LAATSTE SURIPOP XIX RECENSIES

Recensie|SuriPop XIX

  1. Dyamanti Lobi|Mario Vermeer

Nog zo’n nieuwkomer, die Mario Vermeer, schrijver van compositie nummer 6 op de SuriPop XIX schijf. Het is hem, zoals we begrijpen, ook de eerste keer gelukt via SuriPop zijn intrede in de Surinaamse music scene te doen. Hij probeerde het eerder drie keer zonder succes. Mario is dus een aanhouder. Zijn geduld heeft hem in elk geval geen onverdienstelijke productie opgeleverd. Het nummer klinkt in ieder geval beter dan we van sommige ervaren componisten hebben gehoord bij dit SuriPop festival. Mario heeft het aangedurfd niet ervoor te kiezen zijn lovesong ‘Dyamanti Lobi’ te laten verpakken in een ballad jasje. Want ik weet niet wat het precies is met het gros van de componisten, die het ooit wagen een demo in te zenden voor SuriPop, dat te doen met het ballad gênre. Alsof dat de enige muziekstijl is waar je een goed nummer mee kan neerzetten. Vermeer verbreekt dus als debutant dat cliché.  Bij de intro worden we wel op het verkeerde been gezet en denk je even van, ‘aah daar gaan we weer met een ballad’. Overigens een heerlijke strijk en piano partituur bedacht door arrangeur ATN(Etiënne) Stadwijk, wat hij in de outro weer dunnetjes overdoet. Zoals van we van Stadwijk gewend zijn. Na de mooie openingszinnen  in mooie harmonie gezongen door Jelissa Sumter & Serge Guds, gaat de melodie vanaf het refrein dan lekker over in een uptempo beat. Hey mi swit’ lobi wan, yeye fu mi skin no sa prati nanga yu. Hey mi swit lobi wan, A gudu fu yu, mi no sa wan’ lasi. Ai mi swit lobi wan… Een krachtig geschreven tekst die gaat over twee geliefden die elkaar weten te vinden en dat wat ze in de liefde hebben gevonden, vergelijken met de waarde van een diamant, die moeilijk te vinden is en alles waard is te koesteren. In de schrijfstijl van Mario Vermeer zit grote potentie.

Videoclip

De videoclip bij dit nummer zit ook vrij goed in elkaar. Het gekozen decor, Berg en Dal, leent er zich uiteraard ook prachtig voor en past bij het thema van het nummer. Het scenario en de afwisseling van de beelden zien er puik uit. Een kanshebber voor de beste clip.

Outsider

Overigens sluiten de stemmen van Jelissa & Serge naadloos op elkaar aan. Dat zal wel anders blijken te zijn in andere SuriPop XIX finale composities. Ook dat is goed gedaan door Mario. Mario’s compositie mag door de concurrentie gerust als een ‘gevaarlijke’ outsider worden gezien. Een positie in de top is niet ontdenkbaar. In ieder geval verdient Mario Vermeer ‘thumps up’voor zijn debuut-inzending en smaakt het zeker naar meer.

Recensie|SuriPop XIX

  1. Yu Kori Mi Ati|Xaviera Spong

Ik ben persoonlijk zeer gesteld op mensen die proberen anders te zijn of tegen te stroom in te zwemmen. Die iets durven doen wat je niet van ze zou verwachten. Laat dat nu precies zijn wat de jonge componiste Xaviera Spong doet met haar inzending ‘Yu Kor Mi Ati’.

Met name in haar keus voor de vertolker van haar muzikale pennevrucht. Ik denk dat niemand zo 1-2-3 had verwacht dat er naast zijn sublieme reggae/dancehall vocals, ook een ijzersterke ballad/soul zanger in Benjamin Faya schuil ging. Dat heeft liedtekst schrijfster Spong kennelijk wel in hem gezien en naar boven weten te halen. En hij doet het met ferve. Dat is meteen het krachtigste element aan dit Suripop XIX nummer, de zevende op de schijf. Maar eerlijk is eerlijk, het is niet de eerste keer dat Benjamin zijn andere(soul) kant heeft laten zien. Ongeveer een jaar geleden verraste hij, denk ik, ook vriend en vijand toen hij, tijdens de ‘Poetry & Beyond Sessions’, vanachter de coulissen een cover van Ed Sheerans’ wereld hit ‘Thinking Out Loud’ inzette en plots verscheen op het podium. Zelfs Ed Sheeran zal denk ik trots terugkijken naar die versie van zijn plaat. Mogelijk dat Xaviera dit ter ore kwam en Faya heeft gevraagd zijn performance te dupliceren voor haar productie.

