GUYANA IN HOOGSTE STAAT VAN PARAATHEID NA VENEZOLAANSE MARINE-INCIDENT BIJ OLIE-INSTALLATIES
Foto: Het venezolaans marineschip, ABF Wakari PO-11 IMO 4695542. | Bron: OilNow
Guyana verkeert in hoogste staat van paraatheid nadat vanochtend om 07:00 uur een Venezolaans marineschip zijn exclusieve economische zone (EEZ) binnendrong. Luchtmiddelen zijn ingezet en de kustwacht wordt gemobiliseerd om naar het gebied te worden gestuurd.
President Irfaan Ali richtte zich tot de natie en verklaarde dat het Venezolaanse marineschip zich had begeven naar verschillende activa binnen Guyana’s EEZ, waaronder het productie-, opslag- en overslagvaartuig (FPSO) Prosperity. Dit schip is eigendom van de Amerikaanse oliemaatschappij ExxonMobil, de exploitant van het Stabroek-blok in Guyana.
Op basis van zichtbare markeringen werd het vaartuig geïdentificeerd als de “ABF Wakari PO-11 IMO 4695542”, een patrouillevaartuig van de Venezolaanse kustwacht. President Ali benadrukte dat de activa en de FPSO Prosperity rechtmatig opereren binnen Guyana’s EEZ, overeenkomstig het internationaal recht.
Volgens de president heeft het patrouillevaartuig een radiobericht uitgezonden waarin het verklaarde dat de FPSO zich bevond in wat het noemde “betwiste internationale wateren”, voordat het zijn koers in zuidwestelijke richting voortzette naar andere FPSO’s.
President Ali noemde de schending een ernstige zorg en wees erop dat Guyana’s maritieme grenzen internationaal erkend zijn. De Venezolaanse ambassadeur in Guyana is opgeroepen door de minister van Buitenlandse Zaken om Guyana’s krachtige protest te registreren. Daarnaast zullen alle internationale partners van Guyana op de hoogte worden gebracht.
Dit incident kan de spanningen tussen Venezuela en Guyana verder doen oplopen. Onlangs werden Guyanese soldaten aangevallen door vermeende leden van een Venezolaanse bende. Beide landen zijn verwikkeld in een territoriaal geschil, dat momenteel aanhangig is bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ).
De zaak draait om de Arbitrale Beslissing van 1899, die de grens tussen de twee landen juridisch bepaalde. Venezuela accepteerde de grens decennialang, maar verklaarde het vonnis in 1962 ongeldig en eist sindsdien meer dan tweederde van het Guyanese grondgebied in de Essequibo-regio op. Guyana startte in 2018 juridische procedures bij het ICJ, nadat VN-secretaris-generaal António Guterres had bepaald dat een gerechtelijke beslechting de beste weg vooruit was. Het ICJ oordeelde in 2020 dat het rechtsmacht had over de zaak en verwierp de bezwaren van Venezuela.
