STEEDS MEER KENMERKEN VAN GEWELD TEGEN KINDEREN IN OPVOEDING
Opvoeden is tegenwoordig geen vanzelfsprekende bezigheid, zekert niet met de moderne en vooral internationale wetgeving om het belang en de rechten van het kind veilig te stellen. In de doorsnee opvoeding raakt 94 procent van de kinderen geconfronteerd met vormen van huiselijk geweld.
Het beschermen van kinderen heeft daarnaast een veel diepere waarde en betekenis gekregen. “Bescherming van het kind moet dus naar een hoger niveau worden opgetrokken. Het moet intensiever, effectief naar de tijd aangepast en vooral naar de internationale gelden wettelijke regels”, zegt de jurist Sharon Geerlings Headley. “We begrijpen dan dat we niet met dezelfde middelen en op dezelfde manier de kinderbescherming ter hand kunnen nemen, we moeten onze strategieën bij kinderbescherming aanpassen met wetgeving, methoden, personele bezetting en vereiste voorkennis. Geerlings was vrijdag een van de sprekers op het symposium “Samenwerking en bewustwording van de kinderbescherming in Suriname”, georganiseerd door het Bureau Familierechtelijke Zaken (BUFAZ) van het ministerie van Justitie en Politie.
Hoewel er tal van andere belangrijke aandachtsgebieden zijn vindt procureur generaal Roy Badjnath Panday dat extra aandacht moet worden gegeven aan, misbruik van de ouderlijke macht, verwaarlozing en slechte opvoeding, slecht levensgedrag bij ouders, uitsluiting van de ene ouder door de andere in de opvoeding van het kind en misdrijven tegen het kind gepleegd door ouders die belast zijn met de ouderlijke macht. Hij ontkomt er niet aan op te merken dat jeugdigen die een strafbaar feit plegen het meest voortkomen uit een huissituatie waarin zij in een enorme nood verkeren. Vanuit die situatie zijn zij in een toestand terecht gekomen waarin criminele invloeden aanwezig zijn die inwerken op de jeugdigen. Het hoofd van het openbaar ministerie zegt dat vooral niet aan moet worden voorbij gegaan dat jeugdige criminelen het recht hebben om, nadat zij gestraft zijn geworden, in een huiselijke sfeer terecht komen waar er minimale garanties zijn voor een goede opvoeding en verzorging. De pg die inging op de rol van het openbaar ministerie bij kinderbescherming zegt dat er zowel civielrechtelijke als strafrechtelijke bepalingen zijn. Het openbaar ministerie heeft in het burgerlijk wetboek een directe betrokkenheid als het gaat om de onttrekking van het kind uit het ouderlijk gezag en het plaatsen in een ander leefmilieu dat bevorderlijk is voor de verzorging en ontwikkeling van het kind in deze bepalingen zijn voorzieningen getroffen waarin BUFAZ ook een rol te vervullen heeft. BUFAZ is dan belast met het onderzoeken en rapporteren naar het openbaar ministerie.
Volgens Geerlings is er geen formule voor het respecteren van het belang van het kind. Verwijzend naar artikel 3 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind en andere verdragen, zegt Geerlings dat het belang van het kind niet eenvoudig is om te definiëren, omdat het verschilt van geval tot geval. Bij de beantwoording van de vraag ‘wat is in het belang van het kind’ wordt ook gekeken naar de overige rechten van kinderen. Die geven goede aanwijzingen zoals het recht om te spelen, family life bescherming tegen mishandeling of uitbuiting. Rechter Marie Mettendaf die jarenlang heeft gewerkt bij het Bureau heeft de praktische noodzaak ervan aangetoond, zeker wanneer het er om gaat in de verstrekking van informatie, waaruit een rechterlijk besluit moet worden genomen. Waarnemend hoofd van het bureau Astrid Kandhai en onder hoofd Herman Edo, zeggen dat met het symposium een betere samenwerking moet komen met zowel interne als met externe partners die betrokken worden bij kinderbescherming.
UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN