EEN GOEDE WET IN VERKEERDE HANDEN
De oprichting van een zelfstandige Belastingdienst is een goede stap, die ik van harte steun. Suriname heeft een moderne, slagvaardige dienst nodig, zeker nu de olie- en gasinkomsten eraan komen.
De Wet Belastingdienst Suriname (S.B. 2024 no. 176) is in werking, maar moet nog worden geïmplementeerd. Juist daarom moet nu worden gezegd wat er mis is. Zoals het er nu voor staat, wordt een goede wet uitgevoerd op een manier die elk beginsel van goed bestuur met voeten treedt.
De nieuwe wet geeft de directeur enorme macht. Artikel 9 legt bij haar de dagelijkse leiding, het fiscale beleid, de belastingwetgeving, internationale zaken, het personeelsbeleid en zelfs de interne controle en internal audit. Zij stelt werknemers aan en ontslaat hen.
De ontwerp-Algemene Wet Belastingen, die binnenkort in De Nationale Assemblée komt, geeft haar daarbovenop vele bevoegdheden zoals wanneer een belastingplichtige strafvervolging mag afkopen (artikel 83).
Zoveel macht kan alleen met stevig toezicht. Dat toezicht legt de wet bij de minister van Financiën en Planning. Zij draagt de directie voor benoeming, schorsing en ontslag voor, stelt hun salaris vast, verleent décharge en benoemt en ontslaat de Raad van Toezicht (artikelen 7, 14 en 25).
De directeur is Marita Wijnerman. De minister is haar zus, Adelien Wijnerman. Daarmee is het hele toezicht op de Belastingdienst een familieaangelegenheid geworden. De minister stelt het salaris van haar zus vast, beoordeelt haar functioneren en verleent haar décharge. Zij benoemt de toezichthouders die haar zus moeten controleren en kan hen wegsturen als dat toezicht ongemakkelijk wordt. Geen enkele bestuurscode ter wereld zou dit accepteren. Dat beide zussen dit laten voortbestaan, en dat de regering het toestaat, is onverantwoord.
De gevolgen raken iedere burger. De minister mag op grond van artikel 27 alle gegevens van de dienst opvragen; de directeur kan straks de geheimhouding opheffen. Liggen beide sleutels in één familie, dan is er geen slot meer. Wie kritiek heeft op de regering, of concurreert met een bevriende ondernemer, heeft geen enkele waarborg dat zijn dossier niet wordt ingezien. Schikkingen worden binnenskamers getroffen. En als het misgaat, moet de minister verantwoording afleggen over het handelen van haar eigen zus. Dat is geen controle, dat is een gesloten circuit.
Het gaat verder. Aan het hoofd van de nieuwe olie- en gasunit staat sinds september Vasisthà Parmessar, zoon van NDP-assembleelid Rabin Parmessar. Deze unit moet de belangrijkste toekomstige inkomstenbron van het land bewaken.
Wie zou je daar verwachten? Een ervaren specialist met jaren werk in de sector. Parmessar heeft geen enkele ervaring in olie en gas en geen enkel trackrecord in dit vak. Zijn cv vermeldt een paar jaar bij een belastingadvieskantoor. Toch geeft hij leiding aan inspecteurs die bij resolutie van de President zijn benoemd en heeft hij toegang tot alle dossiers en systemen van de dienst.
Een formele aanstelling bij de Belastingdienst is er niet, terwijl de wet bepaalt dat werknemers door de directeur worden aangesteld. Zijn riante vergoeding wordt betaald door Staatsolie, de partij die zelf de productiedelingscontracten sluit met de oliemaatschappijen waarvan deze unit de heffing moet bewaken. Wie de controleur betaalt, bepaalt de controle. Een onervaren zoon van een regeringsparlementariër, betaald door een staatsbedrijf, zonder aanstelling en zonder verantwoording, op de gevoeligste plek van de fiscus: zo schaad je het vertrouwen in een dienst nog voordat die goed en wel bestaat.
Er is nog tijd om dit te herstellen, want de implementatie moet nog plaatsvinden. Vier stappen zijn nodig. Eén: een van beide zussen treedt terug, of het toezicht gaat naar een andere minister. Twee: de olie- en gasunit krijgt een hoofd dat via een open procedure is geselecteerd op ervaring in de sector, formeel is aangesteld en door de Belastingdienst zelf wordt betaald. Drie: ontheffing van de geheimhoudingsplicht komt onder rechterlijke of parlementaire toetsing. Vier: de Raad van Toezicht wordt onafhankelijk en kan niet naar believen door de minister worden ontslagen.
De Assemblée heeft het bij de behandeling van de Algemene Wet Belastingen in de hand. Een Belastingdienst draait op vertrouwen. Dat vertrouwen begint met afstand tussen wie heft en wie controleert.
INGEZONDEN|K. SCHREUDERS
À TITRE PERSONNEL
