PARLEMENTSLEDEN UITEN KRITIEK OP BEGROTINGSBELEID, FOCUS OP OLIE EN GEBREK AAN TRANSPARANTIE
Fotocompilatie: De DNA-leden Ronny Asabina (BEP-fractieleider), Jennifer Vreedzaam (NDP), Silvana Afonsoewa (NDP) en Jeffrey Lau (NPS).
De behandeling van de overheidsbegroting in De Nationale Assemblee (DNA) heeft geleid tot een stroom van kritiek vanuit de oppositie en coalitie.
Parlementariërs uitten diepe bezorgdheid over de eenzijdige focus van de regering op toekomstige olie-inkomsten, het gebrek aan openheid over miljardencontracten en een haperende bestuurlijke structuur.
Kwetsbare schuldstrategie en vrees voor ‘oliescenario’
Assembleelid Jeffrey Lau (NPS) opende de aanval op het financiële langetermijnbeleid. Hoewel de regering voorspelt dat de staatsschuld vanaf 2029 weer onder de wettelijke norm van 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zal zakken, is deze raming volgens Lau louter gebaseerd op een uiterst gunstig oliescenario.
Hij waarschuwde dat de schuldnorm zonder deze offshore-inkomsten onhaalbaar is, wat de hele nationale schuldstrategie wankel maakt. Lau eiste de uitwerking van een ‘stressscenario’ voor het geval de olieproductie vertraging oploopt, olieprijzen kelderen of de wereldwijde energietransitie versnelt.
Suriname moet zich volgens hem niet voortijdig rijk rekenen en onverminderd inzetten op economische diversificatie.
De roep om transparantie werd kracht bijgezet door BEP-fractieleider Ronny Asabina. Hij eiste onmiddellijke inzage in de geheime deals die Staatsolie heeft gesloten met buitenlandse multinationals, zoals TotalEnergies. Asabina noemde het onacceptabel dat het parlement blind moet vertrouwen op de gemaakte afspraken terwijl wezenlijke informatie over milieuclausules, geschillenregelingen en fiscale bepalingen achtergehouden wordt. Bovendien temperde hij het optimisme over snelle staatsinkomsten; vanwege de fiscale verrekening van gigantische aanloopverliezen door de oliemaatschappijen, zullen substantiële belastingopbrengsten vermoedelijk pas vele jaren na de start van de productie op gang komen. Hij herinnerde de regering aan de belofte om een speciaal parlementair comité naar de contracten te laten kijken.
Naast de oliediscussie lag ook de interne organisatie van de overheid onder vuur. NDP-parlementariër Jennifer Vreedzaam trok fel van leer tegen de groeiende invloed van het Kabinet van de President op de beleidsuitvoering. Volgens Vreedzaam overschrijdt het kabinet zijn grondwettelijke boekje door taken van ministeries over te nemen of te delegeren, in plaats van zich te beperken tot coördinatie en monitoring. Deze werkwijze leidt tot verwarring en ad-hocbeleid. Met het oog op de komende olie-economie eiste Vreedzaam een rigoureuze modernisering van het overheidsmanagement, met heldere verantwoordelijkheden en betrouwbare data, om te voorkomen dat de nieuwe miljoenenstromen in een inefficiënt bestuurlijk moeras verdwijnen.
Ook legde Silvana Afonsoewa (NDP) de vinger op de zere wond van de cijfers zelf. Voor het komende dienstjaar raamt de overheid SRD 77,5 miljard aan uitgaven tegenover slechts SRD 64,6 miljard aan inkomsten. Dit gapende tekort dwingt de staat tot het aangaan van nieuwe leningen, wat de schuldenlast verder vergroot. Omdat het gros van de begroting opgaat aan vaste lasten zoals ambtenarensalarissen, subsidies en schuldaflossingen, blijft er volgens Afonsoewa nauwelijks geld over voor tastbare maatschappelijke investeringen. Zij eiste helderheid over de besteding van budgetten voor sociale programma’s en ‘speciale projecten’, en vroeg hernieuwde aandacht voor de slepende infrastructuurproblemen rond de Van ’t Hogerhuysstraat. Ook pleitte zij voor strenger financieel toezicht op onderwijsprojecten en de exploitatie van gerenoveerde sportaccommodaties
UNITEDNEWS
