REPORTAGE AANHANGERS VAN MADURO ZIJN BEREID HUN LEVEN TE GEVEN VOOR HUN LEIDER: ‘WIJ WILLEN GEWOON VREDE’
Terwijl volksheld Juan Guaidó zichzelf heeft uitgeroepen tot interim-president, hebben zich woensdag voor het presidentieel paleis ook duizenden aanhangers van president Nicolás Maduro verzameld. Voor hen is er geen twijfel mogelijk: Maduro is de echte president, en Guaidó pleegt een staatsgreep.
‘Weg ermee, weg uit Venezuela, we zijn klaar met het interventionisme.’ De socialistische Venezolaanse leider Nicolás Maduro staat in zijn kenmerkende rode overhemd op het bordes van het presidentieel paleis in Caracas. Met wilde armgebaren maakt hij zijn besluit bekend: ‘Het personeel van de Amerikaanse ambassade en consulaten moeten ons land verlaten. Ik geef ze 72 uur de tijd.’
Even daarvoor riep Kamervoorzitter Juan Guaidó zichzelf tot president uit. Voor een uitzinnige menigte, aan de andere kant van Caracas, legde hij de eed af. Direct daarop stroomden de steunbetuigingen binnen. Peru, Colombia, Argentinië, Canada en de Verenigde Staten waren de eerste landen die Guaidó als legitieme president erkenden. Mexico is het enige grote land van Latijns-Amerika dat Maduro als legitieme president beschouwt.
Guaidó brengt vlak na de toespraak van Maduro een verklaring uit met een tegengestelde boodschap: ‘Venezuela wil heel graag dat alle diplomatieke missies in het land blijven’, schrijft hij. ‘Ik verzoek u om ieder ander bevel te negeren.’ De Amerikanen besluiten te blijven. ‘We zullen gepaste maatregelen nemen tegen degenen die de veiligheid van onze missie en haar personeel in gevaar brengt’, aldus een verklaring van Mike Pompeo.
Vrees voor oorlog
Voor het presidentieel paleis hebben zich woensdag duizenden aanhangers van Maduro verzameld. Voor hen is er geen twijfel mogelijk: Maduro is de echte president, en Guaidó pleegt een staatsgreep. ‘Ik ben heel bezorgd’, zegt José Chiguita, een van de aanwezigen. ‘Het kan tot een oorlog komen, dat is waar de Verenigde Staten al de hele tijd op aansturen.’ Hij schudt het hoofd. ‘Wij willen gewoon vrede, we willen dat ze Maduro zijn werk laten doen.’
Chiguita is gepensioneerd metrobestuurder; van zijn maandelijks pensioen kan hij allang niet meer rondkomen. ‘Drie jaar geleden had ik ruim genoeg geld om eten te kopen, en nog wat over om af en toe uit eten te gaan of een biertje te drinken met vrienden’, vertelt hij. Dat hij nu honger heeft, wijt hij aan de oppositie en ‘hun vrienden’ uit de privésector. ‘Zij voeren een economische oorlog’, aldus Chiguita. ‘Maduro verhoogt steeds het minimumloon, direct daarop laten zij de prijzen weer stijgen.’
Chiguita herinnert zich nog goed hoe het was voordat Maduro’s voorganger Hugo Chávez in 1999 de verkiezingen won. ‘We werden geregeerd door wat nu oppositie is’, vertelt hij. ‘Zij dronken de hele dag whiskey, en de armen hadden niks.’ De oud-metrochauffeur heeft naar eigen zeggen veel aan Chávez te danken. ‘De armen kregen een stem, en we konden voor het eerst vlees eten.’ Hij erkent dat de tijden van vlees eten voorbij zijn: ‘Maar we moeten stand houden, en de oorlog winnen.’
Samenzwering
Ook Edgar Orta (34) weet zeker dat er sprake is van een samenzwering. ‘Ze willen onze rijkdom stelen’, zegt hij. ‘Onze olie, ons goud en andere mineralen. De VS hebben een lange geschiedenis van interventie vanwege economische belangen.’ Volgens Orta is Guaidó een marionet: ‘Hoe kan het dat drie weken geleden niemand hem nog kende, en hij nu ineens de grote held is? Hij is daar neergezet door de VS; dit is gewoon slimme marketing.’
Even verderop zit Gerelys Mujica (23). Ze oogt een beetje verloren, op een stoepje met twee vervuilde kleine meisjes. ‘Ik heb geen werk meer’, zegt ze. ‘Ik ben op straat beland.’ Mujica wijst op haar dochters van 5 en 6 jaar oud. ‘Ik kan ze geen eten geven’, vertelt ze. ‘Ze gaan niet naar school, we hebben honger.’
Toch komt Mujica trouw naar alle pro-regeringsbijeenkomsten. ‘Maduro gaat me helpen, hij heeft beloofd dat hij me een huis gaat geven’, zegt ze. ‘Ik sta al zeven jaar op een wachtlijst, maar ik denk dat het op een dag zal lukken.’ Ze slaakt een diepe zucht. ‘Met de oppositie zal het nog erger worden dan het nu is’, aldus de alleenstaande moeder. ‘Ik heb gehoord dat zij er alleen voor de rijken zijn. Dus dan maak ik helemaal geen kans meer op een huis.’
Onzeker en gespannen
Als het evenement voorbij is, stromen de straten leeg. Militairen zetten hekken rondom het presidentieel paleis, en jagen iedereen weg. In omliggende sloppenwijken vecht de nationale garde met antiregeringsdemonstranten, legertrucks vol soldaten scheuren op hoge snelheid langs. Verder is Caracas uitgestorven. De situatie is onzeker en daarmee uiterst gespannen. Het is al een van de onveiligste steden ter wereld; de politieke chaos maakt het er niet beter op.
Veel aanhangers van Maduro zijn bereid hun leven te geven voor hun leider. Ook de strijdkrachten staan vooralsnog achter de socialistische president. Maar het meest fanatiek zijn de colectivos, de paramilitaire groeperingen die door Chávez in het leven zijn geroepen om ‘de revolutie te verdedigen’. Ze zijn machtiger dan de politie en stukken beter bewapend. De colectivos schieten met scherp op demonstranten, en bedreigen sloppenbewoners die zich kritisch uiten over de regering.
‘Wij zullen de revolutie trouw blijven’, zegt Mayeston Rodriguez, een van de leden van het colectivo Catedrál Combativa. Rodriguez zit in het hoofdkwartier van de groepering, op enkele blokken van het presidentieel paleis. Zijn ogen zijn bloeddoorlopen, zijn nagels zwart van het vuil. Het zijn drukke dagen geweest. ‘Wij willen gewoon vrede’, aldus Rodriguez. ‘Zij steken auto’s in brand, het zijn vandalen’, zegt hij over de demonstranten die de afgelopen nachten flink hebben huis gehouden.
Trump heeft eerder vandaag laten weten dat alle opties op tafel liggen. Het is onduidelijk of hij doelt op meer economische sancties, of op militaire steun. Voor Rodriguez is het hoe dan ook onaanvaardbaar. ‘Wij mengen ons ook niet in de interne aangelegenheden van Colombia of de VS’, zegt hij. ‘Wij zullen de soevereiniteit van Venezuela verdedigen. Tot de dood.’