OPENBARE WERKEN MOET DANIG OP DE ONTLEEDTAFEL
Het ministerie van Openbare werken , zou evenals andere technicshe en ontwikkelingsministeries al in een vroeg stadium, voor het nieuwe regeerteam wordt aangesteld op de ontleed tafel gezet moeten worden. Wanneer president Desi Boutere, zoals hij op 14 juli heeft aangegeven, aan meer technocraten dan politici behoefte heeft , is dat voornemen alvast een goede stap tot het gezond maken van met name het ministerie van Openbare Werken. Voormalig onderdirekteur Ir.ing Dayanand Mungra heeft langer dan 20 jaar enkele topfuncties bekleed op het ministerie. De nu gepensioneerde technocraat zegt dat het succes van dit soort technische ministeries alleen afhankelijk is van de kwaliteit van het aanwezig technisch kader.
Het is volgens Mungra hemelschreiend dat op een ministerie als Openbare Werken, niet de nodige 40 ingeneurs, maar slechts 1 persoon van dit niveau er werkzaam is. Met politieke functionarissen en lager geschoold technisch kader is het dan ook niet vreemd dat de inefficientie op alle niveaus merkbaar is. “Het kan niet anders dan dat personen die niet berekend zijn voor hun taak geen efficiente en daadkrachtige beslissingen kunnen nemen. Niet in staat de juiste beslissingen te nemen en bang de verantwoordelijkheid te dragen, stellen zij dringende beoordelingszaken bij vooral grote technische werken steeds uit. Neem maar het afhandelen van bouwvergunningsaanvragen die normaliter in drie weken tijd het proces op het ministerie moeten hebben doorlopen. Dit proces duurt nu minimaal 6 maanden en in toenemende mate blijven aanvragen zelf twee jaar liggen. Het verlenen van vergunningen op het ministerie herbergt een hoge mate van corruptiegevoeligheid. Er worden vaak bewuste barrieres opgeworpen om een vergunningsaanvraag langer aan te houden door oneigenlijke en zelf gemaakte creterias te hanteren; totaal in strijd met de technische wettelijke voorschriften. In dit soort gevallen kan de vergunnig vaak alleen worden verkregen door het verlenen van wederdiensten en of niet geregistreerde betalingen.
Waar tot enkele jaren terug het aantal toegewezen vergunningen nog de 3000 per jaar bedroeg, is dat nu teruggelopen naar gemiddeld 1400 per jaar. Mungra zegt dat het effect van deze situatie op het ministerie een behoorlijke impact heeft op de economie. Het zorgt voor inkomsten derving voor de staat, voor enorme frustraties bij bij belanghebbenden, die behoorlijke financiele schade oplopen. Ondernemers en bedrijven raken gedemotiveerd en zien het vaak niet meer zitten. Mungra zegt niet anders dan te moeten stellen dat tot nu toe de beleidsmakers op het ministerie voorbij zijn gegaan aan het economisch vernietigend effect van een corruptief en incompetent functionerende afdeling als dat van ‘Bouw en Woningtoezicht’. In de afgelopen jaren is er ook geen verbetering gekomen en is de situatie nog erger dan voorheen.
Een absolute voedingsbron voor corrutie op het ministerie is het fenomeen van voorfinanciering dat wordt gehanteerd bij het uitbesteden van bouw – en andere technische werken. De willekeur, als gevolg van het gemis aan technisch topkader uit zich in onjuiste beoordelingen en begeleiding van consultants en aannemers die projecten voorbereiden en uitvoeren. De projecten worden uitbesteed en toegewezen tegen bedragen die soms voor miljoenen ver boven de werkelijke waarde liggen. Er vindt geen afdoende toetsing plaats van bedrijven, op de directievoering, het aantal werknemers per project alsook geen toezicht op de bij wet vastgestelde belasting procedure. Op deze manier krijgen kapitaalkrachtigen, zonder dat zij daar de nodige kennis en infrastructuur voor hebben grote technische projecten toegewezen. Dit is een van de belangrijkste reden die genoemd moeten worden waarom zoveel projecten stranden.
Ontwikkelings – en technische ministeries als Openbare Werken moeten zeker nu, gezien de economische situatie van het land ingezet worden om maximaal profijt uit te kunnen halen. Maar dan zal met name de politieke overheersing op technische banen drastisch, zij het geheel moeten plaatsmaken voor technocraten. Volgens Mungra zijn die er voldoende maar is het ministerie zeker niet aantrekkelijk voor hun, wanneer zij moeten werken in een systeem van meerderen en politieke personen die totaal niet berekend zijn voor hun baan op het ministerie.
Wilfred Leeuwin