COLUMN: HET MES ERIN
De Nederlandse uitdrukking: ‘Er het mes inzetten’, betekent letterlijk: ‘er grondig op ingrijpen’ of ‘in de uitgaven besnoeien’. En laat nu beide betekenissen van dit spreekwoord van toepassing zijn op de huidige toestand van ons land. Het mes moet er nu echt in! In velerlei opzichten, niet alleen de economie. Hoewel die in deze leidend is. Maar meer nog in ons denken en handelen. Want we hebben veel te lang gedaan alsof. Terwijl we met zijn allen wisten dat wij het hopeloos verkeerd deden. Of in de veronderstelling leefden dat we het goed deden. Niet dat alles wat we deden verkeerd was, maar wat we deden was niet goed. Sinds de val van de economie, die in het najaar van 2015, begin 2016, goed zichtbaar werd, hebben we allerlei redenen gehoord, die als oorzaak voor de crisis werden opgegeven.
De forse, maar vooral razendsnelle daling van de grondstoffenprijzen voor Suriname’s voornaamste exportproducten ter ene zijde en verspilling en corruptie ter andere zijde. Al die redenen hebben een kern van waarheid in. Maar geen van ze raakt de kern van het werkelijk probleem van Suriname.
Want Suriname heeft niet voor het eerst te maken met dalende grondstoffen prijzen, die hun tol eisen. Nog minder is het een unicum dat we te maken hebben met verspilling, verkeerde keuzes en corruptie. Vooral het laatste, dat tegenwoordig door deze of gene zo makkelijk in de mond genomen wordt, danwel wordt misbruikt om er maar op los te beuken, is niet van vandaag. Vrijwel elke regering heeft er in min of mindere mate mee temaken gehad en heeft er nauwelijks ECHT tegen opgetreden. Dus het heeft geen zin elkaar te bashen! Want al die politici, die in hun beleving met een ‘halo’ rondlopen en zelfs durven het woord corruptie in de mond te nemen, en luidkeels roepen, houdt de dief!, maken op mij totaal geen indruk. Zorg er ten minste voor dat je zelf en of je omgeving zonder zonde is!! Hou anders liever je mond dicht!
Dat brengt mij weer naar de realiteit van vandaag. Je kunt Suriname in feite vergelijken met een huis, waarvan het fundament niet stevig genoeg is en we eigenlijk constant met het gevaar van instorten hebben geleefd. Er is feitelijk nooit echt rekening met grote stormen die zouden kunnen voorbij razen. En daar zijn nogal wat van langsgekomen de afgelopen 40 jaar. Geen enkel establishment uitgezonderd, die dat huis draaiende hield. Want dat is wat we sinds onze onafhankelijkheid hebben gedaan. Het huis draaiende houden. Maar het verstevigen van de fundamenten en verder uitbouwen van dat huis op die verstevigde basis, ho maar! Iedereen heeft het in min of mindere mate laten liggen. En het is precies dat vraagstuk dat we nu eens eindelijk met zijn allen moeten zien op te lossen.
Suriname heeft nooit geleerd genoeg te verdienen, om op zichzelf in staat te zijn financieel economische schokken adequaat op te vangen. Vanaf 1975(ik laat de koloniale periode buiten beschouwing) was ons hele systeem gebaseerd op ontwikkelingshulp. Daarom gingen wij ook zo denken. Vrijwel alle begrotingen werden voor groot deel, soms zelfs 60% gefinancierd met Verdragsmiddelen. Ons inkomensniveau steeg in de tweede helft van de jaren zeventig sterk door de grote instroom van Verdragsmiddelen en een gunstige prijsontwikkeling op de internationale bauxietmarkt. Dus los van de Verdragsmiddelen, verdiende Suriname alleen aan de Bauxiet industrie, waarvan de prijzen van hun producten Aluinaarde en Aluminium, gelukkig voor ons, in die periode hoog waren.
Maar er werd onvoldoende in andere sectoren geinvesteerd, ter verruiming van onze inkomsten, om daarmee de sterke afhankelijkheid van bauxiet te verminderen. Diversificatie, was sinds toen meer dan gewenst, maar we deden het niet. Waarom niet? Omdat we terug konden vallen op ja ja, ontwikkelingshulp.
Geen wonder dat Suriname na 1982, toen de geldkraan uit Den Haag eenzijdig werd dichtgedraaid, na de turbulente politieke ontwikkelingen toen, keihard met de realiteit werd geconfronteerd. Daarenboven kwam ook nog dat de bauxiet prijzen, de kurk van onze economie, een enorme duikeling maakte. Verkeerde keuzes op macro economisch gebied versterkten te crisis. Het begin van de vicieuze cirkel! Geluk bij een ongeluk, Suriname had twee jaar daarvoor het historisch besluit genomen om haar aardolie voorraden zelf te gaan ontginnen. Dat zal later blijken letterlijk een (zwart)gouden besluit te zijn geweest. Want het zijn met name die inkomsten die ons nu staande houden, maar waar we tegelijkertijd nog te veel van afhankelijk zijn. De toestand nu illustreert dat keihard.
