SURINAME WIL GELD ZIEN UIT PARIJS-AKKOORD

Suriname zal ervoor moeten waken geen slachtoffer te worden van het Parijs-akkoord voor het tegengaan van klimaatsverandering.

Suriname levert een bijdrage aan de zuurstofproductie in de wereld en is een relatief te verwaarlozen actor als het gaat om de uitstoot van broeikasgassen. Toch kan het land slachtoffer worden van de strenge verbintenissen waarmee ratificatie van het Parijs-Akkoord gepaard gaat. Tijdens de voorbereidende vergadering over de goedkeuring van dit verdrag hebben parlementariërs indringende vragen gesteld over de nadelige gevolgen voor Suriname en wat de mogelijkheden zijn om juist voordelen te halen uit de mogelijkheden uit het Parijs-Akkoord.

Met de erkenning als meest beboste land ter wereld zal het verdrag volgens commissievoorzitter Andre Misiekaba (NDP) en commissielid Patricia Etnel (NPS) ontwikkelingsmogelijkheden voor Suriname moeten betekenen.

De concrete vraag is volgens Etnel hoeveel Suriname zal kunnen trekken uit het in te stellen klimaatfonds van de Verenigde Naties (VN) dat ingaande 2020 jaarlijks met Euro 94 miljard gespekt moet worden door de grote luchtvervuilers. Die zijn vooral de rijke geïndustrialiseerde landen van Noord-Amerika, Azië en Europa. De Verenigde Staten van Amerika, het meest geïndustrialiseerde land ter wereld heeft zich intussen teruggetrokken uit het Parijs-Akkoord en daar werd door Misiekaba ook bij stilgestaan tijdens de commissievergadering deze week.

Wat het klimaatfonds betreft wil hij van de regering weten in hoeverre Suriname al wat werk heeft verzet om projecten te ontwikkelen voor indiening. De eventuele voordelen zet hij af tegenover de committeringen die er van Suriname verwacht worden en opgenomen wordt in een Nationally Determined Contribution-verslag (NDC) dat om de vijf jaren een evaluatie moet ondergaan. “Wat is de status van onze NDC? Is Suriname ready voor de 5 jaarlijkse evaluatie?”, vraagt Misiekaba aan de regering over het akkoord dat in 2016 in werking trad. “Partijen bij dit verdrag zullen aan elkaar verbonden zijn. Dit betekent dat landen elkaar verantwoordelijk kunnen houden voor het niet naleven van het verdrag. Is Suriname zich bewust hiervan?

En zijn we ready om dit over ons heen te laten komen?”, vraagt de NDP-fractieleider aan de regering.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box