GEEN DUIDELIJKE ROL STICHTING VOLKSHUISVESTING OP SOZAVO

Op het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting is het vooralsnog niet duidelijk wat er moet gebeuren met de Stichting Volkshuisvesting Suriname.

Minister André Misiekaba van dit ministerie zegt dat in zijn nieuwe beleidsvoering ten aanzien van volkswoningbouw en woningbouwprojecten het niet duidelijk is welke rol de stichting moet vervullen. Uit zijn toespraak bij de behandeling van de nieuwe wet huur en verhuren van woning en instelling van een huurcommissie, door De Nationale Assembleewoningen (DNA). Stichting Volkshuisvesting heeft volgens de bewindsman sinds haar begin een politieke status, als een sociale instelling waar de burger terecht kan voor een sociale huurwoning bij de overheid.

De stichting heeft landelijk nu slechts 1650 huurwoningen. Echter kan de stichting haar werkzaamheden niet uitoefenen. Van dit aantal huizen wordt de huur die bedroevend kaag is, in de meeste gevallen een bedrag van SRD 60, niet eens betaald door de huurder. Stichting volkshuisvesting kan dan ook geen nieuwe huizen bouwen en het past niet meer in de plannen van het ministerie om garant te staan voor de bouw van woningen die tegen een redelijke prijs aan woningzoekenden verhuurd of in huurkoop aangeboden kunnen worden. Misiekaba benadrukt dat dit de status is van de stichting die door op een volgende regeringen in stand is gehouden.

Iedereen komt bij de stichting om huizen te zoeken, maar met welk geld moet de stichting huizen bouwen”, reageert Misiekaba op de kritiek van NPS-parlementariër Patricia Etnel dat de stichting geen huizen bouwt.

De minister en ook Assembleevoorzitter Jennifer Geerlings Simons zijn van oordeel dat de stichting een totaal andere taak moet krijgen binnen het ministerie. De 1650 woningen waar het, het beheer over heeft kunnen het liefst verkocht worden, eerst aan zij die er in wonen en daarna aan andere belangstellenden. Daarna moet Volkshuisvesting een semi onafhankelijke status krijgen die zogenaamde ‘affordable’ woningen bouwt tegen redelijke prijzen.

Dit kan samen gaan met de plannen van de regering om de volkswoningbouw aan te pakken, waarbij er onlangs ook een woningbouwfonds bij wet in het even is geroepen. Het huisvestingsprobleem is volgens Simons en de minister een van de grootste uitdagingen waar het land mee geconfronteerd wordt. Bij de behandeling van de wet gaf de assembleevoorzitter ondersteunt door Misiekaba een definitie van de omvang van het probleem.

“Mensen krijgen een huisvestingsprobleem ondanks zij niet arm zijn, omdat het krijgen van een financieringsmogelijkheid er niet is. Er was een 7 procent regeling, maar je moest eerst een bouwkavel hebben of je moest geluk hebben dat je vanaf de periode 2013  een stuk terrein kreeg van de overheid, want voor 2010 was de kans dat je een kreeg er niet”, sneert Simons.

Daarnaast moet je om te willen bouwen eerst een erf kopen, maar dan moet je wel ergens Euro 15.000 minimaal gaan uitgeven en dat eerst aflossen voordat je aan de 7 procent regeling begint, zegt Simons. Die regeling had pas kunnen werken wanneer er geen beperkingen waren. Dus je krijgt dat mensen die niet zo arm zijn toch een huisvestingsvraagstuk hebben. De tweede groep personen die de assembleevoorzitter categoriseert zijn de iets lagers inkomensgroepen.

Daarna volgt groep drie waarvan de personen die geen woning hebben, maar primair geen huisvesting, maar een armoede probleem hebben. “Hun huisvestingsprobleem is onderdeel van hun armoedeprobleem zegt de DNA-voorzitter. Dat probleem zal in een andere wet op een andere manier opgelost moeten worden.

Simons zegt dat de nieuwe wet niet het armoedevraagstuk zal oplossen maar het huisvestingsprobleem. De huursector moet geregeld worden. “Wanneer wij niet er in slagen stap voor stap verlichting te brengen in het enorme tekort aan woningen zal geen enkele wet ons helpen”, zegt Simons.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box