Twist

De ‘broken heart song’ komt door de vertolking van Benjamin tot leven en beroert op momenten tot tranen. Xaviera Spong heeft een real life story geschreven, over een gebroken relatie, maar dan met een twist. Na de ellende van een misgelopen relatie, blijft volgens Spong nog altijd over, de eigen waarde en het geloof in jezelf, welke je in staat moet stellen weer op te veren en verder te gaan. Zo schrijft ze tegen het einde in de bridge: ….Leri momenti meki mi kon tranga. Lobi pasi kan sjatu so, ai kon langa. Ondrofeni de fanodu, fu kisi moro krakti fu bribi in mi srefi…Er is dus hoop na alle narigheid, schreeuwt Bejamin het symbolisch in de outro nog uit.

Arrangement en video

De sterk geschreven tekst insprireerde kennelijk ook ‘Maestro’ Ernesto van Dal bij zijn arrangement. Je herkent zijn kunst om de accenten te kunnen leggen waar het moet en zoals de tekst vraagt het nummer naar een climax te tillen. Crescendo en decresendo wisselen elkaar voortreffelijk af. Maar ook de videoclip is een gedurfde met internationale allure. In ‘Peperpot’ is een prachtige locatie gekozen. In het neerzetten van de strijkers en de pianist midden in het idyllische oerwoud, komt ook goed het ‘out of the box’ denken van Xaviera Spong tot uiting. En hoewel de bedoeling van de clip vrij duidelijk is, mocht de uitvoering van de acteurs hier en daar wat ‘echter’ gespeeld worden. Maar dat is slechts een te verwaarlozen detail bij het goed bedacht scenario. Ook deze productie dingt ongetwijfeld mee voor de eer van beste video, die tijdens deze SuriPop versie voor het eerst wordt gewaardeerd. Het is duidelijk dat dit nummer hoge ogen gooit naar de SuriPop XIX titel. Maar zal er nog een ‘robbertje’ uitgevochten moeten worden met enkele andere uitschieters. Xaviera en Co. mogen in elk geval trots zijn op het afgeleverde werk.

 

Recensie|SuriPop XIX

  1. Alles Wat Ik Wil|Harold Gessel

Harold Gessel is van de componisten die nu dingen naar het vergulde Jules Chin A Foeng kunstwerk, degene met de meeste ervaring. Zijn eerste deelname dateert van Suripop V, toen hij ‘Sondro Yu’ schreef voor Jim Westfa, ook zo een rot in het vak. Gessel is ook degene die volgens mij de titel het meest begeert. En het is hem tot drie keer toe bijna gelukt. Drie keer zilver. En daar neemt Gessel, hoe geweldig die prestatie ook te noemen is, geen genoegen mee. Die keer dat hij het net niet haalde in 2004 bij SuriPop VIII, was ik er persoonlijk heel dichtbij, toen als Apintie collega van Harold. Toen was het ‘Lob’ Mi Tu Tamara’ van de hand van Gessel, op voortreffelijke wijze vertolkt door Maroef Amatstam, voor menigeen de gedoodverfde titelwinnaar. En toch lukte het weer net niet. ‘Ibri Yuru’, ook een sterke plaat, ging er nipt met de hoofdprijs vandoor. Voor mij blijft ‘Lob’ Mi Tu Tamara het krachtigste en mooiste nummer dat Gessel ooit geschreven heeft. Hij kwam heel dichtbij dat niveau, met zijn inzending voor de vorige SuriPop editie(XVIII), gezongen door Danitscha Sahadewsing, ‘Tak’ Nanga Mi’. De climax tegen het einde aan, moest nog minstens één of twee keer worden herhaald, met toevoeging van de mooie adlips van Danitscha. Zo schreef ik toen in mijn recensie over dat nummer. Dan was die compositie mogelijk wel in de prijzen gevallen. Winnen zou sowieso moeilijk gaan vanwege de enorme concurrentie. Die pech werd ook John van Coblijn mee geconfronteerd, liet ik u eerder weten.

