SAMENLEVING AAN DE RAND VAN ETNISCHE AFGROND
Foto: De multi-etnische transformatie van de VHP en de presentatie van de nieuwe politieke leiders op 31 mei in het Lallarookh gebouw, met een duidelijke etnisch diverse vertegenwoordiging gaven versterkende hoop.
OPINIE: WILFRED LEEUWIN
In de nasleep van het bezoek van president Chandrikapersad Santokhi aan Nederland moet worden geconstateerd, dat naast een terechte afwijzing van de beschamende manier waarop een stelletje herrieschoppers gemeend heeft zich te moeten uiten, wij als natie niet verder dan dat zijn gekomen. Er is geen preventief antwoord geformuleerd op het voorval. Integendeel zijn juist de accenten verlegd en etnische scheidslijnen opgezocht die het land als nooit te voren gebracht hebben aan de rand van een etnische afgrond.
Hoewel het besef daar is dat schijn bedriegt en de historische feiten anders leren, heeft een meerderheid van de Surinaamse bevolking op 25 mei 2020 er voor gekozen, om geen nieuwe maar een andere politieke wind het voordeel van de twijfel te geven. Enerzijds, moe van een beleid gevoerd door twee kabinetten Bouterse die na tien jaar hebben geresulteerd in onder andere een failliete staat met torenhoge schulden. Anderzijds, is de verkiezingswinst vooral ingegeven door hoop.
Hoop gebaseerd op de beloften voor een ‘nieuw Suriname’ dat gered zal worden uit het economisch dal waarin het terecht is gekomen. Die hoop werd versterkt door de belofte van: eenheid, eensgezindheid, samen optrekken en samen doen, eenheid van bestuur en beleid, en dat er geen ruimte zou mogen zijn voor etnische verschillen die de ontwikkeling van het land in de weg staan, maar dat vooral zou worden afgerekend met nepotisme en vriendjespolitiek.
De multi-etnische transformatie van de VHP en de presentatie van de nieuwe politieke leiders op 31 mei jl. in het Lallarookh gebouw, met een duidelijke etnisch diverse vertegenwoordiging, gaven versterkende hoop.
“We hebben iedereen nodig. Niemand mag achterblijven, we moeten het samen doen”, waren nog de woorden van toen oppositieleider en nu president Chandrikapersad Santokhi. Recent, tijdens de Anton de Kom Lezing in Nederland, heeft de president, -dit keer overmatig-, soortgelijke woorden en beloften gedaan. Het staatshoofd heeft gesproken over de kracht van de multi-etnische Surinaamse samenleving, die erin geslaagd is elkaars cultuur te omarmen. De president doet bovenal de stellige belofte, dat in lijn met het gedachtegoed van Anton de Kom, het niet te zullen dulden dat het Surinaams voorbeeld van eenheid in verscheidenheid onderuit wordt gehaald. Men kan niet anders dan toegeven dat dit mooie woorden en beloften zijn, in een mooie toespraak.
Echter de keiharde realiteit die door de president het afgelopen jaar zelf is geschapen, ziet er totaal anders uit.
De ontwikkelingswerker Sharda Ganga heeft in haar wekelijkse column dan ook terecht geconstateerd, dat bij de president waarschijnlijk sprake moet zijn van ‘cognitieve dissonantie’: Tegenstrijdigheid in de eigen opvatting, in het denken en in het doen. Ganga merkt nog op dat dit ‘gewone mensen’ heel ongelukkig maakt, en vraagt zich af of president Santokhi wel begrijpt wat hij zelf zegt. Op deze vraag moet het niet moeilijk zijn het antwoord te geven. In het afgelopen jaar heeft de president van al het mooie dat hij zegt, het tegendeel bewezen. Niet alleen is de cohesie binnen de coalitie zoek, maar is het fenomeen van ‘friend and family’ als nooit te voren van toepassing geweest.
Het benoemingsbeleid kent slechts een bloem uit de tuin van de president; Er worden zelfs wetten en regels overboord gegooid om hieraan inhoud te geven. Terwijl op een polariserende manier wordt gedaan aan karaktermoord, worden juist personen uit de partij van de president die hieraan beantwoorden in posities benoemd. Nauwelijks zijn de mooie woorden uitgesproken, of pleegt de president bij terugkomst in Suriname een benoeming bij het Korps Politie Suriname, die nog voor het nodige effect zal zorgen. Misschien moet de vraag van de columnist aangevuld worden met: Is hier niet sprake van bewust spreken ofwel misleiden en handelen ten faveure van enge partij politieke belangen. Het is overigens vreemd dat na zo een mooie speech, de president het voorval van het protest niet aangrijpt om het belang van natievorming en eenheid te benadrukken en gestalte te geven.
