GUYANA BIJ ICJ | ESSEQUIBO NOOIT BESTUURD DOOR SPANJE OF VENEZUELA
Foto: Carl Greenidge, Guyana’s vertegenwoordiger in de zaak rond de geldigheid van de arbitrale uitspraak van 1899, en Donnette Streete, directeur van de Frontiers Division van het Guyanese ministerie van Buitenlandse Zaken.| Bron: Demerara Waves
Guyana heeft maandag voor het Internationaal Gerechtshof (ICJ) betoogd dat noch Spanje, noch Venezuela ooit het gezag heeft uitgeoefend over de Essequibo-regio, het uitgestrekte gebied van circa 160.000 vierkante kilometer waarop Venezuela aanspraak blijft maken.
Tijdens de zittingen stelde Donnette Streete, directeur van de Frontiers Division van het Guyanese ministerie van Buitenlandse Zaken, samen met Carl Greenidge, Guyana’s vertegenwoordiger in de zaak over de geldigheid van de arbitrale uitspraak van 1899, dat Nederlandse kolonisten de eerste Europese aanwezigheid in het gebied vormden. Volgens hen werd het gebied vervolgens ontwikkeld en bestuurd door nazaten van tot slaaf gemaakten en contractarbeiders uit Afrika en Azië, die tussen de 17e en 19e eeuw door Nederlandse en later Britse koloniale machten naar Guyana werden gebracht.
Streete benadrukte dat Guyana tot op heden feitelijk bestuur uitoefent over Essequibo. Het land int er belastingen, organiseert verkiezingen waarbij negen parlementariërs uit de regio worden gekozen, en voert actief milieubeleid in een gebied dat bekendstaat om zijn rijke biodiversiteit. Uit de volkstelling van 2022 blijkt bovendien dat er 313.175 mensen wonen in de regio, goed voor meer dan een derde van de totale bevolking van Guyana. Onder hen bevinden zich leden van negen inheemse volkeren, de oorspronkelijke bewoners van het gebied.
Greenidge onderbouwde Guyana’s positie met historisch kaartmateriaal en geografische gegevens. Hij wees erop dat Spaanse nederzettingen zich historisch niet ten oosten van de Orinoco bevonden en dat de dichtstbijzijnde Spaanse post, San Tomé, op aanzienlijke afstand lag van Essequibo. Daarnaast presenteerde hij een lijst van 35 plaatsen in de regio die tot op heden Nederlandse namen dragen, als bewijs van langdurige Nederlandse aanwezigheid.
Volgens Greenidge begint de postkoloniale geschiedenis van Guyana met de komst van de Nederlanders in 1598. In 1616 stichtten zij de kolonie Essequibo en bouwden zij Fort Kykoveral aan de Mazaruni-rivier als bestuurlijk centrum. Van daaruit werd het gebied westwaarts richting de Orinoco verder ontwikkeld en bestuurd. In 1621 nam de Nederlandse West-Indische Compagnie het bestuur over, waarna in 1744 het administratieve centrum werd verplaatst naar Fort Zeelandia.
“De Spanjaarden waren nergens te bekennen ten oosten van de Orinoco,” verklaarde Greenidge tegenover het hof. “Hun meest oostelijke nederzetting lag ver verwijderd van andere Spaanse posities, wat hun beperkte aanwezigheid in de regio onderstreept.”
Eerder op de dag riep de Guyanese minister van Buitenlandse Zaken, Hugh Todd, Venezuela op om zich bij voorbaat te committeren aan het respecteren van de uiteindelijke uitspraak van het hof. Guyana heeft zelf opnieuw bevestigd zich te zullen houden aan het oordeel van het ICJ, zoals vereist onder het Handvest van de Verenigde Naties en het statuut van het hof.
Ook juridisch zette Guyana zijn argumentatie kracht bij. Advocaat Pierre d’Argent verwees naar eerdere uitspraken van het hof in 2020 en 2023, waarin relevante aspecten van het grensgeschil reeds zijn behandeld. Volgens hem heeft Venezuela het beginsel van res judicata – dat uitspraken definitief en bindend zijn – nooit formeel aangevochten via de daarvoor vereiste procedure. Daardoor blijven deze uitspraken juridisch van kracht.
Een andere raadsman van Guyana, Paul Reichler, herinnerde het hof eraan dat Venezuela de arbitrale uitspraak van 1899 meer dan zestig jaar lang heeft erkend en nageleefd. Pas in 1962 stelde Venezuela de geldigheid ervan officieel ter discussie, gevolgd door verdere bezwaren in 1963 – ruim zes decennia na ratificatie van het onderliggende verdrag.
Met deze combinatie van historische, demografische en juridische argumenten probeert Guyana het hof ervan te overtuigen dat zijn soevereiniteit over Essequibo zowel feitelijk als rechtens stevig is verankerd, en dat de Venezolaanse claims geen grondslag hebben in bestuur, geschiedenis of internationaal recht.
UNITEDNEWS|REGIO
