BHARRAT | “CORENTYNE-BLOK BLIJFT VAN GUYANA — CGX ZELF VERANTWOORDELIJK VOOR AANDEELHOUDERS”

Foto: Minister van Natuurlijke Hulpbronnen Vickram Bharrat | Bron: OilNow.gy

Minister van Natuurlijke Hulpbronnen Vickram Bharrat blijft onvermurwbaar: de vergunning voor het zogeheten ‘Corentyne-blok’ is per 28 juni 2024 verlopen en het gebied is definitief teruggekeerd naar de Guyanese staat.

Dit diepzeeblok — dat niet verward moet worden met de Corantijnrivier of de Surinaamse maritieme zone — ligt in het zeegebied dat in 2007 door het VN-Zeerechttribunaal aan Guyana werd toegewezen. Guyana gaf deze specifieke offshore-concessie destijds uit aan oliebedrijf CGX.

Hoewel de bewindsman medeleven betuigt aan gedupeerde investeerders, benadrukt hij dat niet de overheid, maar het bestuur van oliebedrijf CGX Energy verantwoording verschuldigd is aan de aandeelhouders.

In de marge van de lancering van de Caribbean Energy Week 2027 in Georgetown reageerde minister Bharrat op de aanhoudende onzekerheid onder beleggers. Hij gaf aan dat veel hardwerkende mensen in het project hebben geïnvesteerd en dat de regering met hen meeleeft, maar onderstreepte dat de overheid CGX niet beheert. De leiding van het oliebedrijf moet volgens hem zelf antwoorden bieden aan haar achterban. Bharrat benadrukte dat hij uitsluitend de nationale olie- en gassector beheert en dat de overheid op geen enkele wijze aansprakelijk kan worden gehouden.

Het Canadese CGX Energy en partner Frontera Energy — die respectievelijk een belang van 27,48 procent en 72,52 procent in de joint venture houden — bestrijden de lezing van de overheid. De bedrijven stellen dat hun rechten onder de petroleumovereenkomst nog steeds van kracht zijn, ondanks dat de vondsten Kawa-1 en Wei-1 voor het verstrijken van de termijn niet tot commerciële ontwikkeling zijn gebracht.

Volgens minister Bharrat is de kwestie echter al geruime tijd afgedaan. Hij verduidelijkte dat er voor hem als minister geen wettelijke basis of juridisch instrument bestaat om een verlopen licentie alsnog te verlengen, en dat CGX bovendien heeft verzuimd om een nieuwe vergunning aan te vragen.

Als gevolg van deze juridische onzekerheid boekte CGX de waarde van het Corentyne-project in 2025 al volledig af. Per medio 2026 staat de activa-waarde op de balans nog steeds op nul, al claimt de onderneming dat deze boekhoudkundige verwerking losstaat van haar juridische claims.

Ondanks de slepende strijd over het offshore-blok zet CGX haar operationele activiteiten op het vasteland wel voort. Dochteronderneming Grand Canal Industrial Estates Inc. sloot medio juni 2026 een commerciële overeenkomst voor het gebruik van de Berbice River Port, waarbij specifieke havencapaciteit en zes hectare aan opslagterrein aan een klant ter beschikking worden gesteld.

UNITEDNEWS|REGIO

 

Facebook Comments Box