EX-GOVERNOR KRIJGT ONDANKS VEROORDELING KANTOORPAND TERUG
In de langverwachte hogerberoepszaak tegen Robert van Trikt, de voormalig governor van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), heeft het Hof van Justitie vandaag een opmerkelijk en genuanceerd eindoordeel geveld.
Hoewel Van Trikt opnieuw schuldig is bevonden aan ernstige strafbare feiten tijdens zijn ambtstermijn, valt de uiteindelijke strafmaat lager uit dan in eerste aanleg. Waar de lagere rechter hem eerder nog veroordeelde tot acht jaar celstraf, heeft het Hof deze nu teruggebracht naar zes jaar onvoorwaardelijk. Naast de gevangenisstraf is een boete opgelegd van SRD 500.000,-, bij niet-betaling te vervangen door 16 maanden hechtenis. Een cruciaal detail in de uitspraak is de verrekening van het voorarrest; de periode van ruim tweeënhalf jaar die Van Trikt tussen februari 2020 en november 2022 reeds achter tralies doorbracht, wordt in mindering gebracht op de totale straf.
De meest opvallende wending in het arrest betreft echter de status van het kantoorpand van Orion aan de Krakalaan. In de eerdere rechtsgang werd dit vastgoed door het Openbaar Ministerie verbeurd verklaard, maar het Hof heeft dit besluit nu teruggedraaid. Ondanks de strafrechtelijke veroordeling oordeelde de rechter dat het gebouw moet worden teruggegeven aan Van Trikt.
Dit staat in schril contrast met de vordering tot terugbetaling van een bedrag van ruim 625.000 euro, een som die volgens de justitiële autoriteiten wederrechtelijk is verkregen en aangewend voor persoonlijke doeleinden. Deze terugbetalingsverplichting deelt Van Trikt solidair met zijn zakenpartner Ashwien Angnoe, wiens zaak eveneens op de rol staat.
De uitspraak zorgde voor een gespannen sfeer in de rechtszaal, waar Van Trikt geflankeerd door zijn advocaten en familie de uitspraak aanhoorde. Hoewel de strafvermindering en de teruggave van het pand als juridische winstpunten kunnen worden beschouwd, reageerde de ex-governor teleurgesteld op de handhaving van de veroordeling zelf. Zijn verdediging heeft reeds laten doorschemeren de mogelijkheden voor het internationaal aanvechten van het vonnis te bestuderen. Opmerkelijk is bovendien dat het Hof oordeelde dat het eerdere voorarrest onterecht is toegepast, wat de complexiteit van deze slepende corruptiezaak verder vergroot. Er is vooralsnog geen onmiddellijke gevangenneming gelast; de uitvoering van het resterende deel van de straf ligt nu in handen van het Openbaar Ministerie. De uitspraak volgt op een eerdere veroordeling van ex-minister Gillmore Hoefdraad, waarmee de contouren van het CBvS-schandaal in de hoogste rechtelijke sferen definitief lijken geschetst.
UNITEDNEWS
