DE ROADMAP VAN SURINAME
Ingezonden | Auteur: Kenneth Sukul.
De oproep van president Simons op 25 november 2025, de viering van vijftig jaar onafhankelijkheid, was duidelijk: “Suriname moet vanaf vandaag werken aan een roadmap.”
Het land moet zorgvuldig een eigen weg uitstippelen binnen de huidige mondiale verschuivingen. Hoewel deze wetenschap volgens critici vijftig jaar te laat komt, biedt de huidige geopolitieke dynamiek een kans voor Suriname om alsnog een autonome koers te creëren. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben de Verenigde Staten (VS) de wereldpolitiek en -economie gedomineerd, gesteund door hun wapenindustrie en de financieel afhankelijke EU-landen, en door instituten als de Wereldbank en het IMF strategisch in Noord-Amerika te vestigen. Na 1990 luidde de globalisering een nieuwe fase in, waarbij de eigenaren van de industrieën in de EU en de VS de productie verplaatsten naar landen met goedkope arbeid en grondstoffen, zoals China, India en Brazilië, met als primair doel meer winst te maken. Door de verplaatsing van technologie en kapitaal naar deze landen, hebben zij zich technologisch en financieel zodanig ontwikkeld dat zij anno 2025 niet meer afhankelijk zijn van de EU en de VS voor technologie, financiering en afzet; de arbeidsplaatsen en de daarmee samenhangende koopkracht verhuisden mee, wat de kernoorzaak is van de huidige economische crisis in de EU en de VS. De voormalige kolonisatoren probeerden deze ontwikkeling af te remmen door de toegang tot energie te beperken, onder meer via het onmogelijk maken van olie-export uit Iran, Rusland en Venezuela en het zaaien van onrust, en door – indruisend tegen de WTO-regels die zij zelf opstelden – abnormale invoerrechten te heffen.
Met de globalisatie is ook het bewustzijn van burgers toegenomen. Dit leidt ertoe dat steeds meer landen in Afrika en Venezuela hun natuurlijke rijkdommen in eigen bezit nemen voor hun samenleving, meer transparantie eisen van bedrijven en wetten invoeren tegen belastingontduiking, terwijl ook de royalty’s worden verhoogd om zich te verzekeren van behoorlijke inkomsten uit eindige grondstoffen voor de ontwikkeling van andere sectoren.
Voor Suriname, met een zeer kleine bevolking en interne markt, is de economische uitdaging acuut: om een levenskwaliteit te bereiken vergelijkbaar met de rest van het Caribisch gebied, moet het Bruto Binnenlands Product (BBP) minstens $9,2 miljard US dollar bedragen, wat neerkomt op een jaarlijkse extra inkomstenbehoefte van $4,3 miljard US dollar.
De eerste olie-inkomsten worden over drie jaar verwacht, maar de goudvoorraden zijn naar verwachting over ongeveer tien jaar uitgeput, waardoor het benodigde extra bedrag verder zal stijgen. Met een royalty van 6,25% en de huidige Production Sharing Agreements (PSA’s) zal het BBP van $9,2 miljard niet bereikt worden, zeker nu de prijs van een vat olie momenteel $58 dollar bedraagt en het aanbod na de oorlog in Oekraïne verder zal stijgen, en Guyana in zijn nieuwe overeenkomsten de royalty al naar 10% heeft gebracht. Het huidige beleid van lenen, en de voornemens om de inkomsten te verhogen zoals opgesomd in de jaarrede, zullen gezamenlijk dit BBP-doel niet realiseren.
De inkomsten uit de verkoop van carbon credits kunnen de verdiensten uit de hout- en goudsector niet vervangen, noch zullen zij Suriname vrijwaren van de gevolgen van climate change, zolang de VS en de EU het probleem niet serieus aanpakken. Tot het moment dat de EU en de VS het probleem van climate change effectief aanpakken, kan Suriname beter de inkomsten uit de goudsector benutten om de verwerkingsindustrieën in de houtsector en de agrarische sector te financieren. De nodige kennis daarvoor moet het land voorlopig inkopen, waarbij men in het achterhoofd moet houden dat midden- en kleine bedrijven (MKB) alleen succesvol zijn als er in het land een aantal grote bedrijven aanwezig is waaraan zij primair hun producten kunnen leveren.
OPINIE
