COLUMN | ‘WANT EIGENLIJK IS HET TOCH MAAR EEN VERREGAANDE BRUTALITEIT OM TE BEWEREN DAT JE ONTWIKKELING VOOR LAND EN VOLK ZAL BRENGEN ALS JE EENMAAL OMHOOG GEVALLEN BENT?’

Ja, wij weten het nu wel: het bestuur van ons land wordt bepaald door de intellectuele wet van Archimedes. (versnelde) Ontwikkeling is er zeker, alleen verschillen zij-daar-boven en wij-hier-beneden van mening over wat dat nou eigenlijk is. Daar moet wat aan gedaan worden. Om te beginnen.

Blijven analyseren en zeggen wat er verkeerd gaat en waarom, levert uiteindelijk toch alleen maar meer van hetzelfde. Willen wij-hier-beneden eindelijk de lang verwachte ontwikkeling, dan zullen wij als eerste eens een keertje moeten weten wat wij daar onder verstaan. Voor een ieder is dit eigenlijk anders, maar alleen in detail. In algemene zin is menselijke ontwikkeling de toename van kennis, kunde, materieel bezit en het gebruik daarvan. Maar waarom wil een mens ontwikkeling? Nou gewoon, omdat je ontwikkeld moet zijn om voor jezelf en voor je naasten te kunnen zorgen. En daarnaast ook nog dingen te doen die “satisfaction in life” geven. Kortom, ontwikkeling is nodig voor ons bestaan en geeft reden aan ons bestaan. Een land is haar bevolking. En die bevolking bestaat uit mensen. De ontwikkeling van een land is daarom niet anders dan de ontwikkeling van haar bevolking. Die mensen van die bevolking moeten er samen voor zorgen dat ze zichzelf kunnen ontwikkelen. (ja vermoeiend, ik weet). Het moeilijke van de zaak is, is dat zonder ontwikkeling je niet ontwikkeld kan zijn. Fromu? Nee toch, lijkt maar zo.

Goed beschouwd is het streven van elke samenleving niets anders dan ervoor te zorgen dat iedereen zich kan ontwikkelen. Daar zijn een aantal zaken voor nodig. Randvoorwaarden, zeggen mensen die knap willen overkomen, ook wel: mensen moeten meerdagelijks kunnen eten en drinken, een dak boven hun hoofd, naar de dokter kunnen als ze ziek zijn en ook medicijnen krijgen, de mogelijkheid hebben om kennis en vaardigheden te leren, zichzelf verpozen en uiten, kunnen arbeiden, fysiek of op afstand met elkaar in contact zijn. OK. Maar als al deze dingen voor iedereen gerealiseerd zijn, dan is er toch al ontwikkeling geweest? Dan hoe dan? Nou, wel, kijk. Hier spreekt onze recente geschiedenis klare taal over. Want uiteindelijk gaat het niet om de aanwezigheid van deze zaken, maar om de wijze waarop ze tot stand zijn gekomen.

Zijn ze het resultaat van het streven naar eigen ontwikkeling of een “gif(t)” van een of andere omhooggevallene die “ontwikkeling voor het volk brengt”.

Voor ons wringt precies daar de schoen. Want eigenlijk is het toch maar een verregaande brutaliteit om te beweren dat je ontwikkeling voor land en volk zal brengen als je eenmaal omhoog gevallen bent? Gewoon zo. Uit het niets getoverd. Zonder met land en volk te overleggen, rekening te houden met haar geschiedenis en vooral haar aard?

En vooral zonder precies te vertellen wat die ontwikkeling precies is en hoe ze er komt. Maar dat wil “het volk toch?” Dat wil toch geleid worden en het liefst door iemand die daadkracht toont? Kolder, nonsens en onzin. Wat “het volk” wil is dat als zij kiezen voor enkelen uit haar midden om het land te besturen, dat die enkelen dit doen zodat wij ons allen kunnen ontwikkelen. En om dat voor elkaar te krijgen moet je de voorwaarden scheppen zodat aan de randvoorwaarden (zie boven) voldaan kan worden. Deze randvoorwaarden zijn dan het resultaat van een gezamenlijk werken en eigen keuzen voor de dingen die wij wel en die wij niet belangrijk vinden. Zoals die eeuwige productie droom. Dat willen wij niet, daar houden wij niet van, dat doen wij alleen onder dwang. Als je na 100 jaar mijnbouw en 400 jaren landbouw bedrijven nog niet eens in staat bent om zelf goud uit de grond te halen en je van rijstontwikkelaar naar rijstbedelaar vervallen bent, dan is het toch wel meer dan duidelijk? De beste mogelijkheid tot “nationale resource based productie” was eind jaren 80 toen Centrum Index bestond, de Nationale Ontwikkelingsbank opgericht werd en er nog zoiets was als de Landbouwbank. Jaren 90 was de dwang verdwenen en mochten we weer zelf bepalen dus einde Para Industries, het nationale productie kroonjuweel. Productie, vergeet het maar. Natuurlijk zijn er altijd een paar aparte mensen onder ons die wel productielievend zijn. Laat die maar vooral hun gang gaan en hindert hen niet. Want wie weet, slaat de vonk nog wel eens over. Ach nee.

Wij houden niet van fysieke arbeid, dat is ons te min. Wij houden van echte uitdagingen in het leven. Zaken die onze intelligentie op de proef stellen en die vragen om ons denkvermogen. Daarom is de medische sector ook de enige die wij zelf, ondanks het gebrek aan bestuur, hebben ontwikkeld. Net als de verbreding van het hoger onderwijs en misschien straks ook het middelbaar onderwijs. Surinamers staan niet te popelen om hun leven lang machines te besturen in een fabriek of op het land. Surinamers zeggen graag “dank u wel” en alstublieft”. En horen dat ook graag. Stenen, zand, water, planten en dieren hebben daar niet zo een behoefte aan. Surinamers werken daarom graag met mensen en dat is uiteindelijk waarom onze samenleving ook echt een samenleving is. Ontwikkeling van ons land is de ontwikkeling van de Surinaamse (mede)mens. Hoe eerder wij dat niet alleen beseffen maar daar ook naar gaan leven, hoe eerder wij eindelijk eens met onze nationale ontwikkeling beginnen!

Columnist | Rogier I. Cameron

Facebook Comments Box