GEEN VOORZIENING BIJ KORTGEDING RECHTER OM HOEFDRAAD NIET TE ARRESTEREN
Kortgedingrechter Alida Johanns acht zich niet bevoegd de Procureur Generaal te verbieden handelingen te plegen tegen ex-minister Gilmore Hoefdraad van Financiën.
Hoefdraad eiste via zijn advocaat dat terwijl hij in rechte zijn staat van beschuldiging door De Nationale Assemblee aanvecht, de PG geen handelingen tegen hem mag ondernemen, zoals een arrestatie. Johanns zegt dat Hoefdraad zich wel mag wenden tot de strafrechter die het gerechtelijk vooronderzoek heeft gedaan in de geruchtmakende fraudezaak betreffende de Centrale Bank van Suriname, en waarvan Hoefdraad één van de verdachten is. Johanns vindt dat het kortgeding een civiele zaak betreft en het andere een strafrechtelijke. Johanns is er wel mee akkoord gegaan dat vanwege het spoedeisend karakter er een ander afconcludeer-schema in dit kort geding zal worden toegepast dan behandelend rechter Suzanna Chu eerder had bepaald.
Johanns heeft besloten dat in elke fase van het kort geding, partijen de verplichting hebben in te gaan op de kwestie zonder dat gebruik wordt gemaakt van de mogelijke twee weken uitstel na elke fase: Nadat donderdag mr. Irene Lalji namens haar cliënt, zijn eis heeft geconcludeerd aan de rechter, zullen de advocaten mr. Gerold Sewcharan, namens de Staat Suriname en het Openbaar Ministerie, en mr. Anenda Veldman namens de DNA, op 17 september antwoord geven. Lalji zal dan vervolgens op 8 oktober namens Hoefdraad aan de beurt komen om de tegenpartij van repliek te dienen. Sewcharan en Veldman reageren daarna op 15 oktober in een dupliek. Op die dag zal rechter Chu dan een datum bepalen waarop zij tot een uitspraak zal komen in dit kort geding.
Lalji zegt dat het in een rechtsproces als deze past dat de Procureur Generaal pas-op–de plaatst zou moeten maken en hem wordt aangezegd geen handelingen te plegen, zoals het arresteren van Hoefdraad.
De jurist legt uit dat dit kort geding juist is aangespannen om het besluit van DNA om Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen, aan te vechten. Dit besluit is volgens de verdediging van Hoefdraad onterecht en in strijd met geldende wettelijke regels. “De wet zegt dat om iemand in staat van beschuldiging te stellen die persoon eerst gehoord moet worden”. Juist omdat hij niet is gehoord is dit kort geding aangespannen en wordt gevraagd om de in staat van beschuldiging stelling op te schorten, omdat het niet op de juiste manier tot stand gekomen. “Ik ben van mening dat wanneer de in staat van beschuldiging wordt opgeschort alle handelingen in het voorgerechtelijk onderzoek dan ook niet rechtmatig zijn”, zegt Lalji
Het kort geding is donderdag in behandeling genomen door Johanns als zittende rechter en zal verder worden afgewerkt door rechter Suzanna Chu als behandelende rechter. Chu die Hoefdraad rechtstoegang verleende is op dit moment met vakantie. Bij de aanvang van het proces was advocaat Irene Lalji persoonlijk aanwezig namens Hoefdraad. De advocaten Sewcharan en Veldman werden vertegenwoordigd door hun klerk.
UNITEDNEWS
UNITEDNEWS
