SURINAME DREIGT STATUS ‘BOSRIJKSTE LAND KWIJT TE RAKEN

PARAMARIBO – Suriname dreigt haar status als bosrijkste land te gaan verliezen. Het bos zal, als geen ordening komt in exploitatie van de mijnbouwsector nog maar alleen aan de buitenkant bos genoemd kunnen worden, maar niet kunnen voldoen aan de internationale voorwaarden om bos genoemd te worden. Er wordt onvoldoende rekening gehouden met herstel van de natuur in de mijngebieden.  

“Mijnbouw is destructie evidenter”, zei dr Rudi van Kanten woensdagavond in de Centrumkerk tijdens het uitspreken van de ‘Diesrede’ als opening van het nieuw universiteitsjaar van de Anton de Kom universiteit van Suriname.

Het Surinaamse bos, de bodem, waterwegen en de complete natuur en biodiversiteit hebben in het verleden de mijnbouw sector al ernstig aangetast door de activiteiten met de bauxietwinning.  Daar heeft een behoorlijke vervuiling plaatsgevonden met het opslaan van chemicaliën en zonder adequaat herstel van uitgelijnde gebieden. Andere vormen van mijnbouw zoals zandafgravingen en het winnen van steenslag hebben ook bijgedragen aan de aantasting van ecosystemen. Maar de grootste boosdoener is de goudmijnbouw en vooral de kleinschalige mijnbouw, die resulteert in een serie van ongewenste handelingen voor de natuur. Het omleggen van kreken en het vervuilen van kreek en rivier heeft zowel effect op bomen, overige planten, dieren en de mens. Het geluidsoverlast zorgt ervoor dat dieren uit de gebieden wegtrekken. Dit on combinatie met overbejaging kan ook resulteren in wat van Kanten noemt het ‘Em

“Mijnbouw is destructie evidenter”, zei dr Rudi van Kanten woensdagavond in de Centrumkerk tijdens het uitspreken van de ‘Diesrede’ als opening van het nieuw universiteitsjaar van de Anton de Kom universiteit van Suriname.

Het Surinaamse bos, de bodem, waterwegen en de complete natuur en biodiversiteit hebben in het verleden de mijnbouw sector al ernstig aangetast door de activiteiten met de bauxietwinning.  Daar heeft een behoorlijke vervuiling plaatsgevonden met het opslaan van chemicaliën en zonder adequaat herstel van uitgelijnde gebieden. Andere vormen van mijnbouw zoals zandafgravingen en het winnen van steenslag hebben ook bijgedragen aan de aantasting van ecosystemen. Maar de grootste boosdoener is de goudmijnbouw en vooral de kleinschalige mijnbouw, die resulteert in een serie van ongewenste handelingen voor de natuur. Het omleggen van kreken en het vervuilen van kreek en rivier heeft zowel effect op bomen, overige planten, dieren en de mens. Het geluidsoverlast zorgt ervoor dat dieren uit de gebieden wegtrekken. Dit on combinatie met overbejaging kan ook resulteren in wat van Kanten noemt het ‘Empty forest’ syndroom. Waarbij men wel bos ziet maar eigenlijk de samenstelling van het bos is veranderd en veel minder biodiversiteit er in voorkomt dan oorspronkelijk het geval was. Van kanten zegt dat de ongecontroleerde goudmijnbouw ook sociale misstanden met zich meebrengt zoals een onaantrekkelijk leefmilieu, geweldsdelicten en problemen met drank, drugs en prostitutie.

