DE SURINAAMSE E.E.Z. EEN WAAR BELASTINGPARADIJS

Profielfoto van Fariq Ishaak Ingezonden: Fariq Ishaak & Victor Koekkoek

Recentelijk schaarde Chevron zich in het inmiddels illustere rijtje van offshore Contractors, zoals onder meer Exxon, Shell, TotalEnergies, Apache, die actief zijn/worden in de Surinaamse offshore olie- en gasindustrie.

Zonder de kennis van, kunde van, genomen en nog te nemen financiële risico’s door deze Contractors voor het vinden van olie en gas zou Suriname vandaag geen uitzicht hebben op een weg uit de economische malaise. Daarnaast zullen deze Contractors in de toekomst op basis van een specifieke wetsbepaling hun “fair share” aan inkomstenbelasting gaan bijdragen over de te behalen winsten met de exploïtatie van de gevonden olie en gasvoorkomens.

Dat laatste ligt anders voor de door Contractors ingeschakelde Subcontractors. Enerzijds zijn er Subcontractors die hun werkzaamheden niet in Suriname verrichten en dus ook geen inkomstenbelasting in Suriname zouden moeten betalen. Anderzijds zijn er Subcontractors die wel in Suriname bezig zijn maar dan voornamelijk offshore binnen de zogenoemde Exclusieve Economische Zone (EEZ), het deel van Atlantische Oceaan waarover Suriname soevereine rechten kan uitoefen. Deze tweede categorie zou wel inkomsten- en loonbelasting moeten betalen/afdragen over de winsten/beloningen/salarissen die te relateren zijn aan economische activiteiten verricht in Suriname.
Echter, de Surinamse overheid heeft om onduidelijke reden tot op heden nagelaten haar recht op belastingheffing uit te breiden met de EEZ. Gevolg is dat veel Subcontractors actief op, in of onder de EEZ formeel niet eens belastingplichtig zijn, en dus vormt de EEZ voor veel Subcontractors een waar belastingparadijs. Zelfs welwillende Subcontractrors die zich vrijwillig in Suriname willen laten registreren en belasting betalen botsen op een administratieve muur, de zogenoemde “unease of doing business” in Suriname.

De Regering Santokhi heeft eerder haar ongenoegen geuit over de situatie met de Subcontractors. Dat ongenoegen is begrijpelijk doch een oplossing is vrij eenvoudig te realiseren door de fiscale jurisdictie van de inkomsten- en loonbelasting uit te breiden met de EEZ. Subcontractors die geen economische activiteiten verrichten in Suriname blijven dan buiten schot en Subcontractors die wel in Suriname economische activiteiten verrichten worden belastingplichtig. Een vervolgvraag die dan opkomt is hoe lang moet een Subcontractor in, op of onder de Surinaamse EEZ actief zijn voordat deze in de belastingheffing wordt betrokken. Met andere woorden ontstaat de belastingplicht al na 1 dag actief zijn in, op of onder de Surinaamse EEZ of is een langere periode vereist. Om het pragmatisch te houden kan men in de belastingwetten een tijdsduur hanteren van bijvoorbeeld 30 dagen in een kalenderjaar. Wie dan 30 dagen of meer in een kalenderjaar actief is in, op of onder de Surinaamse EEZ wordt dan als belastingplichtige aangemerkt voor de heffing van inkomstenbelasting en/of loonbelasting.

Zo’n aangepaste wetgeving is eenvoudig te realiseren en ook praktisch uitvoerbaar en handhaafbaar door Staatsolie nauw met de Belastingdienst te laten samenwerken om de administratieve horde, unease of doing business in Suriname te slechten. Staatsolie heeft via haar toezichthoudende rol binnen de productiedelingsovereenkomsten met de Contractors in principe zicht op alle werkzame Subcontractors en personeel die wel of niet belastingplichtig zijn in Suriname.
Deze info kan vervolgens met de Belastingdienst worden gedeeld waarna de Belastingdienst bedrijven en personen belastingnummers kan toekennen ook zonder formele KKF-inschrijving ed. zodat de verschuldigde belasting zonder al te veel rompslomp kan worden binnengehaald. Als stok achter de deur kunnen vergunningen voor de verschillende activiteiten pas actief zijn als de Subcontractors hun fiscale verplichtingen nakomen.

Verder past de hierboven geschetse oplossing ook prima binnen de internationaal aanvaardbare OESO-normen voor “transfer pricing”, kort gezegd: winst/toegevoegde waarde/werkzaamheden moeten worden belast daar waar ze worden gecreëerd of verricht. Alleen die Subcontractors worden belastingplichtig die daadwerkelijk economische activiteiten verrichten in Suriname. Naar wij begrijpen is Suriname van plan aparte transfer pricing wetgeving te introduceren en daarmee zal Suriname een adequaat handvat hebben om een reële belastinggrondslag bij Contractors en Subcontractors zeker te stellen.

Voorts, en niet onbelangrijk, lijkt de geschetste oplossing niet strijdig met het Staatsbesluit van 22 mei 2018 (gepubliceerd in Staatsblad van de Republiek Suriname 2018, nummer 52) dat is gebaseerd op artikel 15, tweede en derde lid van de Petroleumwet 1990 (“Staatsbesluit”). Dit Staatsbesluit beoogt de fiscale behandeling van Contractors te stabiliseren naar de toestand van de fiscale behandeling bij het aangaan van de productiedelingsovereenkomsten. Het Staatsbesluit betreft een vorm van Staatsgarantie op basis waarvan Contractors dienen te worden gecompenseerd onder meer in het geval van het treffen van specifieke belastingmaatregelen louter gericht op de offshore olie en gas industrie, welke de positie/belangen/aansprakelijkheid van de Contractors nadelig beïnvloeden. Een betrouwbare en verantwoordelijke regering waakt er immers voor maatregelen te treffen die het vertrouwen van de offshore olie- en gasindustrie in de overheid kunnen beschadigen, zeker niet aan de vooravond de eerste belangrijke investeringsbeslissing door TotalEnergies.