Alles Wat Ik Wil

Ik heb niet voor niemendal zo een lange aanloop genomen naar Harold Gessels’ huidige finale compositie ‘Alles Wat Ik Wil’. Ik wil u en in bijzonder Harold eraan herinneren dat ik zijn goede schrijferskwaliteiten ontzettend waardeer en erken. Ik zou daar niet aan kunnen tippen. Immers je schopt het niet zomaar zo vaak naar een SuriPop finale, waarvan je maar liefst drie keer de tweede plek behaald. Maar hoezeer ik het Harold persoonlijk gun die zo begeerde Jules Chin A Foeng Trofee te winnen, moet ik concluderen dat het met deze inzending denk ik weer niet zal lukken. Juist omdat ik ervan overtuigd ben hoe goed Gessel is en kan zijn. Maar dit nummer haalt vooral tekstueel bezien, bij lange na niet het niveau welke we van Gessel gewend zijn. Als Harold de tekst van ‘Alles Wat Ik Wil’ zelf aan een kritische beschouwing onderwerpt en vergelijkt met eerdere composities uit zijn indrukwekkende oeuvre, dan moet hij tot dezelfde conclusie komen.

Maar ook het muziekarrangement, dat één en ander nog kon compenseren, is niet wat het wezen moet. Arrangeur/producer Asgar Koster heb ik zelf ontzettend hoog zitten. Hij is wat mij betreft één van Suriname’s beste producenten en staat bekend om zijn super arrangementen. Hij schittert nu zelfs met zijn eigen productie ‘Gafa’, die op dit moment op de #1 positie staat in ondermeer Radio 10’s Magic 10. Dus hij weet van wanten. Maar dit arrangement is minder. Jammer is ook dat de zang iet wat ongelukkig is. De beide vocalisten zijn individueel heel goede zangers. Emily Kartoredjo een uitstekende ballad zangeres. Bewees ze in Winston Echtelds’ mooie ‘Dream To Happiness’ en Derril Polion(Rein Carrot’s ‘Dansiman’), moet het meer hebben van de uptempo songs. Maar de stemmen passen in duet niet zo goed bij elkaar. In de bridge merk je dat ballads zingen niet Derril’s ding is, terwijl Emily zich duidelijk wel op haar gemak voelt. Of zou de toonhoogte naar Derril’s register getransponeerd moeten worden, zodat hij beter zou kunnen samenvloeien. Maar er is zeker wat positiefs aan Harold Gessel’s productie. Dat zit hem vooral in de videoclip.

 Geduld

Tenslotte geef ik aan Harold mee, in een stuk zelfreflectie terug te gaan naar de creatieve geest die hij ongetwijfeld is. Zich te laten inspireren door zijn eigen topproducties, buiten zijn comfort zône te treden, het beste in hem naar boven te halen, om dan te excelleren. Dan is de Jules Chin A Foeng trofee die hij zo graag wil winnen binnen handbereik. Daar ben ik van overtuigd. We zullen het meemaken. Leonardo DiCaprio heeft ook geduld moeten op opbrengen.

Recensie|SuriPop XIX

  1. No Frigiti| Judith Lochem

Suriname kent de stem van media-icoon Judith Lochem vooral van haar mooie radiocommercials voor een bedrijf gespecialiseerd in alles dat met licht te maken heeft. Het zal geen toeval zijn dat ze ook heel verlichtend aangenaam klinkt uit je speakers. Ze is de trotse CEO van haar eigen marketing en communicatie bedrijf. Maar niemand wist tot SuriPop XIX vermoed ik, dat er naast een media persoonlijkheid, ook een brilliant componist in Judith schuil ging. Daarmee is in feite alles gezegd.

