GUYANA-SURINAME BEKKEN HERBERGT MOGELIJK HONDERDEN MILJARDEN VATEN OLIE-EQUIVALENT

Het totale volume aan gegenereerde olie en gas in het Guyana-Surinamebekken zal waarschijnlijk nooit exact kunnen worden vastgesteld, maar nieuwe analyse toont aan dat de schaal van het systeem aanzienlijk groter moet zijn dan de reeds ontdekte reserves. 

Dat stelt energieadviseur Marcel Chin-A-Lien in een recente studie. Volgens de analyse is absolute kwantificering van de totale petroleumproductie in het bekken onmogelijk door geologische onzekerheden, onvolledige data en de complexiteit van ondergrondse processen. Wat wél met hoge mate van zekerheid vaststaat, is de omvang van reeds ontdekte koolwaterstoffen. Deze vormen het uitgangspunt voor een reconstructie van de minimale hoeveelheid olie en gas die het bekken moet hebben gegenereerd.

Uitgaande van deze zogenoemde ‘discovery-anchored’ methode concludeert de studie dat het Guyana-Surinamebekken ten minste enkele honderden miljarden vaten olie-equivalent moet hebben voortgebracht.

Zelfs onder conservatieve aannames komt de minimale gegenereerde hoeveelheid uit op circa 400 tot 700 miljard vaten olie-equivalent. In minder efficiënte scenario’s kan dit oplopen tot boven de 1.000 miljard.

De redenering is gebaseerd op het feit dat slechts een fractie van alle gevormde koolwaterstoffen uiteindelijk wordt gevangen in reservoirs en economisch winbaar blijkt. Factoren zoals migratie, verlies en beperkte trapping-efficiëntie zorgen ervoor dat het merendeel van de gegenereerde olie en gas nooit wordt ontdekt.

De huidige ontdekkingen in het bekken bedragen naar schatting circa 50 miljard vaten olie-equivalent in situ. Daarvan bestaat het grootste deel uit olie, aangevuld met aanzienlijke volumes gas en condensaat. Deze cijfers impliceren dat het reeds ontdekte slechts een deel vertegenwoordigt van het totale potentieel.

Opvallend is dat het bekken volgens de studie geen puur oliegedomineerd systeem is, maar eerder een zogenoemd ‘dual-phase’ systeem, waarin zowel olie als gas een prominente rol spelen. Naar schatting bestaat 50 tot 60 procent uit olie, terwijl gas goed is voor 30 tot 40 procent en condensaat circa 10 procent vertegenwoordigt. Vooral het gaspotentieel wordt volgens de auteur nog onderschat en onvoldoende verkend.

De implicaties voor verdere exploratie zijn aanzienlijk. Een groot deel van de aanwezige koolwaterstoffen bevindt zich mogelijk nog in onontdekte reservoirs, is nog onderweg door het gesteente of is technisch (nog) niet winbaar. Dit wijst op een aanzienlijke ruimte voor nieuwe ontdekkingen, met name in minder onderzochte delen van het bekken.

Strategisch gezien onderstreept de studie dat het Guyana-Surinamebekken moet worden beschouwd als een petroleumprovincie van wereldformaat, vergelijkbaar met grote offshorebekkens langs de Atlantische marges. Daarbij zal de uiteindelijke economische waarde niet alleen afhangen van de omvang van de reserves, maar vooral van de wijze waarop deze worden ontwikkeld en vermarkt.

Voor olie ligt de nadruk momenteel op productie via drijvende installaties, terwijl voor gas fundamentele keuzes nog openliggen, zoals export via LNG of verwerking via zogeheten gas-to-shore-projecten.

De kernconclusie van het onderzoek is dat niet zozeer het exacte volume doorslaggevend is, maar de schaal van het onderliggende systeem. Die schaal maakt duidelijk dat het bekken zich nog in een relatief vroege ontwikkelingsfase bevindt en dat het potentieel verre van uitgeput is.

Hoewel de totale omvang van de olie- en gasvoorraden nooit volledig met zekerheid zal worden vastgesteld, bieden de huidige ontdekkingen volgens de studie een robuuste ondergrens. Die ondergrens wijst op een enorm, nog niet volledig ontsloten energiesysteem met aanzienlijke toekomstige perspectieven voor zowel Suriname als Guyana.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box