De wetenschapper heeft in de ‘Diesrede’ vijf noodzakelijke maatregelen besproken voor een goed bosbeheer als een van de condities om het bos duurzaam te ontwikkelen. Het gaat om vooral eerst dat Suriname een nationale milieuwet heeft. Die wet is al 15 jaar in concept mar kan door politieke en andere redenen maar niet worden aangenomen in De Nationale Assemblee. Een andere voorwaarde is dat de grondrechten van de Inheemse en Tribale volken als hun koloniale erfenis eens eindelijk moet worden toegekend. De leefwijze van deze groepen staat in directe relatie met het duurzaam beheren en ontwikkelen van bosrijke gebieden. Van Kanten heeft aangetoond dat in de periode dat ‘milieu’ bij een bepaald ministerie was ondergebracht of zelf een apart ministerie moet zijn, Suriname nationaal als internationaal een betere beurt heeft gemaakt ten aanzien van het internationaal milieuvraagstuk. Met het wegvallen van het directoraat Milieu bij het Ministerie van Arbeid Technologische ontwikkeling en Milieu, blijkt dat er een ernstige verzwakking is gekomen ten aanzien van het milieubeleid. “Suriname is het enig land in de regio waar milieu niet is ondergebracht bij een ministerie en het zou goed zijn dit te corrigeren”, zegt van Kanten. Een vierde maatregel is het in het leven roepen van de langverwachte Bos en Natuur Autoriteit Suriname (Bosnas). Als laatste maatregel moet er een goede coördinatie komen tussen mijnbouw en bosbouw concessies.

Volgens van Kanten kan de Anton de Kom universiteit van Suriname een voorhoede rol spelen in het duurzaam aanwenden van het regenwoud voor de ontwikkeling van Suriname. Zo kan worden bijgedragen aan oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken, kadervorming, kennisontwikkeling, klimaatverandering, de ontwikkeling naar een gediversifieerde groene economie, het behoud van duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen, biodiversiteit en culturele diversiteit en het verminderen van armoede. De diesrede wordt elk jaar uitgesproken en handelt over een maatschappelijk vraagstuk met een wetenschappelijke benadering.

PTY forest’ syndroom. Waarbij men wel bos ziet maar eigenlijk de samenstelling van het bos is veranderd en veel minder biodiversiteit er in voorkomt dan oorspronkelijk het geval was. Van kanten zegt dat de ongecontroleerde goudmijnbouw ook sociale misstanden met zich meebrengt zoals een onaantrekkelijk leefmilieu, geweldsdelicten en problemen met drank, drugs en prostitutie.

De wetenschapper heeft in de ‘Diesrede’ vijf noodzakelijke maatregelen besproken voor een goed bosbeheer als een van de condities om het bos duurzaam te ontwikkelen. Het gaat om vooral eerst dat Suriname een nationale milieuwet heeft. Die wet is al 15 jaar in concept mar kan door politieke en andere redenen maar niet worden aangenomen in De Nationale Assemblee. Een andere voorwaarde is dat de grondrechten van de Inheemse en Tribale volken als hun koloniale erfenis eens eindelijk moet worden toegekend. De leefwijze van deze groepen staat in directe relatie met het duurzaam beheren en ontwikkelen van bosrijke gebieden. Van Kanten heeft aangetoond dat in de periode dat ‘milieu’ bij een bepaald ministerie was ondergebracht of zelf een apart ministerie moet zijn, Suriname nationaal als internationaal een betere beurt heeft gemaakt ten aanzien van het internationaal milieuvraagstuk. Met het wegvallen van het directoraat Milieu bij het Ministerie van Arbeid Technologische ontwikkeling en Milieu, blijkt dat er een ernstige verzwakking is gekomen ten aanzien van het milieubeleid. “Suriname is het enig land in de regio waar milieu niet is ondergebracht bij een ministerie en het zou goed zijn dit te corrigeren”, zegt van Kanten. Een vierde maatregel is het in het leven roepen van de langverwachte Bos en Natuur Autoriteit Suriname (Bosnas). Als laatste maatregel moet er een goede coördinatie komen tussen mijnbouw en bosbouw concessies.

Volgens van Kanten kan de Anton de Kom universiteit van Suriname een voorhoede rol spelen in het duurzaam aanwenden van het regenwoud voor de ontwikkeling van Suriname. Zo kan worden bijgedragen aan oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken, kadervorming, kennisontwikkeling, klimaatverandering, de ontwikkeling naar een gediversifieerde groene economie, het behoud van duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen, biodiversiteit en culturele diversiteit en het verminderen van armoede. De diesrede wordt elk jaar uitgesproken en handelt over een maatschappelijk vraagstuk met een wetenschappelijke benadering.

UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN

Facebook Comments Box