 Volwassen

En toch is het al twintig jaar haar droom te mogen schrijven voor SuriPop. Zonde dat ze ons zo lang op haar eerste compositie heeft laten wachten. Want wie zijn oor te luister legt bij ‘No Frigiti’, zal ontdekken dat het een zeer volwassen, realistisch geschreven nummer is. Alsof Judith dit al jaren doet. Niet simpel een ballad over een relatie die in zwaar weer verkeerd, maar een verwijzing naar de herinneringen aan hoe mooi het ooit was en nog kan zijn, die liefde tussen twee soulmates, vermoed ik. Zoals dat in de dagelijkse realiteit ook kan zijn. Dat je er ondanks de moelijke tijding voor elkaar blijft gaan en vecht voor het moois dat er in feite was en nog steeds is. Dus als je dan met elkaar ‘vecht’, in verbale zin dan, vecht dan voor elkaar. Ga daarin tot het uiterste. Mocht het dan toch niet lukken, dat je dan toch die mooie herinneringen vasthoud en niet meer vergeet. Zo schrijft Judith in het refrein:….Yu kan mek’ lafu san mi e taki now. Las’ bribi in san mi ben du. Ma noiti Yu mus’ frigiti, fa mi lobi Yu. Yu kan har’ skowru drai Yu baka now. Las bribi in fa mi ben tan. Ma noiti Yu mus fergiti a firi di un ben de wan… De gebruikte vraag en antwoord zangstijl van de klasse vocalisten Henk Waarde(Re-Play) en Cheryl Rijger, voegt zoveel waarde toe aan het nummer en maakt het apart. Fantastische meerwaarde in het arrangement. Zo kan een ballad dus ook klinken.

Dan wordt het ‘tot het eind voor elkaar vechten’, alsvolgt neergepend in de bridge richting slotakkoord: Now mi kon firi tak’ Yu wan prati(Mi waka lontu alla sey). Alla den bun bun yari(No fergit’ alla den dey). A libi tyar’ un na nowtu, mi san tan beti in den ley, meki bun alla den fowtu. Mi wan hori Yu na mi sey….En dan opnieuw het oorstrelende refrein, nu met adlips van Henk en Cheryl die zich ontpoppen tot een ijzersterk koppel, waar tekstschrijvers zich bij in de handen zullen wrijven. Dit komt dus toch goed voel ik. Het arrangement is op uitermate mooie manier vorm gegeven door Winfried Kicken & ‘Maestro’ Ernesto van Dal. Zoals het nummer vraagt, subtiel, zonder te veel poespas, maar toch mooi voor het gehoor. Je verveelt geen moment.

Internationale etalage

En kennelijk is er gelijk de plaat, net zoveel liefde gestopt in het maken van de video. Ook eentje die zo de internationale etalage in kan. De marketing is bij Judith Lochem dan weer in goede handen. Heel toepasselijk is vooral de retro-feel die de connectie met het nummer goed weergeeft. Wat mij betreft zal de clip de strijd om de titel voor beste video moeten uitvechten met John van Coblijns’ ‘Drape’. Een strijd die mogelijk idem zal zijn om de gafe Jules Chin A Foeng creatie. Judith Lochem laat ons alsjeblieft niet nog twintig jaar wachten op jou geijkte muziekcreaties. De (Surinaamse)music bizz heeft creativelingen als jou nodig.

Recensie|SuriPop XIX

  1. Parwa Busi Tori| Carla Lamsberg

Ik kan me nog als de dag van gisteren herinneren, mijn dagen als opgroeiend jochie, dagelijks rond de klok van zeven, ‘Het Klokje van Zeven’, luisterend naar de aangename vertelstem van ‘Tante’ Carla. En ze doet het na 39 jaren nog steeds. Toen ik wat ouder werd, mocht ik die vrouw van die verhalen, die wijze levenslessen in zich herbergen, in levende lijve ontmoeten. Toen als teamlid van het ijzersterke MULO Latour, voor ‘Weetje Weetje’. We werden net geen kampioen. Maar voor mij is ‘Tante’ Carla Lamsberg een kampioen. Altijd onderwijzend, altijd motiverend.

Niet raar dat ze een belangrijk deel van haar carriére aan onderwijs heeft gewijd. De rode draad door haar leven. Je voelt dus op je klompen aankomen dat dit in haar eerste SuriPop schrijfsel onmiskenbaar te herkennen valt. Ondewijzeres als ze is, leert tante Carla ons in ‘Parwa Busi Tori’ te houden van de prachtige  natuur die Suriname rijk is. Waarvan delen soms onder ernstige bedreiging staan. Zo ook die Parwa en ik vul aan Mangrove bossen, langs onze kust. Ze vertelt over het nut voor behoud van deze natuurlijke zeewering. Lyrisch en poetisch tegelijk….Yu makti, yu krakti, na tru tru Gado ai. Bigi skwala y’e broku, y’e sen eng go na sêh. Loktu rutu e tenapu lek’ Surdati. Bigi rutu yu bonfutu en kaka leki gon……Parwa Busi, luku fa Y’e brenki, Y’e sori lek gowtu in mi ai….Je kunt merken dat tante Carla, hoewel ze nu pas voor SuriPop schrijft, al een doorwinterd schrijfster is. Behalve de sprookjes, verhaaltjes, gedichten en kinderliedjes van haar hand(ze schrijft al sinds haar achtste), heeft ze in de jaren ’80 al meegeschreven aan een volwassen compositie. Samen met Winston Loe maakte ze voor het Aidsfestival het pakkend nummer: ‘Aids, No Meki A Lolo Moro Fara’. Met welk nummer ze het festival ook wonnen.

