DE FID EN DE MILJARDEN USD UIT BLOK 58
Fotocompilatie: President Chandrikapersad Santokhi en de algemeen directeur van Staatsolie Maatschappij Suriname N.V. | Auteur: Kenneth Sukul.
Op 1 oktober tekende president Chandrikapersad Santokhi een overeenkomst met TotalEnergies. Deze overeenkomst hing samen met de beslissing van TotalEnergies om de 700 miljoen winbare vaten olie in Blok 58 na 2028 in productie te brengen.
Voor dit project zal het bedrijf 10 miljard USD investeren. Eerder had TotalEnergies tijdens een persconferentie in september 2023, samen met Staatsolie, aangekondigd dat het bedrijf 9 miljard USD zou investeren in Blok 58. Naast de vele onbeantwoorde vragen over de contracten met de oliemultinationals, rijst nu ook de vraag wat de president precies is overeengekomen met TotalEnergies.
De concessierechten van Blok 58
Op 24 juni 2015 sloot Staatsolie N.V. een samenwerkingsovereenkomst met Apache. In deze overeenkomst droeg Staatsolie haar exploratie- en exploitatierechten in Blok 58 voor een periode van 30 jaar over aan Apache. Apache zou alle kosten dragen voor het opsporen van olievoorraden in Blok 58. Bij succesvolle exploratie en productie zou Staatsolie de mogelijkheid krijgen om zich voor 20% in te kopen. Ook werd er een PSC (Production Sharing Contract) afgesproken. Op 23 december 2019 verkocht Apache 50% van haar rechten aan TotalEnergies.
Dit betekent dat de overeenkomst die president Santokhi heeft getekend, niets te maken kan hebben met de verworven rechten van exploratie, exploitatie en de PSC tot juni 2045 door TotalEnergies. Wat de president wel met TotalEnergies kan hebben afgesproken, is vanaf wanneer het bedrijf winstbelasting moet betalen, de hoogte van de royalty’s, en vrijstelling van invoerrechten. Voor veranderingen in de winstbelasting moet hij echter terug naar de DNA, omdat wettelijk is vastgelegd dat alle bedrijven die in Suriname actief zijn 36% winstbelasting moeten betalen.
Wat moet de samenleving weten?
Al geruime tijd wordt door de samenleving gevraagd om de inhoud van de overeenkomsten met de oliemultinationals openbaar te maken. Helaas hebben de DNA, politieke partijen en maatschappelijke organisaties deze oproep niet ondersteund.
Er zijn dringende vragen die beantwoord moeten worden, zoals: Wie draagt de kosten bij een olielek? Wat is de verwachte levensduur van de operatie? Waarom spreekt Staatsolie over een productieperiode van 16 tot 24 jaar, terwijl een simpele berekening met een productie van 220.000 vaten per dag en 700 miljoen winbare vaten olie uitkomt op slechts 9 jaar? Waarom publiceert Staatsolie geen cijfers waarop zij haar schatting van 16 tot 24 miljard USD inkomsten voor Suriname baseert?
Hoe lang duurt het voordat TotalEnergies haar investering heeft afgeschreven? Wat is de verwachte kostprijs per vat olie? Tijdens de persconferentie sprak TotalEnergies over een kostprijs van 20 USD per vat, terwijl Staatsolie 25 USD per vat noemde. Hoe gaat TotalEnergies die 2 USD per vat, oftewel 160 miljoen USD per jaar, aan Apache betalen? Hoe en door wie wordt de financiële administratie van TotalEnergies gecontroleerd? Ondertussen heeft TotalEnergies haar investeringskapitaal met 1 miljard USD verhoogd, zonder dat hiervoor een verklaring is gegeven of dat iemand hier vragen over heeft gesteld.
Het belang van een corruptievrije controle
De inkomsten van Suriname uit Blok 58 zullen afhangen van de afschrijvingstermijn van de investeringen, het moment waarop Suriname winstbelasting gaat innen, en de controle op zowel de investerings- als operationele kosten. Wereldwijd is bekend dat multinationals zich bezighouden met “price transferring”, waarbij ze goederen en diensten bij zichzelf inkopen tegen opgeblazen prijzen om zo minder winstbelasting te betalen en kapitaal uit de lokale economie weg te sluizen. Ook verkopen ze de productie via bedrijven waarvan ze mede-eigenaar zijn. Een voorbeeld hiervan is ExxonMobil in buurland Guyana, dat werd betrapt door ingehuurde gespecialiseerde accountants op het opblazen van kosten met 12 miljard USD. In Suriname zijn bedrijven als Suralco en de huidige goudmultinationals, in al hun jaren van activiteit, nooit op deze manier gecontroleerd.
Wat kan Suriname verdienen aan Blok 58?
Uitgaande van een afschrijving van de investeringen in vier jaar, het innen van winstbelasting vanaf het eerste jaar, olieprijzen tussen de 45 en 95 USD per vat, en een kostprijs van 20 USD per vat, kunnen de inkomsten voor Suriname er in de eerste vier jaar als volgt uitzien:

- Netto-inkomsten bestaan uit royalty’s, winstbelasting van de operatie in Blok 58, dividend, en winstbelasting bij Staatsolie N.V. (offshore). De inkomsten in de eerste vier jaar kunnen toenemen als de afschrijvingstermijn richting negen jaar wordt verlengd. Uit de cijfers blijkt echter dat het niet om de miljarden USD gaat zoals soms wordt voorgespiegeld aan de samenleving.
Er is op dit moment minimaal 300 miljoen USD per jaar nodig om de gezondheidszorg en het onderwijs nieuw leven in te blazen. De begroting voor 2025 heeft echter een tekort van 100 miljoen USD, zelfs met een lening van het IMF. Wat gebeurt er als de olieprijs na 2028 daalt tot 45 USD per vat?
De staatshuishouding en de toekomst
Hoe de staatsfinanciën tussen 2025 en 2028 zullen worden gefinancierd, is tot nu toe onduidelijk gebleven. Ook politieke partijen die na 25 mei 2025 de macht willen overnemen, hebben hierover geen uitspraken gedaan.
UNITEDNEWS
GERELATEERD AAN: FRACTIELEIDERS DNA VRAGEN TRANSPARANTIE OVER OVEREENKOMST STAATSOLIE EN TOTALENERGIES