Confronterende heroriëntatie
Hoe graag sommigen onder ons nog eerder het hoofd in een zandbak steken en de realiteit willen ontlopen, komen wij er niet onderuit dat dit land is samengesteld uit etnische groepen die vooral op basis van onder andere, cultuur, historische perspectieven, geografische oriëntatie, religie en behoud van de eigen identiteit, een eigen perceptie hebben over ontwikkeling. Het is voor elke regering een enorme uitdaging om te midden hiervan, niet een tussenweg maar een bindende factor te vinden waarin alle groepen zich geïdentificeerd, gekend en betrokken voelen. Dit zal zich moeten vertalen in een korte en lange termijn visies en doelen, maar vooral in beleid. Daar zonder zal die nationale ontwikkeling schijn tot zelfs utopisch blijken te zijn. Ook bij het vinden van antwoorden op maatschappelijke uitdagingen zal hiermee rekening gehouden moeten worden. Maar dit kan niet alleen van de overheid en de regering verwacht worden. Er zal bij elke etnische groep een confronterende heroriëntatie moeten plaatsvinden. De kernvraag die hier aan zichzelf gesteld mag worden, is: wat de eigen bijdrage, zowel sociaalmaatschappelijk als economisch, maar ook de toegevoegde waarde is, in bijvoorbeeld de maatschappelijke verantwoordelijkheid naar elkaar toe.
Hindoestanen en Creolen
De etnische scheidslijnen doen zich vooral voor tussen de twee grote etnische groepen: Hindoestanen en Creolen, ofwel nazaten van de tot slaaf gemaakte Afrikanen. Op zich is dat begrijpelijk gezien de historische impact sinds hun komst naar dit land, met veel uiteenlopende ontwikkelingen die bepalend zijn geweest op hun positie in de maatschappij. Het is dan ook teleurstellend en af te keuren, dat in een elders gepubliceerd opiniestuk, op basis van deze ontwikkelingen een pleidooi wordt gehouden voor etnische hiërarchie.
In dat opiniestuk wordt, om de hiërarchie te rechtvaardigen ook nog een door de politiek gebruikte methode van ‘zij die op mij lijken’ bij het benoemen van personen, op een statistische wijze goedgepraat.
Zonder schroom wordt in het artikel geëist dat de Hindoestaanse gemeenschap op basis van kwantiteit, kwaliteit en economische positie, een bevoorrechte positie wordt toegemeten in de maatschappij. Dit roept angstbeelden op van hoe etnische overheersing heeft geresulteerd in gewelddadige etnische spanningen, tot afslachting toe in Afrikaanse, Aziatische en Europese landen en waarvan de gevolgen nog lang niet te overzien zijn. Een simpele, maar kernrede waarom etnische overheersing vooral in Suriname ondenkbaar moet zijn, is dat dit land rijkelijk gezegend is aan etnische verscheidenheid.
De Verenigde Naties heeft in verschillende rapporten en resoluties feitelijk vastgesteld dat personen van Afrikaanse afkomst eeuwenlang zijn achtergesteld en gediscrimineerd. Ook dat er nog altijd historische patronen zijn, die bewust en onbewust bijdragen aan marginalisering van deze groep. Dit wil echter niet zeggen dat vooral in Suriname de Creool of afro-Surinamer slachtoffer is van de maatschappelijke en economische positie, of vooruitgang van andere etnische groepen. Integendeel. Hij is slachtoffer van zichzelf. Met name zal deze etnische groep de confronterende heroriëntatie op zichzelf moeten durven toepassen, bewustzijn moeten creëren en zich verheffen boven een slachtofferpositie. Er zal tot het besef gekomen worden dat er geen enkele reden aanwezig is om vrees te hebben over uit welke etnische groep de president van het land gekozen wordt. Voor alle groepen telt dat het geen schande is dat wordt afgekeken en geleerd van andere groepen. Etnische-fobie wordt door de VN ook omschreven als een vorm van discriminatie.
De visionair Jules Sedney (zie foto boven), die jammer genoeg niet meer onder ons is, heeft op de 60-ste herdenking van de jaardag van de VHP, waarvan hij ere-voorzitter is geweest, die partij in haar streven om een multi-etnische partij te worden, erop gewezen dat er niets mis is aan het zijn van een etnische partij.
De vraag is wel: Wat draagt die etnische partij bij aan de nationale ontwikkeling en eenheid van het land Suriname. In zijn boek ‘De toekomst van ons verleden’, zegt Sedney; “Dit land heeft geen revolutie nodig, maar een therapie.”
De president heeft, als voorzitter van de VHP, de samenleving opgeroepen hem en zijn partij bij de volgende verkiezingen, vervroegd of niet, tenminste 28 zetels te geven. In feite doet het er niet toe als het 28 of alle 51 beschikbare zetels zijn. De vraag is wel wat het motief hiervoor is. Welke voorwaarden denkt Santokhi zelf, die de kiezer aan dit verzoek moet stellen. Zal hij dan inderdaad gestalte geven aan hetgeen waar hij zelf zegt voor te staan: Een Surinaamse droom van eenheid in verscheidenheid, een echte bromtji yari met gelijke kansen voor iedereen? Aan zijn woorden en beloften valt niet te twijfelen, echter daden spreken meer dan woorden.
UNITEDNEWS