Supertalenten

Tante Carla heeft in haar onderwijsvol leven vast en zeker honderden, zoniet duizenden jongeren onder haar hoede gehad. Het verbaast daarom ook niks dat ze twee jonge, maar supertalenten heeft weten te strikken, om te helpen haar compositie vorm te geven. In Rachidi Sanches heeft tante Carla één van Suriname’s beste vrouwelijke vocalisten van het moment gevraagd ‘Parwa Busi Tori’ in te zingen. Ze laat dat ook horen. Met haar geoefende stem draagt ze het kaseko-jazz melodieus nummer. Sterk articulerend, de mimiek in haar stem kun je horen. Ze laat het zo makkelijk lijken. Je gelooft elk woord dat ze zingt.

En wat te zeggen van het arrangement van het ander supertalent Ivan Ritfeld. Een jonge toetsenist die de potentie heeft uit te groeien tot één van Suriname’s jazzgrootheden, in de klasse Ronald Snijders, Eddie Veltman, Robin van Geerke, Vincent Henar en zo kan ik het indrukwekkende rijtje nog ellelang aanvullen. Ivan heeft zich kennelijk door al deze grootheden laten inspireren bij zijn eerste SuriPop arrangement. Je hoort van alles zo een beetje, samengebracht in een kaseko-jazz potpourri. Klinkt zeer Caribisch met een sterke Surinaamse nadruk. Al in de intro de verrasende opening met een reggea-jazz jam, vloeiend overgaand in het sprookjesachtig pianospel, de heerlijk openingszinnen van Rachidi dragend. De strings die het geheel mooi opvullen op de achtergrond. En dan gaan we met de lekker ritmische drumpartij van weet ik, de ervaren Edson Fearber. Ja ik moet hem erbij halen, juist omdat het drumspel zo goed is. Want niet in elke kasekoproductie uit SuriPop, heeft het zo goed geklonken. Overigens ook credits voor het voortreffelijke mixwerk in dit nummer. Dan doet Ritfeld iets dat je zelden hoort bij SuriPop. Behalve de overgangen van Jazz-kaseko naar ‘Bigi Poku’ kaseko-jazz en zouk-kaseko, doet hij er net voor de bridge een trompet met demper bij, dat de Jazz-feel van dit uitstekend geschreven, gezongen en gespeeld nummer completeert.

Tenslotte: de video is gewoon on-point. De manier waarop de clip in elkaar is gezet laat je zien hoe prachtig het prachtige parwabos en de ecologie van Coronie is. De zang goed gesynchroniseerd met het beeld, waardoor de beelden ook ondersteunend het verhaal in het lied vertellen. Suma summarum een compleet plaatje, deze ‘Parwa Busi Tori’ van Carla Lamsberg, die haar rechtreeks in de felle strijd zet om die Jules Chin A Foeng. Het zal erom spannen, maar deze is ongetwijfeld een titel pretendent.

Recensie|SuriPop XIX

  1. Dek’ Ati| Sergio Emanuelson

Al vier keer opeenvolgend, weet de bedenker van de elfde SuriPop XIX compositie, zich naar de finale te schrijven. En in zijn eerste twee deelnames zit een opvallend stijgende lijn. Eerst in 2010(SuriPop XVI) met ‘Mi Sa Sji A Tangi’, dat hem meteen een derde plaats opleverd. En bij SuriPop XVII in 2012, was het meteen raak. Met ‘Koloku’, gezongen door één van de sterkste SuriPop koppels ooit, Elvin Pool en Lady Shaynah, pakt Sergio Emanuelson direct de titel. Ooit zijn er nummers geschreven voor SuriPop, die je nooitmeer hoort. Maar er zijn ook nummers die blijven hangen en uitgroeien tot klassiekers. ‘Koluku’ behoort ongetwijfeld tot die categorie. Platen die je bij het horen meteen het gevoel geven van: ‘deze heeft het’. Emanuelson heeft dus die kwaliteit in zich, dergelijke nummers te kunnen schrijven. Die originaliteit laat hij weer zien bij zijn volgende finale compositie  ‘Wan Okasi’(SuriPop XVIII). Die song had net zo goed in de top kunnen eindigen, maar ik wees er eerder op dat ook de concurrentie toen ijzersterk was. Dan zijn het de kleine dingen die uiteindelijk bepalend kunnen zijn en bestaat de kans dat je net buiten de boot valt.

