POLANEN EN KANHAI: ‘REGERING HEEFT GRONDWETTELIJK RECHT ARTIKEL 148 TE GEBRUIKEN’
Foto: Sam Polanen en Irwin Kanhai
‘Dat de regering unaniem heeft besloten artikel 148 van de Grondwet toe te passen om het 8 december strafproces te stoppen, is haar grondwettelijk toegestaan’, zo stellen rechtsgeleerden Sam Polanen en Irwin Kanhai, laatsgenoemde zijnde de advocaat van Desi Bouterse, de hoofdverdachte in het strafproces. Beide rechtsgeleerden stellen dat de opdracht van het Hof om het strafproces voort te zetten, los staat van het beroep op artikel 148 van de Grondwet door de regering.
Kanhai zegt dat noch het Hof van Justitie noch de Waarnemend President van het Hof bepaalt of er wel of geen sprake is van gevaar voor de veiligheid binnen de Staat Suriname. Kanhai zegt dat artikel 148 van de Grondwet goed gelezen moet worden.
Volgens de rechtsgeleerden kan de regering op basis van dit artikel het Openbaar Ministerie de opdracht geven het proces te stoppen. “Dit staat goed vermeld in het tweede lid van het artikel”, zegt Kanhai.
“De veiligheidsdiensten werken niet voor het Hof noch voor de Waarnemend President van het Hof”, legt Kanhai uit. De President heeft volgens de Grondwet verschillende bevoegdheden; Als President is hij tevens de voorzitter van de regering. Zonder de regering kan de President zo een besluit niet nemen. Het is dus een voorrecht van de Raad van Ministers”. Kanhai reageert hiermee op minister Jennifer van Dijk-Silos, die aan journalisten heeft meegedeeld dat de regering unaniem heeft besloten artikel 148 toe te passen, en de Procureur Generaal de opdracht te geven het 8 december strafproces te stoppen. Reagerend op de uitspraak van Waarnemend President van het Hof van Justitie dat er geen gevaar is voor de veiligheid, zegt Kanhai: “Hij heeft gewoon die bevoegdheid niet om dat vast te stellen”.
De raadsman van Bouterse zegt niet precies te weten wat de opdracht aan de Procureur Generaal, die leiding geeft aan het Openbaar Ministerie (OM) precies inhoud en wil daar inhoudelijk niet op ingaan. Of er nu daadwerkelijk sprake is van een dispuut tussen de regering als uitvoerende macht en de rechterlijke macht, kan Kanhai nu niet zeggen. Het Openbaar Ministerie is nu aan zet. Ik weet alleen dat het artikel spreekt over bijzondere en algemene redenen. Voor het algemeen vervolgingsbeleid is de Procureur Generaal verantwoordelijk, en in specifieke en bijzondere gevallen mag de regering het bevel geven een bepaalde opdracht uit te voeren. Dit betreft gevallen wanneer het gaat om de staatsveiligheid”, zegt Kanhai.
De Krijgsraad heeft besloten dat morgen, 30 juni, het 8 december strafproces wordt voortgezet. “Ik ga normaal naar de zitting en wacht af wat er verder gaat gebeuren. Ook al had de regering het besluit niet genomen, zou ik niet weten wat de Krijgsraad of het Openbaar Ministerie in deze kwestie zou doen”, zegt Kanhai.
UNITEDNEWS | WILFRED LEEUWIN