ZWANGERSCHAP VOORTAAN BIJ WET BESCHERMD TEGEN ONTSLAGDREIGING
Zwangerschap bij werkende vrouwen krijgt in de nieuwe ontslagwet 2018 alle wettelijke bescherming die maar mogelijk is. In De Nationale Assemblee is dinsdag in commissie verband een begin gemaakt met beraadslagingen voor het vervangen van een detailwet om het ontslagdecreet van 1983 te vervangen.
Dit decreet was slechts een noodmaatregel om te voorkomen dat toen er massaontslagen voorkwamen bij de particuliere sector. De ontslagwet die slechts een privaatrechtelijk karakter had krijgt nu ook een publiekrechtelijk karakter. Waar ontslag aanvraag slechts beoordeeld werd door of namen de minister van Arbeid, kan een ontslag aanvraag in de toekomst zowel door de werkgever als de werknemer bij de kantonrechter worden aangevochten.
De voorzitter, Patrick Kensenhuis van de parlementaire commissie die de nieuwe wet voorbereidt zegt dat bij het voorbereiden van de wet ook het bedrijfsleven is gehoord. Ontslagbescherming kan volgens de commissievoorzitter ook niet zo ver gaan dat het voortbestaan van een onderneming in gevaar wordt gebracht.
De meest uit het oog springende vernieuwing in de wet is dat ontslag tegen zwangere nu officieel wordt verboden. Dit was voorheen niet het geval en zijn er in de praktijk nog al wat gevallen voorgekomen waar zwangere vrouwen werden ontslagen zonder enige wettelijke bescherming.
De zwangere vrouw wordt in de wet nu ook beschermd voor haar afwezigheid tijdens de bevalling, zwangerschap en moederschapsverlof. De werkgever kan hiervoor een verklaring krijgen van een verloskundige of een arts.
In de wet wordt ook nog gepleit voor het beschermen van het arbeidsrecht van de vrouw als zij als gevolg van haar zwangerschap of de bevalling, daarna niet in staat zou zijn arbeid te verrichten. Hierover zal de regering nog duidelijkheid moeten geven bij de plenaire vergadering.
De nieuwe wet biedt aan zowel de werkgever als de werknemers ruimte met reden omkleedt een ontslag aanvraag door te voeren of die aan te vechten. Er zijn echter ook concrete privaatrechtelijke maatregelen in de wet opgenomen. Zo is het de werkgever verboden ontslag aan te vragen voor werknemers die aan een stakingsactie deelnemen, tenzij de staking onrechtmatig is verklaard door de rechter of tenzij de werkgever wettelijke kan aantonen dat het ontslag terecht is. Er kan ook geen ontslag worden verleend in een periode wanneer de werknemer is verhinderd arbeid te verrichten wegens ziekte tenzij zijn ongeschiktheid ten minste zes weken heeft geduurd. Kensenhuis wilde hier van de regering weten wat er gebeurd met iemand die en beenbreuk zou hebben opgelopen en daardoor langer dan zes weken ongeschikt is arbeid te verrichten. Volgens hem zal wanneer medisch verklaard blijkt dat de werknemer niet spoedig zal genezen pas dan de ontslagaanvraag gerechtig moet zijn. Ontslagaanvraag kan ook niet gegrond zijn op basis van slechts een klacht tegen de werknemer of wanner die in een proces betrokken is tegen de werkgever en ook niet wanneer de werknemer over zijn werk contact zou hebben gemaakt met een overheidsinstantie. Hier werd wel de vraag opgeworpen, als dit ook geldt voor een werknemer die zware aantijgingen of onware verklaringen heeft afgelegd tegen zijn werkgever. Tenzij ontslag met dringende redenen wordt aangevraagd moet in alle andere gevallen de werknemer de gelegenheid krijgen zich schriftelijk te verweren.
Er is dinsdag tijdens de vergadering gesproken over meer detail zaken over deze wet. Er is aandacht gevraagd voor de structuur waarin ontslag moet plaatsvinden en worden verleend. Volgens de commissie zal dit op een onafhankelijke manier moeten plaatsvinden buiten de invloedsfeer van de overheid.
UNITEDNEWS