Dek’ Ati

Aan originaliteit in Sergio’s SuriPop XIX inzending, absoluut geen gebrek. Wat ik waardeer is dat Emanuelson laat zien, dat hij ook in staat is zijn lovesongs te kleden in een ander jasje, dan het ballad gênre. Want daar had hij makkelijk voor kunnen kiezen, vanwege eerder behaalt succes. Maar hij besluit nu wat anders te doen. Daar is inderdaad durf(Dek’Ati) voor nodig. Het product dat mag er zeker wel zijn. Sergio heeft intussen, zo valt  ook in deze tekst te horen, een sterke schrijfstijl weten te ontwikkelen. Zo schrijft hij in het referein: ‘Lek wan draiwinti y’e riger’ mi ati.(Oohoohoo) Krin a pasi fu mi fen’ mi lobi. En dan word er in het refrein heel creatief een ‘hook’ verweven van de backing vocals, ….A wins’ mi kindi e naki… waarop door de vocalisten antwoord word gegeven,…Lek’ wan apinti dron… Jammer dat de backingvocals hier niet zo goed te horen zijn, want dat geeft juist iets aparts aan het lied. De mixing laat hier dus wat te wensen over. Maar met het mooi idee opzich heeft waarschijnlijk het arrangement van Iwan VanHetten mee te maken. De lekkere uptempo R&B beat draagt de goede zang van het gelegenheids duo Nisha Madaran, wiens ster nu rijzende is en de ervaren R&B/soul zanger Olston Codogan mooi. Ze vloeien in ieder geval goed samen, wat nodig is voor een duet.

De speelse video is ook mooi bedacht. De twist tegen het einde hoefde niet op die manier. Ludiek misschien, maar had wat mij betreft creatief anders ‘opgelost’ kunnen worden. Wel een goed scenario. Dit nummer behoort zeker wel tot de gedurfde goede songs op het SuriPop XIX album. Alleen betwijfel ik als Sergio Emanuelson dit keer het festival naar zijn hand zal weten te zetten. Het zou zomaar kunnen. Maar net als net als Mario Vermeers’ Dyamanti Lobi’, is ‘Dek’Ati’ eentje om rekening mee te houden. Sergio Emanuelson heeft wel weer eens goed werk afgeleverd.

 

Recensie|SuriPop XIX

 

  1. Dren Lobi| Tashana Losche

Het laatste werk op het SuriPop XIX album, is er eentje van iemand die we gerust als veelzijdig en ambitieus kunnen omschrijven. Miss Tropical Beauty 2014, model en student tegelijk. Heeft ook nog de ambitie om schrijver te worden. Ze pakt onderweg nog even SuriPop mee, wat resulteerd in de finale inzending ‘Dren Lobi’. Talent heeft Tashana Losche ongetwijfeld.

Laten we het bij het schrijven van liedjes houden. In haar schrijfsel ‘Dren Lobi’, probeert Tashana twee voor haar tragische verliezen van zich af te schrijven en te verwerken in een lied. Althans deze gebeurtenissen vormen de aanleiding. Zo begrijpen we uit haar uitleg. En verweeft ze dat wat ze niet meer zou willen verliezen in haar eigen leven, liefde, in de tekst. Zowat een toekomst beeld van zichzelf schetsend, in een droom, Dren Lobi. Zo schrijft ze aan het begin:….Te me prakseri, prakseri fa yu gwe… een verwijzing en ode aan de twee verloren geliefden. En dan…Den momenti in mi sribi, un ben prat’ lobi tap’ den bergi, ini den sula, baka den liba…Smeri a swit fu a busi… Metaforisch de berg die volgens Losche verwijst naar de hoogte punten in haar leven en de obstakels in de sula. Maar je zou ook de intimiteit tussen twee geliefden, kunnen inbeelden in de tekst.  Het poetische zit er bij Tashana goed in. Sterk element.