Even leek het erop dat we de weg naar diversificatie hadden gevonden. Onze rijstproductie en -export inkomsten waren de hoogste ooit. En de eigen productie werd ter hand genomen. Maar nog steeds onvoldoende om een robuuste buffer op te bouwen. Uiteindelijk besloten we in de begin jaren negentig in de goudindustrie te investeren. Maar ook toen vielen we opnieuw terug in de oude gewoonte, leunen op ontwikkelingshulp. Ook opnieuw de snel wisselende prijzen op de wereldmarkt voor aluminium en het gevoerde macro-economisch beleid, dat de gevolgen van deze externe schokken veelal niet heeft verminderd, maar juist vergroot, doen ons de das om.
Maar erger nog, wat in al die perioden steevast niet veranderde, was het enorme uitgavenbeleid van de overheid. Sterker nog, het nam alsmaar toe. Ook het apparaat werd door vriendjespolitiek alleen maar logger en inefficienter. Bovendien investeerde we nawelijks in ons Onderwijs. Lees maar de rapporten van eind jaren 90 en begin jaren 2000 van de IDB, De Wereldbank en hetzelfde IMF, dat ons nu te hulp schiet en door diezelfde politici nu als een monsterlijke organisatie wordt afgeschilderd. Ik citeer uit een rapport van de Wereldbank uit 1998: ‘Over the past three decades Suriname has maintained one of the most distorted economic environments in the region, and its economy has been one of the worst performers too. […] Macroeconomic instability, a distorted business environment, excessive government consumption, and low investment in education have hampered economic growth and perpetuated poverty.
Niks nieuws onder de zon dus. En wanneer we het een keertje wel goed deden, ondersteund door gunstige wereldmarktprijzen voor onze belangrijkste exportproducten, dan vergaten we weer met de opgepotte middelen een Welvaarts en Stabilisatiefonds in te stellen en diversivieerde we weer niet. Waarom niet? We kregen Ontwikkelingshu…..pardon, het heette toen Betalingsbalanssteun! En er werd voor ons bepaald in welke sectoren er moest worden geinvesteerd. Niet gek natuurlijk, immers: wie betaald, die bepaald! We kochten bemoeienis in! We deden daarom niks, zelfs niet toen aan het begin van het nieuw millennium de bodem van de Verdragsmiddelen in zicht kwam. Integendeel speelden we ‘gudu pa’ en subsidieerde alles en iedereen, maar investeerden nergens duurzaam en significant in. Bovendien werd onze sociale sector, na een korstondige spurt in de jaren ’80, schromelijk verwaarloosd. De ‘backbone’ van de samenleving was daarom na crisis op crisis, zodanig verzwakt en kon ook niet terugvallen op een goed ontwikkelde sociale sector.
Nu, ja nu zijn we weer bij af.
Nu zijn we gedwongen om al die dingen die we moesten doen, maar niet deden te doen. We zijn nu verplicht aan al die rapporten van internationale instellingen, waar wij onze neus voor optrokken, maar ook onze eigen studies en rapporten, uit te voeren. Nu we echt met de neus op de de feiten zijn gedrukt. Nu we eindelijk door hebben dat die ontwikkelingspot waar we op terug konden vallen op is en we het nu eens zelf moeten gaan doen! In 2010 had die regering een uitgelezen kans om dat wat al die regeringen daarvoor hadden nagelaten, serieus aan te pakken: instellen van een Spaar en Stabilisatiefonds en diversiviceren van de economie. Ze begonnen er enthousiast mee, maar het bleef bij praten en proberen. En ik kan me voorstellen; men had het te druk met het uitvoeren van de Sociale agenda, gefocust op het inhalen van een decennia lange achterstand. Maar vergaten daarbij de afhankelijkheid van maar 1 of 2 producten weg te werken. In slaap gesust door de ongekend hoge wereldmarktprijzen. Uit het oog verliezend dat je er juist dan voor moet zorgen dat je die sociale pot kan blijven garanderen.
De eerlijkheid gebied te zeggen dat ook het bedrijfsleven en vakbeweging, de traditionele sociale partners, het hopeloos lieten afweten, door het ook maar bij discussieren te laten en onvoldoende druk zetten op die overheid.
Laatsgenoemde groepering was vooral bezig met zichzelf te vechten en politieke baantjes toe te schuiven. Maar blonk het bedrijfsleven ook niet altijd uit in eensgezind optreden of lieten zij zich voor het karretje van de politiek spannen.
Kortom, het is nu pompen of verzuipen. Onszelf nu eens eindelijk in de spiegel kijken, nu echt de lessen leren en doen wat we moesten doen, maar niet deden. De tijd van achteroverleunen en wachten op GRATIS geld, die er toch altijd kwam en ook nog werd misbruikt om ons tegen elkaar uit te spelen, is voorbij. De DSB directeur zei het treffend: “Free Lunchtime is definitely, voeg ik eraan toe, over”! Die ‘no span mentaliteit’, moet nu plaats maken voor doortastendheid en de durf om ook de moeilijke, maar juiste besluiten te nemen. Het mes moet er nu definitief in!

Columnist|Jeff Cramer