ZES PORTRETTEN: SURINAME ZIT IN HUN VEZELS
Ze wonen of zijn opgegroeid in Nederland, maar Suriname is nooit ver weg. Het talent, de bestsellerschrijver en de grande dame: bij deze Surinaams-Nederlandse schrijvers speelt de zoektocht naar hun wortels in een rijk, soms duister verleden een belangrijke rol.
» Het talent «
Tessa Leuwsha
Tessa Leuwsha (Amsterdam, 1967) vertrok na haar studie voor de liefde naar Suriname. Na de romans ‘De Parbo-blues’ (2005) en ‘Solo, een liefde’ (2009) verscheen in 2015 haar eerste non-fictieboek. ‘Fansi’s stilte’ gaat over de zoektocht naar het leven van Fancelyne Evelyne Cummings, de grootmoeder van Leuwsha. Pas als Fansi dik in de zeventig is verlaat ze Suriname en verhuist ze naar Nederland, waar haar negen kinderen zich al eerder vestigden. Maar wie is deze zwijgzame vrouw eigenlijk?
» De grande dame «
Ellen Ombre
Ellen Ombre (Paramaribo, 1948) debuteerde in 1992 met de verhalenbundel ‘Maalstroom’; haar eerste roman verscheen in 2004 (‘Negerjood in moederland’). Haar tweede roman, ‘Erfgoed’ (2014), vertelt het verhaal van Lakshmi Kanhai, die in Nederland samenwoont met haar moeder. Als Lakshmi na een korte affaire zwanger raakt, besluit ze het kind te houden. Na de geboorte ontdekt ze de parallellen met haar eigen ontstaansgeschiedenis: ook háár vader verdween uit beeld. Ze wordt nieuwsgierig naar hem en zoekt hem op in Suriname, maar dat brengt meer teweeg dan ze vooraf dacht.
» De belofte «
Karin Amatmoekrim
Karin Amatmoekrim (Paramaribo, 1976) studeerde psychologie en moderne letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam voor ze in 2004 debuteerde met ‘Het knipperleven’. In ‘De man van veel’ (2013), haar vijfde roman, belicht ze het leven van de Surinaamse verzetsstrijder Anton de Kom (1898-1945). Die wordt, als antikoloniaal, zonder proces gevangengezet en met zijn gezin naar Nederland verbannen. Ze leiden er een leven in armoe, en bovendien wordt De Kom in 1939 gedwongen opgenomen in een psychiatrische kliniek. Tijdens zijn verblijf daar dringt het verleden zich aan hem op.
» De bestseller schrijver «
Cynthia McLeod
Cynthia McLeod (Paramaribo, 1936) werd geboren als vierde kind van Johan Ferrier, de eerste president van de republiek Suriname. Haar debuut, ‘Hoe duur was de suiker’, kwam uit in 1987 en werd verfilmd in 2013. Met dit boek schetst McLeod een portret van het leven op een grote suikerplantage aan het einde van de 18de eeuw. Hoewel de zusjes Sarith en Elza beschermd opgroeien in een rijke planters-familie, komen ze toch in aanraking met de Boni-oorlogen.
» De meester-verteller «
Rihana Jamaludin
Rihana Jamaludin (Paramaribo, 1959) werkte als kunstenaar en docent voor ze zich toelegde op het schrijven. Haar debuutroman, ‘De Zwarte Lord’ (2009), speelt zich af in het Suriname van de 19de eeuw. Regina Winter wordt grootgebracht in een pleeggezin in Den Bosch. Over haar afkomst weet ze weinig, behalve dat ze werd geboren in Suriname. Als ze de kans krijgt daar les te gaan geven aan de rijke kleurling Walther Blackwell, die van zijn vader een plantage erfde, grijpt ze die met meteen aan.
» De gelauwerde «
Astrid Roemer
Astrid Roemer (Paramaribo, 1947) kreeg dit jaar de P.C. Hooftprijs toegekend omdat haar romans volgens de jury niet alleen ‘scherpe en relevante interventies in het publieke debat’, maar ook ‘complexe verbeeldingen van de geschiedenis van Suriname’ zijn. Met haar tweede roman, ‘Over de gekte van een vrouw’ (1982), een zoektocht naar de vrouwelijke identiteit, brak ze door in Nederland. Noenka slaagt er niet in het geluk te vinden. Na een huwelijk met een agressieve man, tal van mislukte relaties, een abortus en de dood van haar moeder vindt ze eindelijk rust, bij haar vriendin Gabriëlle.
Krantentitel: ‘Letteren uit de West’