Een kind kan de was doen….zou je denken. Maar zo denken de Regering Santokhi en haar adviseurs niet gezien de sinds kort in het publieke domein circulerende conceptwetsvoorstellen Wet Fiscale Jurisdictie en Wet Bronbelasting.

Uit de olie en gas industrie hebben we vernomen dat met name het conceptwetsvoorstel Wet Bronbelasting de gemoederen aardig in beweging brengt. De offshore olie en gas Contractors krijgen de facto 25% hogere kosten/uitgaven, gebruteerde 20%-bronbelasting want buitenlandse Subcontractors zullen de bronheffing afwentelen op de Contractors. Daarmee lijkt de bronheffing in strijd met het eerder genoemde Staatsbesluit, en lijken Contractors te moeten gaan opdraaien voor de incompetentie van de Surinaamse overheid om zijn eigen belastingheffing te kunnen organiseren. Stank voor dank voor de inzet van kennis en kunde en het genomen financiële risico om olie en gas te vinden, dat terwijl een echte oplossing zoals hierboven uiteengezet kinderlijk eenvoudig te realiseren is. Wel is het zo dat die Contractors de hogere kosten in de toekomst een-op-een vergoed kunnen krijgen onder de productiedelingsovereenkomsten mits die kosten verband houden met vinden van een olie- en of gasvoorkomen dat uiteindelijk wordt geproduceerd. In dat geval kan de kostenverhoging worden beschouwd als een renteloze lening van de Contractors aan de Surinaamse overheid. Als het kosten betreft die samenhangen met niet-succesvolle exploratie dan is deze belasting enkel een extra kostenpost

Overigens is een bizar aspect van het conceptwetsvoorstel het gegeven dat ook Subcontractors die geen economische activiteiten verrichten in Suriname in de Surinaamse belastingheffing worden betrokken. Dat staat haaks op de eerder genoemde internationaal aanvaardbare OESO-normen voor transfer pricing, terwijl Suriname transfer pricing wetgeving wil introduceren?

Verder lijkt het na invoering van het conceptwetsvoorstel Wet Bronbelasting de bedoeling dat een buitenlandse investeerder anders dan in olie en gas met een vennootschap of enkel een vaste inrichting in Suriname slechts 40.5% van zijn winst overhoudt, 46% gaat naar inkomstenbelasting en 13.5% naar dividend/bronbelasting (25% van 54% winst na inkomstenbelasting). Kennelijk is de Regering Santokhi van mening dat Suriname als investeringsbestemming nog niet onaantrekkelijk genoeg is. Voeg daarbij dat rente, royalties en vergoeding voor andere vormen van diensten verleent door buitenlandse dienstverleners 25% duurder worden (gebruteerde 20% bronbelasting). Het diaspora kapitaal staat te trappelen om te investeren……not!

Staat TotalEnergies nog te springen om een finale investeringsbeslissing (FID) te nemen in het eerste kwartaal van 2022. Kans is groot dat de FID wordt uitgesteld. Ze zullen wellicht eerst willen gaan kijken naar alternatieve ontwikkelingsmogelijkheden en meer belasting efficiente juridische structuren. Recent uitte vice-president Brunswijk op Unitednewss zijn zorgen over de trage voortgang van de evaluatie en ontwikkeling van olie- en gasvondsten. De Wet Bronbelasting gaat niet helpen om dat proces te versnellen, het zal het proces eerder vertragen.
De door Regering Santokhi voorgestelde maatregelen zullen de concurrentiepositie van de Surinaamse offshore olie sterk verslechteren.
De vraag is of dat verstandig is in een wereld waar steeds minder geld beschikbaar komt voor investeringen in fossiele brandstoffen, terwijl Suriname die offshore olie en gas industrie hard nodig heeft om uit de economische malaise te komen. In het belang van de bevolking van Suriname zou het de Regering Santokhi dan ook sieren het conceptwetsvoorstel Wet Bronbelasting in te trekken en de hierboven geschetse eenvoudige oplossing in een of andere vorm te implementeren. Ook de Contractors zouden een handreiking kunnen doen om aan zo’n oplossing actief mee te werken.

Victor Koekkoek
is a Member of the Association of International Petroleum Negotiators, the Society of Petroleum Engineers and the Society of Decision Professionals.
Albemarle Advisors is a trading name of Albemarle Advisors LLC an Arizona limited liability company filed under number 23245546 and having its principal address at 1846 E.  Innovation Park Drive, Suite 100, Oro Valley, Arizona 85755, United States of America. This e-mail and any attachments are strictly confidential and may be legally privileged. If you are not the intended recipient, please inform the sender immediately, do not copy or retain this e-mail and any attachments, use their contents or disclose their contents to any unauthorized third party. Please note that e-mails are susceptible to change. Albemarle Advisors. shall not be liable for the improper or incomplete transmission of the information contained in this communication nor for any delay in its receipt or damage to your system. Albemarle Advisors does not guarantee that the integrity of this communication has been maintained nor that this communication is free of viruses, interceptions or interference.

UNITEDNEWS

 

 
Facebook Comments Box