COLUMN| DE PRIJS VAN ONZE WEGEN

Een goede vriend van mij dacht een paar weken geleden een avondje plezier te maken. Dat deed hij ergens in het bruisende uitgaanscentrum van Paramaribo, alwaar je kan eten, drinken, luisteren naar muziek en je vergapen aan andere mensen. Aan het eind van de voor hem dynamische avond, reed hij naar huis. Mijn vriend is verwoed rally rijder en genoot zoals altijd weer van de kunststukjes die hij met zijn auto kon uithalen bij het ontwijken van de semi-gaten in de voormalige Rust en Vredestraat. In de verte zag hij een nieuw obstakel precies op de hoek met de Gemenelandsweg. Zich opmakend om sla-ommend de nieuwe sta-in-de-weg te passeren, zag hij het obstakel lichtjes bewegen. Of toch niet? Jawel! Het had een hoofd, was wit en het bewoog! Als echte Srananman gelooft mijn vriend natuurlijk in spoken en schrok zich half dood. Wel, om een lang verhaal kort te maken: mijn vriend kwam uiteindelijk veilig thuis, zijn broek kon meteen in de was en zijn autostoel de volgende dag ook. Enkele dagen later durfde hij eindelijk weer eens het kruispunt te passeren. Natuurlijk overdag, want s ’avonds zijn er daar “dingens”. Tot zijn grote verbazing was “dat ding” er nog, alleen bleek het een kunstwerk van vermoedelijk buurtbewoners om automobilisten te waarschuwen voor een gapend gat in de weg. Mijn vriend bleek naderhand niet de enige te zijn die de ervaringen uit zijn prille jeugd dankzij “het ding” mocht herbeleven. Getuige de snelle actie van Owee moet er minstens een assembleelid of wie weet zelfs een heuse mini ster, een soortgelijke ervaring hebben gehad. En dat brengt ons dan bij het onderwerp van de dag.

De kwaliteit van onze wegen.

Het is immers niet eens zo lang geleden dat juist het betreffende rally vriendelijk deel van de voormalige Rust en Vredestraat helemaal is vernieuwd. Niet gewoon een nieuw asfaltlaagje hoor. Nee, nee. Het echte werk: een heel nieuw weglichaam met bijbehorende riolering. Eén en al ontworpen volgens gangbare normen en standaarden. En die zijn al sinds de hoofdschuldige van onze ellende (de voormalige kolonisator) niet meer voor ons bepaald, door ons zelf samengesteld. Het vermoeden bestaat dat deze normen en standaarden dateren uit de tijd dat wij nog met ezelkarren de wegen bereden of ontworpen zijn voor ezels die karren. Het kan natuurlijk ook dat de standaarden en normen een hoger economisch doel dienen, namelijk het op peil houden van de nationale infrastructurele investeringen. Dit is heel verstandig, want de mensen van de schaarste zeggen dat investeren in infrastructuur altijd goed is. Want DAT de vernieuwing van de weg toentertijd vrij snel opnieuw gedaan zou moeten worden, was iedereen met minstens een Natuurkunde Mulo B op zak wel helder en duidelijk.

Hele grote betonnen rioolbuizen met een vrij dun wandje in het midden van één van de grote verkeersaders? En boven die dunwandige buizen gewoon zand-grind-asfalt? Daar wrijft iedere echte wegenbouwer al bij voorbaat in zijn handen want toekomstig werk is gegarandeerd. Kort voordat zij die met de absolute macht bekleed zijn op vakantie gingen, was het gebruikelijke over en weer geschreeuw over diefstal. Nee, niet over corruptie want die is nu onmogelijk geworden. We hebben immers een heuse anti-corruptie wet. De mensen waarvan de President-met-bewijsmateriaal-zwaaiend zweerde dat hij zeker de helft zou kunnen laten opsluiten, schreeuwden moord en brand over de aankoop van een asfaltmengfabriekje. Want bij de aankoop zou er zeker zijn of worden gestolen. En dat mag natuurlijk niet. De “woordenwisseling” ging immers niet of met de aankoop van het fabriekje wij voor aanzienlijk mindere kosten onze wegen kunnen onderhouden, maar of er sprake is van corruptie (= wanneer de ander graait uit de pot).

Het merendeel van onze wegen wordt ondertussen al meer twee decennia “gerepareerd” of “gemaakt” door een Chinees bouwbedrijf dat gebruik maakt van onze steenslag, ons zand en onze asfalt. OK. Wel hun eigen machines. En arbeiders. Daarvoor betalen wij het luttele bedrag van ongeveer 2 miljoen USD per strekkende km standaard weg.

Mijn doodgeschrokken vriend heeft een keertje uitgerekend wat de werkelijke kosten zouden zijn van zo een strekkende kilometer weg maken. Die berekening heeft hij heel snel gewist. Want voor een paar honderd Surinaamse Dollars worden mensen tegenwoordig al heel erge dingen aangedaan.

Columnist|Rogier I. Cameron

Facebook Comments Box