COLUMN: ZIJN WIJ SURINAMERS WEL DOORDRONGEN VAN WAT DEMOCRATIE WERKELIJK IS?
Columnist: Rogier I. Cameron | Het schooljaar zit er weer op en de vakantie is begonnen. Traditioneel zijn het aantal blijvenzitters en niet geslaagden weer in aantal toegenomen. Enige tijd geleden vond er een ware revolutie plaats in onderwijs land. Omdat je maar dom bent als je niet slaagt voor de Mulo, werd er iets geniaals bedacht voor wat eens een schooltype was dat opleidde van nog-net-niet-goed-kunnen-lezen-schrijven-en-rekenen tot nog-net-niet-goed-genoeg-om-te-kunnen-werken: verbouw de beroepsgerichte opleidingen tot beroepsopleidingen, maak er een paar niveau varianten van en voilà! We hebben een goed product dat als alternatief voor het meer uitgebreide lager onderwijs kan dienen. Want waarom zou je je zoon of dochter nou meer en uitgebreider naar de lagere school sturen als hij of zij binnen drie tot vier jaren ook voor de kost kan zorgen? Vooral in deze en toekomstige tijden! Nu ben je niet meer dom als je niet meer uitgebreid naar de lagere school mag, maar ben je knap genoeg om een vak te leren. Slim bedacht toch? Een echte win-win situatie: wij zijn eindelijk van die gerichtheid op een beroep af en niemand hoeft zich druk te maken over de steeds slechtere reken- en taalkundige vaardigheden. En waar zijn die trouwens uiteindelijk ook goed voor? De gemiddelde politiekeling heeft die ook niet en dat type is onze steevaste keus om het land te besturen en ons aller levenslot te bepalen. Voor zij die niet hoger algemeen gevormd kunnen worden of voorbereid op het wetenschappelijk onderwijs is er ook een alternatief: het Instituut voor Economisch en Administratief Onderwijs. We zijn volgens mij nu aan nummertje vijf. Of zes. Ik ben even de tel kwijt. Dat onderwijs het belangrijkste is voor het instandhouden en verder ontwikkelen van een samenleving, vinden niet veel mensen niet. Maar wat goed onderwijs is, wat er precies onderwezen moet worden, op welke manier en door wie, is een ander verhaal. Dat wordt bepaald door de baas. En een baas duld geen tegenspraak. Suriname is een rechtstaat gestoeld op democratische principes. Democratie is niet de wil van de meerderheid. Dat is slechts een manier hoe besluiten worden genomen in een democratie. Democratie is vooral niet ik-ben-gekozen-dus-ik-ben-de-baas. Democratie kent geen baas of leider. Lijders wel.
In een democratie is er overleg en wordt de grootste gemene deler de besluitvormer. En om enige orde en sturing te geven, bestaat die grootste gemene deler uit mensen die de schone taak hebben om te doen wat wij willen. En hoe beleven wij democratie in onze Surinaamse rechtstaat? Degeen die gekozen is, maken wij de baas. Die bepaald. Die zegt: “spring!”. En wij vragen: “hoe hoog?”. Precies zoals het hoort in een absoluut bestuur, soms ook wel bekend als dictatuur.
Deze rare beleving van democratie is de eigenlijke oorzaak van het onderwijs verval en trek maar even door: verval van de hele maatschappij. Want als je vraagt hoe hoog je moet springen terwijl je heel goed weet dat het plafond veel te laag is en je dus je hoofd zal stoten, dan is er iets goed mis met je denken. Wij hebben mini sterren gehad die met een pennenstreek de normeringen voor examens en toelatingen tot opleidingen om wat voor reden ook hebben verlaagd. Wij hebben onderwijs organen die bemand en bestuurd worden door mensen die nog net het woord onderwijs foutloos kunnen spellen.
Kortom, het onderwijzend bestuurlijk geheel is al vele jaren een grote puinhoop. Maar wat wij wel hebben is een Nationaal Orgaan voor de Accreditatie! Daarvoor is er heuse vol taalfouten staande wet gemaakt. Maak het juiste papierwerk in orde, laat je “even scannen” door een paar “experts uit het veld”, tel de Eurootjes maar neer en hopla! Geaccrediteerd. Wat dit voorstelt? Geen idee eigenlijk, want daar buiten weegt dit niet en hier binnen zegt het niets. Dat is niet zoveel snap van dat accreditatie ding is niet zo vreemd. Ik moet eerlijk toegeven dat toen ik lang, heel lang geleden nog aan de ontvangende zijde was van het onderwijs proces, dit soort administratieve rompslomperij niet zo belangrijk was. Wat wel belangrijk was, was dat je gewoon goed moest kunnen lezen, schrijven en rekenen. Twee, drie, enkel talig of niet. Maar op de eerste plaats was de juf of meester een echte meester in taal en rekenen. En hij of zij kon ook wel mooi schrijven. Of het ooit nog goed komt? Maybe, quizás, misschien, kandé. Hoe?
Op de eerste plaats door eerlijk te zijn tegenover onszelf. En toegeven dat onze taalbeheersing toch wel erg slecht geworden is. En dat het niet omoe snesi is die ons besteelt aan de kassa, maar dat wij niet meer zo goed kunnen rekenen. En als wij dat ontdekken bij onszelf, dit niet accepteren. Dat wij weigeren om leerkrachten voor de klas te hebben die lidwoorden en voorzetsels als vrije keuzen zien. Of die moeite hebben met breuken. Een samenleving met nog net een half miljoen mensen met letterlijk goud voor het oprapen kan en mag nooit zo vervallen als de onze. Toch is dit gebeurt en gaat het verval elke dag verder. Een halt is zo geroepen. Maar dan moet U wel doordrongen zijn van wat democratie werkelijk is!