BOUTERSE DECOREERT BIJZONDERE HINDUSTANEN
President Desi Bouterse heeft dinsdag 33 personen gedecoreerd in het kader van 145 jaar Herdenking Hindostaanse Immigratie. Het gaat om burgers van Hindostaanse komaf die zich de afgelopen jaren verdienstelijk hebben gemaakt voor de Surinaamse samenleving. De hoogste onderscheidingen ging naar vicepresident Ashwin Adhin. Hij werd omhangen met het Grootlint in de Ere Orde van de Gele Ster; de hoogste staatsonderscheiding van de staat Suriname.
Eerder op de dag gingen er ook hoge onderscheidingen naar Gangapersad Bissesar, John Krishnadath en Manodj Hindori. Zij werden benoemd tot Commandeur in de Ere Orde van de Palm.
Voor 13 personen was de onderscheiding van Ere Medaille verbonden aan de Ere Orde van de Palm weggelegd terwijl 12 personen tot Ridder in de Ere Orde van de Palm werden benoemd. Van de groep kregen 4 personen de versierselen horende bij de Ere Orde van de Palm opgespeld. “Gaat u voort in het werk dat u dagelijks verzet om deze natie te willen binden tot één volk zoals onze Surinaamse dichter Shrinivási”, hield de president de gedecoreerden voor.
De Hindostaan heeft volgens het staatshoofd de afgelopen 145 jaren een waardige bijdrage geleverd aan de opbouw van Suriname. “Onze multi-etnische en multiculturele rijkdom is de wereldgemeenschap niet ontgaan. Suriname als land, ver van Azië en Afrika, kent een multi-etnische samengestelde bevolking waar de Hindostaanse gemeenschap ook integraal deel van is”, memoreerde het staatshoofd.
Hij stond tijdens de plechtigheden in de Congreshal lang stil bij de natievorming die naar zijn inziens vooruitgang boekt. “Het klinkt als een normale taal die we dagelijks spreken en horen. De taal is gedurende de loop van onze geschiedenis zover ontwikkeld dat de doorsnee Surinaamse burger niet eens merkt dat onze Surinaamse taal een smeltkroes is geworden en een duidelijk voorbeeld is van integratie van éénheid met elkaar”, legt Bouterse uit na de aanwezigen in verschillende Surinaamse talen te hebben begroet.
Hij besteedde in zijn toespraak ook aandacht aan de geschiedenis van de Hindostaanse contractarbeiders die sinds 1873 naar Suriname kwamen, direct na afschaffing van de slavernij, om te werken op de plantages. Veel informatie over hoe het allemaal aan toe ging kan sinds kort beschouwd worden als geschiedvervalsing. Volgens Bouterse werden de contractarbeiders zeer mensonwaardig behandeld, en dit werd bewust weggelaten door de Europese geschiedschrijvers. “De afgelopen jaren zijn onze historici langzamerhand aan de slag gegaan met diepgaande studies om met de nodige bewijzen te komen, aangezien de geschiedenis inderdaad grondig herschreven moet worden”, aldus Bouterse.
UNITEDNEWS

