VOORSTEL VOOR EEN TWEEDE OLIERAFFINADERIJ DOOR GLIAG

Foto compilatie: Drs. Johan Tjang-A-Sjin

De Golden Lane Investments Advisory Group (GLIAG) heeft als doelstelling om te onderzoeken welke potentiele investeringen in de olie-, gas- en energiesector aanwezig zijn en deze aan de regering voor te stellen en met het doel om Foreign Direct Investments aan te trekken.

In dit verband zijn er diverse projectvoorstellen aan de regering aangeboden, vervat in 2 documenten namelijk:

  1. Sloanea gasontwikkelingsstrategie en
  2. Van grondstoffenwinning naar energie-gedreven economische transformatie.

De projecten die zijn opgesomd in deze documenten zijn:

  1. Het Gas-to-Shore project, dat door de president als een prioriteitsproject moet worden beschouwd.
  2. Aanpassing van de generatoren van EBS en SPCS voor gebruik van aardgas, ook voorgesteld door de Energy Authority Suriname (EAS) in haar Electricity Sector Plan.
  3. Productie plant voor LPG (kookgas) ter vervanging van de import en het surplus voor export.
  4. Bouw van een tweede olieraffinaderij voor de verwerking van de “light sweet crude” van TotalEnergies, die in 2028 beschikbaar komt.

Hiervoor zullen we aan de regering een investment memorandum van 13 pagina’s aanbieden.

SURINAME AAN DE VOORAVOND VAN EEN DOWNSTREAM KEUZE

Een onafhankelijke strategische visie op de toekomst van Suriname’s energiesector

Door Marcel Chin-A-Lien — Petroleum & Energy Advisor, Partner GLIAG | 23 april 2026

Suriname staat op een kruispunt dat zich slechts éénmaal per generatie aandient. De Finale Investeringsbeslissing voor GranMorgu in Block 58, genomen in oktober 2024, heeft het land onherroepelijk in een nieuw tijdperk geloodst. TotalEnergies bevestigt meer dan 750 miljoen vaten aantoonbare reserves, een FPSO ontworpen voor 220.000 vaten per dag, en eerste olie voorzien in 2028. Staatsolie heeft haar participatierecht van 20 procent uitgeoefend en de bijbehorende financiering geregeld. Dat impliceert — conceptueel — circa 150 miljoen vaten eigen ruwe olie over de levensduur van het veld, met een piekproductie van ruwweg 44.000 vaten per dag op plateau.

De vraag die Suriname nu moet beantwoorden, is niet technisch van aard. Zij is strategisch en soeverein: exporteren wij die lichte offshore ruwe olie en blijven wij de bulk van onze geraffineerde brandstoffen importeren, of grijpen wij de downstream waardeketen bij de keel en houden wij die waarde thuis?

Een structurele mismatch in het bassin

Het Guyana-Suriname Bassin produceert in hoog tempo meer lichte, zoete ruwe olie. Wat het bassin níet heeft, is een bijpassend regionaal raffinageplatform. Guyana — zelf een van de snelst groeiende olieproducenten ter wereld — heeft geen raffinaderij en importeert nog steeds geraffineerde producten, terwijl Reuters in maart 2025 berichtte dat het land zelfs overweegt ruwe olie naar de Verenigde Staten te verschepen voor raffinage en de producten vervolgens terug te importeren. CARICOM als geheel blijft afhankelijk van externe raffinagecapaciteit.

“Die structurele leemte is de strategische opening voor Suriname. Niet omdat regionale export de basis van een businesscase mag vormen — dat mag zij uitdrukkelijk niet — maar omdat de afwezigheid van downstream infrastructuur in het bassin aantoont dat wie wél investeert, een blijvend voordeel opbouwt.”

Het concept: modulair, gedisciplineerd, gefaseerd

Op basis van onafhankelijk onderzoek door Golden Lane Investments Advisory Group (GLIAG) concludeer ik dat een nieuwe modulaire raffinaderij van 20.000 vaten per dag in Fase 1 — uitbreidbaar naar 40.000 vaten per dag in Fase 2 — de meest prudente strategische optie is, mits ingebed in een bredere energie-hubarchitectuur.

De redenering is drieledig. Ten eerste verandert de soevereine entitlement de economische logica fundamenteel: wanneer een staat eigen aandeel ruwe olie ontvangt, is de vraag niet langer alleen hoeveel belasting en royalty zij incasseert, maar ook waar in de waardeketen zij wil participeren. Ten tweede heeft binnenlandse brandstofzekerheid strategische waarde die de zuivere raffinagemarges overstijgt: importsubstitutie, voorraadbeheer, het behoud van vakkennis en verminderde afhankelijkheid van externe aanvoerketens zijn evenzeer van belang. Ten derde eist schaaltucht: te groot bouwen, te generiek in de productmix, of te afhankelijk van speculatieve derde-partij feedstock — dat zijn de klassieke faalpatronen van raffinageprojecten in opkomende producentenlanden. Het modulaire, vraag-eerst-concept vermijdt elk van deze valkuilen.

Binnenlandse vraag als fundament

Suriname’s totale vraag naar vloeibare brandstoffen — diesel, benzine, kerosine en LPG — ligt indicatief tussen de 13.000 en 16.000 vaten per dag, met diesel als dominante component voor transport, mijnbouw, energieopwekking en logistiek. Een raffinaderij van 20 kbpd dekt die vraag volledig met enige groeiruimte. Dat is de juiste commerciële positionering: binnenlandse dekking als fundament, regionaal export als opwaarts potentieel.

De financiële logica

Conceptuele scenario-analyse toont aan dat het basisscenario — een crack spread van USD 15 per vat — een ongeheverde IRR van circa 12,7 procent oplevert met een terugverdientijd van minder dan zeven jaar op een Phase 1 CAPEX van USD 375 miljoen. Het negatieve scenario is nuchter maar rationaliseerbaar wanneer brandstofzekerheid en importsubstitutie mee worden gewogen. Het positieve scenario is overtuigend.

Geen staatsmonopolie, maar een hybride consortium

Staatsolie draagt reeds de zware last van haar GranMorgu-participatiefinanciering. Een raffinaderijproject moet het risico spreiden, niet concentreren. Het aanbevolen model is een hybride consortium: Staatsolie als strategisch anker voor feedstock en nationale beleidsafstemming, een gespecialiseerde operator voor technische executie, en een trading- en logistiekpartner voor commerciële optimalisering. Governance en verrekenprijsbescherming zijn daarbij geen juridische formaliteiten — zij zijn de ruggengraat van het project.

De soevereine keuze

Suriname hoeft deze kans niet te grijpen. Ruwe olie exporteren en geraffineerde producten importeren is een legitieme keuze. Maar het is een keuze die gemaakt moet worden met open ogen, na serieuze kwantitatieve vergelijking van beide paden.

“Block 58 heeft Suriname een generatiekans gegeven. De vraag is niet hóé het land de olie inkomsten genereert. De vraag is of Suriname olie omzet in een nationaal economisch systeem — of die kans laat passeren.”

INGEZONDEN|Drs. Johan Tjang-A-Sjin; E-mail: johan@tjang-a-sjin.com

 

Facebook Comments Box