COLUMN | WE KUNNEN 30.000 WONINGEN BOUWEN — MAAR NIET OP DE MANIER WAAROP WE NU BOUWEN

Foto: (v.l.n.r.) Presentator Henk John Guicherit in gesprek met Oliver Smit.

Business Radio: Na de Uitzending….. Wat mij in de uitzending van deze week het meest opviel, was de tegenstelling tussen ambitie en uitvoering. Op papier ging het over woningbouw, aannemers, kwaliteit, appartementen en de kansen die oil & gas de bouwsector gaat brengen.

In werkelijkheid ging het over een veel fundamentelere vraag: is onze bouwsector professioneel genoeg voor wat Suriname de komende jaren van haar gaat vragen?

Aan tafel zat Oliver Smit van ABT en Firm Engineering. Ik legde hem meteen een grote vraag voor. Als Suriname daadwerkelijk tienduizenden woningen nodig heeft, hebben we dan überhaupt de capaciteit om die te bouwen? Zijn antwoord was verrassend duidelijk: ja. Maar daar kwam direct iets belangrijks achteraan.

Dertigduizend woningen bouw je niet door dertigduizend keer opnieuw een individueel huis te ontwerpen en op traditionele wijze neer te zetten. Volgens Oliver moeten we veel meer richting systeembouw, prefab, gestapeld bouwen en vooral standaardisatie.

En precies dat woord bleef bij mij hangen: standaardisatie. Want even later kwam het gesprek op iets wat bijna iedereen die in Suriname ooit privé heeft gebouwd zal herkennen: frustratie met aannemers.

Ik zei het in de uitzending vrij ongefilterd. Vrijwel iedereen die ik ken die een woning heeft gebouwd, heeft klachten. Over kwaliteit. Planning. Doorlooptijd. Vakmanschap. Afspraken die niet worden nagekomen. En vooral over het gevoel dat je er zelf voortdurend bovenop moet zitten om te voorkomen dat iets misgaat.

Oliver probeerde het eerst nog wat te nuanceren. Maar daarna zei hij iets wat volgens mij veel belangrijker was: “We zijn over het algemeen niet zo serieus met op tijd komen, op tijd beginnen en op tijd dingen opleveren.”

Dat is een pijnlijke constatering.

Want dit is geen technisch probleem.

Dit is een professionaliteitsprobleem.

En het wordt nog interessanter wanneer je kijkt naar hoe wij bouwen. Iedereen doet volgens Oliver nog te veel “zijn eigen ding”.

Details verschillen per project, tekeningen verschillen, werkwijzen verschillen en er is onvoldoende standaardisatie van wat in Suriname als goede bouwkwaliteit geldt.

Hij gaf Barbados als voorbeeld: leg als land gewoon vast aan welke standaarddetails en kwaliteitseisen een bouwwerk moet voldoen.

We proberen kwaliteit nu vaak achteraf te controleren, terwijl je kwaliteit veel beter vooraf kunt organiseren. Met standaarden, met goede contracten, met classificatie van aannemers, met professioneel toezicht. En vooral met consequenties wanneer afspraken niet worden nagekomen.

Dat geldt trouwens niet alleen voor de aannemer.

Ook de particuliere opdrachtgever heeft verantwoordelijkheid. Oliver adviseerde iedereen die gaat bouwen om te beginnen met een goede aannemingsovereenkomst. Betaal op basis van geleverde prestaties. Werk met retentie. Geef niet zomaar grote voorschotten weg en zorg dat je contractueel een stok achter de deur hebt.

Maar terwijl we praten over de problemen van vandaag, komt er ondertussen iets veel groters op ons af: Oil & gas. Volgens Oliver merken we de eerste effecten nu al. Arbeidskosten in de bouw stijgen volgens hem jaarlijks met ongeveer acht tot tien procent en de komende jaren zal de druk op capaciteit verder toenemen. Guyana heeft laten zien wat er kan gebeuren wanneer ineens iedereen tegelijk wil bouwen.

Meer woningen. Hotels. Loodsen. Havens. Appartementen. Bedrijfsgebouwen. En iedereen zoekt dezelfde mensen. Daar ontstaat volgens mij de volgende paradox. We hebben straks waarschijnlijk méér opdrachten dan ooit. Maar mogelijk onvoldoende goed opgeleide mensen om ze uit te voeren.

Toen ik Oliver vroeg waar Suriname daarom nu als eerste in moet investeren, hoefde hij niet lang na te denken:

“Honderd procent inzetten op onderwijs.”

En ook daar werden de cijfers ongemakkelijk. Voor bouwkunde en infrastructuur aan de universiteit zijn volgens Oliver jaarlijks slechts ongeveer tien tot twaalf inschrijvingen in totaal. Terwijl we eerder richting twintig tot vijfentwintig per discipline zouden moeten gaan.

Daaronder speelt hetzelfde probleem bij PTC en NATIN.

Ook buitenlandse aannemers zien mogelijkheden, omdat wij zelf onvoldoende capaciteit ontwikkelen.

Oil & gas kan die situatie verslechteren.

Maar het kan haar ook verbeteren.

Oliver herinnerde aan de bouw van de grote bruggen in Suriname. Zulke projecten brachten niet alleen infrastructuur. Ze brachten kennis, nieuwe technieken en opleiding van lassers, betonwerkers, vlechters en andere vakmensen.

Een bouwboom hoeft dus niet alleen prijzen omhoog te jagen. Hij kan een sector ook professionaliseren. Maar dat gebeurt niet vanzelf.

Daar zit voor mij de kern van deze uitzending.

Suriname heeft geen gebrek aan bouwambities.

We hebben gebrek aan een systeem dat kwaliteit reproduceerbaar maakt.

Standaarden. Vakopleiding. Goede contracten. Toezicht. Certificering. En vooral uitvoering.

Want je kunt dertigduizend woningen beloven.

Maar zonder vakmensen, standaardisatie en professionele discipline bouw je vooral dertigduizend nieuwe kansen op frustratie.

De les van deze week is voor mij daarom helder: de bouwsector moet niet méér bouwen. Zij moet vooral beter leren bouwen.

Link uitzending 1 november 2026 https://youtu.be/-0VV5XH4kB8?si=vWZzSzWGyKz6x98g

ADVERTORIAL|BUSINESS RADIO

Facebook Comments Box