PROTESTEREN, STAKEN, MOE ZIJN, BOOS WORDEN
Spreek een willekeurige Surinamer aan en vraag hem of haar wat HET grootste probleem van ons landje is. Het antwoord is vrijwel altijd: “de grootschalige corruptie”. Dat is in de ogen van een ieder de enige echte oorzaak van het feit dat al het geïmporteerde eten en drinken dagelijks minder betaalbaar wordt.
En vanuit deze belevingswereld waar slechts uitzonderingen geen deel vanuit maken, is dit ook zo. Corruptie is immers wanneer “die anderen” vreet-na-pot mogen spelen. Want met corruptie kan never nooit niet bedoelt worden het gebruik van s’landsmiddelen voor eigen gewin. Dat is immers hoe wij onszelf al twee generaties lang in stand houden: een paar mensen die werken voor bedrijven die s’landsbodemschatten verkopen, welke op hun beurt de s’landsmiddelen aanvullen die weer door de rest worden verbruikt. Dit verbruik gaat niet zo maar. Daar hebben we een heel systeem voor ontwikkeld, genaamd s’landseconomie. In dit systeem is er een groepje mensen die wij het s’landsbestuur noemen, die een deel van de s’landsmiddelen verdeeld en heerst over de rest. Deze mensen doen dit zware werk niet voor niets. Bovendien is de job zo zwaar dat ze het niet al te lang kunnen doen en na afloop arbeidsongeschikt zijn. Natuurlijk is een gepaste levenslange arbeidsongeschiktheid toelage voor hun meer dan billijk. Het is daarom meer dan normaal dat bij het verdelen van de s’landsmiddelen vooral Me Myself and I worden bedacht. Loon naar werken geldt er in dit leven dus de mate waarin is logischerwijs afhankelijk van de zwaarte van het verdelen en heersen. Een mens is nu eenmaal een sociaal wezen en gedeelde smart is halve smart, wat betekend dat familie, vrienden en kennissen niet mogen worden vergeten. Maar let op: er moet altijd verdeeld en geheerst worden, anders is het land immers stuurloos.
En deze zware taken worden alleen maar zwaarder wanneer de s’landsmiddelen minder worden.
Minder zorgt dus voor meer, met als resultaat nog minder te verdelen en te heersen, enzovoorts. In de omgekeerde situatie werkt het zo: als de s’landsmiddelen toenemen, is er meer te verdelen en te heersen en dat is ook zwaarder. Ergo: de koopkracht van een lid van het s’landsbestuur neemt altijd toe, ongeacht de (wan)prestaties! In zo een constellatie is het meest voor de hand liggende levensdoel om een keertje te mogen verdelen en heersen. Onder de voorwaarde dat de s’landseconomie natuurlijk zo blijft. Want stel je eens voor dat het groepje mensen dat niet afhankelijk is van wat er verdeeld wordt, groter wordt. Over die groep valt minder makkelijk te heersen, want onafhankelijk ben je of je bent het niet. Zulke mensen zien en behandelen s’landbestuurders ook zoals zou moeten: als werknemers van ons allen. Werknemers die niet zelf de arbeidsvoorwaarden bepalen, maar afgerekend worden op geleverde prestaties. En het is vanzelfsprekend dat de werknemers in kwestie bewezen kennis en kunde bezitten. Tja, wat verwacht U dan? Dat “de regering” hard werkt aan de “ontwikkeling van land en natie”? Het zou daarom een raadsel moeten zijn waarom wij met z’n allen steeds weer verwachten van het s’landsbestuur dat zij de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen zeker stellen. Zou een raadsel moeten zijn, want na twee generaties zijn wijzelf natuurlijk zo corrupt als maar wezen kan.
Protesteren, staken, moe zijn, boos worden.
De armoede moet een halt worden toegeroepen! Hoe? Ga het maar halen waar het is! Bij die waar het allemaal vandaan komt. Oftewel put het land nog meer uit zodat wij kunnen blijven leven zoals wij willen leven. Onze kinderen en kleinkinderen? Ach, die redden het dan wel. Hoe, dat zal hun zorg zijn. Wat wij vandaag zien en meemaken zijn niet minder dan de symptomen van een natie die zichzelf ziek heeft gekannibaliseerd. Is er dan wel nog een weg uit deze vrijwel uitzichtloze situatie? Misschien. Maar dan moeten we eindelijk toegeven dat wij het met zijn allen verantwoordelijk zijn. Dan en dan alleen zullen wij het s’landsbestuur in handen geven van zij die bewezen hebben over de noodzakelijke kennis en kunde te bezitten. En mocht daarvoor een referendum voor nodig zijn, dan doen we dat maar. Opgeruimd staat netjes.
COLUMNIST| ROGIER CAMERON