De melodie van dit nummer is op zich mooi. Beetje R&B/Soul met retro feel. Maar in de uitvoering wordt naar mijn gevoel een beetje afgedaan, door de blazerssectie, waar dit nummer zo sterk door gekenmerkt wordt, in te vullen met een synthesizer. Waarom niet live gespeeld? Dat zou het soul gevoel hebben versterkt en het nummer completer hebben gemaakt. De vraag is als je dit arrangeur/toetsenist ATN Stadwijk aan zou kunnen rekenen? Omdat de arrangeur, begrijp ik, niet persé het laatste woord heeft bij een eindproductie. Hij zou iets kunnen voorstellen, maar de producent besluit anders. Ik ben persoonlijk erg voorstaander van live gespeelde instrumenten bij studio opnames. Dat klinkt voor mij echter en mooier. Tenzij je bijvoorbeeld een electro nummer maakt.

Wat dan weer sterk is aan dit nummer, is de zang van Jared Eduard. Een man die heel goed in staat is gevoel te leggen in een lied. Je gelooft wat hij zingt. Ook een goede stemkleur die past bij dit nummer. Dat liet hij al zien in Darl Richards ‘Mi Dren’ in SuriPop XVIII. Hem wacht een goeie toekomst als hij dit weet vast te houden. Mooi debuut van Tashana Losche, maar denk ik geen winnende compositie, juist vanwege de missers in het arrangement. Tashana moet wat mij betreft wel zeker blijven schrijven.

Top 5

Aan het einde van de SuriPop XIX recensie serie, lijkt het mij interssant aan u te presenteren mijn top 5. Daarnaast ook een schaduwlijst, van de zogenaamde ‘gevaarlijke’ outsiders en de voorkeuren voor de beste video’s, aangezien die ook beoordeeld worden deze keer. Hier komen ze dan.

SuriPop XIX top 5:

  1. Drape, 2. Yu Kor’ Mi Ati 3. No Frigiti 4. Parwa Busi Tori 5. Yu Sey.

Schaduwlijst: 1. Dyamanti Lobi 2. Dek’ Ati 3. Mi Sa Tan Lobi Yu 4. Dren Lobi 5.Ik Laat Jou Gaan

Beste SuriPop XIX Video’s in willekeurige volgorde:

1.Parwa Busi Tori 2.Drape 3. No Frigiti 4. Yu Kor’ Mi Ati 5. Yu Sey 6. Dyamanti Lobi 7. Mi Sa Tan Lobi Yu.

Verantwoording

Tenslotte: ik weet voor 100% zeker dat niet een ieder het met mijn kijk op zaken eens zal zijn. Maar dat hoeft ook niet. Daarom verschillen meningen en recensies van elkaar. Het blijft een mening. Wat ik vooral in mijn commentaar heb laten gelden is in algemeen hoe ‘popwaardig’ een nummer is en vooral is het internationaal verkoopbaar? Heeft het hitpotentie? Want ik ben van oordeel dat wij ons internationaal moeten kunnen meten en niet moeten beperken tot die kleine Surinaamse markt. Je moet je ergens aan kunnen optrekken en streven naar hoger, beter, sterker, professioneler, zodat we kunnen competen met de concurrentie buiten de grenzen. In dat opzicht vindt ik dat SuriPop in editie XIX stappen terug heeft gezet. En dat is jammer. Het niveau van de nummers was bij SuriPop XVIII een stuk hoger. Het gros van de producties toen, zou je met wat modificaties kunnen verkopen. Nu zijn er veel minder nummers die die toets doorstaan. Dat moet niet kunnen. Een gemiste kans voor SuriPop, om de stijgende lijn van twee jaar terug voort te zetten. Maar hoe het ook zij, ik heb met passie, overtuiging en liefde geprobeerd de composities voor u te becommentariëren. Voor sommigen misschien te mild, voor anderen weer te scherp. Ik waardeer in elk geval uw positief kritische bijdragen. Mijn credo in deze: Hou de gezonde discussie levend! Het streven moet er altijd op gericht zijn elkaar op te trekken en niet af te breken. Kritisch waar het moet, maar samen verder naar het beste. Met genoegen, uw recensist Jeff Cramer.

JEFF-CRAMER

United News| Jeff Cramer

 

 

 

 

 

 

Facebook Comments Box