GAJADIEN: COMMENTAAR MONETAIRE FINANCIERING COVID-19 FONDS SELECTIEF

Het schrijven van Maurice Roemer, governor van de Centrale Bank van Suriname aan De Nationale Assemblee, wordt selectief gebruikt om de monetaire financiering van het nieuwe Covid-19 Fonds te torpederen. Dit vindt parlementariër Asiskumar Gajadien, fractieleider van de coalitie.

Volgens de VHP-er hamert de oppositie slechts op het gedeelte waarin de governor verwijst naar artikel 21 van de Bankwet betreffende de manier hoe voorschotten opgenomen zouden moeten worden bij de Moederbank om te voorkomen dat de governor zichzelf in problemen brengt met justitie. Uit het schrijven valt er echter nog meer te halen, namelijk andere modellen om toch over de noodzakelijke middelen te beschikken. “Verder stelt diezelfde notitie vast: dat met het oog hierop stellen wij dat, naast de governor, ook de functionarissen van de bank worden gevrijwaard van de consequenties verbonden aan de overschrijding van het bepaalde zoals opgenomen in artikel 21 leden 2, 4, 5 en 6 van de Bankwet. Dus hier geeft men ook aan dat het kan”, zegt Gajadien.

De gevraagde middelen, ruim SRD 1,5 miljard, zullen gebruikt worden voor een integrale aanpak van de coronacrisis voor de rest van dit jaar. Er is vertrouwen in de regering dat zij de gevraagde middelen daadwerkelijk zal gebruiken voor hetgeen zij bestemd zijn. Hiervan is Gajadien overtuigd. Hetzelfde kan niet gezegd worden van de vorige regering die de Wet Burgerlijke Uitzonderingstoestand Covid-19 zou hebben misbruikt om andere verplichtingen te bekostigen. “Weet u wat men gefinancierd heeft? Het verlies van boekjaar 2015 van de Centrale Bank van SRD 295.614.000 en het tekort in het kapitaal per boekjaar van 2015; SRD 3 miljoen. En ga maar zo door. Wat heeft men verder gefinancierd? Voorschotten ingevolge artikel 21 van Bankwet: SRD 648 miljoen. Overgenomen schatkistpapier voor monetaire doelen: SRD 646 miljoen en diverse andere voorschotten”, zegt Gajadien. Hij maakt ook melding van opgenomen voorgeschoten door het Ministerie van Financiën die teruggaan tot 2015. In totaal betreft het SRD 110,3 miljoen. “Hier ook een vreemde situatie: overname van een reeds geconsolideerde staatsschuld van SRD 2.3 miljard. Uitstaande rente van deze schulden. Zelf een overtrekking op de gewone rekening van de staat. Dat heeft men toen gedaan met de COVID-wet om die dingen te financieren”, zegt Gajadien.

UNITEDNEWS

 

 

 

Facebook Comments Box