GUYANA’S DROOM VAN EEN EIGEN OLIERAFFINADERIJ | STRATEGISCHE NOODZAAK OF EEN MILJARDENSTROP?

Foto: jurist en registeraccountant Christopher Ram.|Bronnen : OilNow, Kaieteur News

Met de aankondiging van een nieuw nationaal oliebedrijf, gebouwd rond een binnenlandse raffinaderij en een sterk vergrote opslagcapaciteit, zet de Guyanese president Irfaan Ali opnieuw in op grootschalige ambities.

Volgens Ali moet het project niet alleen de nationale energievoorziening garanderen, maar Guyana ook positioneren als de primaire brandstofleverancier voor de Caribische Gemeenschap (CARICOM). Hoewel het concept van een integraal ‘energie-ecosysteem’ aantrekkelijk klinkt, ontbreekt het aan een concreet zakelijk fundament. Vragen over het eigenaarschap, de financiering, de schuldenlast en de grens tussen politieke inmenging en commerciële verantwoordelijkheid blijven vooralsnog onbeantwoord.

President Ali schroomt niet groots te denken, blijkens plannen voor een regionale voedselhub en een centrum voor kunstmatige intelligentie, maar eerdere projecten laten zien dat de realiteit zijn visie zelden bijhoudt. Het veelbesproken project om de voedselimporten van de regio vóór eind 2025 met een kwart terug te dringen, werd begin 2025 stilzwijgend doorgeschoven naar 2030.

Waar een uitgestelde deadline bij een landbouwinitiatief verdedigd kan worden met excuses over extreme weersomstandigheden, is dat bij een raffinaderij onmogelijk. Vertragingsschade bij kapitaalintensieve infrastructurele projecten vertaalt zich direct in renteaccumulatie, onbenut kapitaal en zware omzetverliezen.

De economische haalbaarheid van een Guyanese raffinaderij staat bovendien ernstig ter discussie. Een haalbaarheidsstudie uit 2017 concludeerde reeds dat een raffinaderij met een capaciteit van 100.000 vaten per dag financieel niet rendabel was en een investering van circa 5,2 miljard dollar zou vereisen. Hoewel de situatie in Guyana sindsdien drastisch is veranderd en de winning van ruwe olie inmiddels richting de een miljoen vaten per dag stijgt, verandert dat niets aan de marktlogica. De ruwe olie die aan een eigen raffinaderij wordt geleverd, is immers niet gratis. Elke barrel die aan de staatsraffinaderij wordt toegewezen, brengt een alternatieve kostenpost met zich mee gelijk aan de internationale marktwaarde. Om winstgevend te zijn, moet de raffinaderij die marktwaarde, de operationele kosten en de kapitaallasten terugverdienen in een markt waar de raffinagemarges historisch gezien extreem volatiele schommelingen vertonen.

Het argument dat een eigen raffinaderij noodzakelijk is voor de nationale energiezekerheid houdt eveneens weinig stand. Energiezekerheid wordt primair gewaarborgd door diversificatie van importbronnen, strategische reserves en een robuuste distributie-infrastructuur. Een raffinaderij kan juist een bron van onzekerheid vormen als gevolg van technische storingen, onderhoudsproblemen of arbeidsconflicten. Een sprekend voorbeeld is buurland Trinidad en Tobago: ondanks decennia aan industriële ervaring sloot het land de verlieslatende Petrotrin-raffinaderij en koos het voor een herstructurering gericht op brandstofimport, opslag en handel.

Guyana beschikt niet over de industriële ervaring van Trinidad en kan zich geen misstap veroorloven. Het exploiteren van een raffinaderij vereist diepgaande technische, financiële en commerciële expertise. Zonder een actuele, onafhankelijke en openbare haalbaarheidsstudie dreigt het project te veranderen in een gevaarlijk politiek prestigeproject dat de belastingbetaler duur te staan kan komen te staan.

UNITEDNEWS|REGIO

 

Facebook Comments Box