de doden hebben wij geen plaats. Doodgaan betekend kiezen uit twee opties: verworden tot voeding voor verschillende organismen waar het leven zo rijk aan is, of via een verkorte procedure vergaan tot as. Afhankelijk van religieuze gebruiken, een wel of niet van te voren gemaakte keuze en de bereidwilligheid van de nabestaanden, is het het één of het ander. Tot aan het met heel veel moeite tot stand gekomen Crematorium te Weg naar Zee, was het natuurlijke rottingsproces in de schoot van moeder aarde de enige optie. De toestand daar aan zee kan ik niet bestempelen als het portaal naar een beter leven. Natuurlijk is het in eerste instantie opgezet voor mensen die toch al niet veel aardse bezittingen hadden, maar om ze dan in gelijkende omstandigheden heenswaarts te sturen? Onder andere vanwege de zeg maar vurige belangstelling voor het verassingsproces-na-de-dood, zijn er tegenwoordig alternatieven die wat meer luxe en comfort bieden. Voor zij die kiezen voor de zes voet diep optie, lijkt de algemeen geldende regel: “in de grond stoppen en klaar is Kees.” Kees wil daarna nog wel een grafsteen plaatsen, maar dan is hij echt klaar. Met die gedachten zijn ook vrijwel alle begraafplaatsen ingericht. Mensen die in het leven allemaal een eigen erf met huis eisen met een zo groot mogelijke afstand tot de buren, eindigen nog net niet op diezelfde spreekwoordelijke buren in de grond. Voor zij die niet als Kees zijn, maar nog wel eens een graf willen bezoeken is de enige veilige weg naar de locatie letterlijk over de doden lopen. En dan zeggen ze nog wel: “over de doden niets dan goeds”. En owee als de restanten van wat eens ma, pa, oma of opa huisveste ergens liggen op een plek waar er geen geld meer te verdienen valt. Dan zal je maar net uit het Surinaams Paradijs aan de Noordzee zijn gekomen en niet weten dat je “zo een eng kapmes” bij je moet hebben om je weg te kunnen vinden. Ondanks dat de begraafplaatseigenaren een veel efficiënter economisch beleid hebben gevoerd dan opeenvolgende regeringen, zijn de meeste begraafplaatsen bijna vol. Kwade tongen beweren dan sommigen allang helemaal vol zijn en dat er creatief gestapeld wordt. Het al jaren beschamende gebrek aan begraafruimte is meer dan een schandvlek op deze natie. Men zegt dat de doden geen macht hebben, maar ik denk het tegenovergestelde. Het zijn vooral zij die de offers voor volgende generaties hebben gebracht die ons thans vanuit de andere zijde flink van langs geven. En hun grootste straf? De keuzemogelijkheden die zichzelf elke vijf jaar, of eerder met een beetje pech, met veel bombarie presenteren als keuze optie voor ‘s landsbestuur en wetgeving.
Columnist: Rogier I. Cameron