SURINAME FIRST, GUYANA SECOND
Ingezonden: Victor Koekkoek & Fariq Ishaak
Waar Arjan Lubach er destijds in slaagde om Nederland op de kaart te zetten met zijn parodie op president Trump’s America First…… The Netherlands Second, lijkt ook de regering Santokhi er prima in te slagen Suriname nadrukkelijk op de tweede plaats te zetten, na ……….Guyana!
Guyana heeft al een natuurlijke voorsprong door eerdere olie- en gasvondsten, moeten ze nog verder voorop lopen? De regering Santokhi denkt van wel. Die jaagt, in strijd met de door de vorige regering afgegeven staatsgarantie, het investeringskapitaal van oliemaatschappijen in de gordijnen door het wetsvoorstel Bronbelasting. Dat leidt tot uitstel of zelfs afstel van investeringen en kan ook leiden tot juridische procedures en het betalen van schadevergoedingen.
En dat in een wereld waarin investeringskapitaal voor fossiele projecten steeds schaarser wordt. Is de regering Santokhi werkelijk gespeend van alle realiteitszin en begrijpen ze niet dat het zich wederom afficheren als onvoorspelbare en onbetrouwbare partner uitstralingseffecten heeft naar andere sectoren. Sterkte met het vinden van een partner voor het Bakhuys project of een petrochemisch project.
Eerder meldde de regering Santokhi nog een Final Investment Decision (FID) door TotalEnergies en Apache te verwachten in de eerste helft van 2022. Maar zoals de kaarten nu liggen is er naar onze inschatting weinig kans op een FID in geheel 2022. Alhoewel het wetsvoorstel Wet Bronbelasting niet zoals beoogd per 1 januari 2022 zal worden ingevoerd is het ook niet van tafel.
Volgens bronnen is het wetsvoorstel aangehouden en zal het niet voor 1 juli 2022 worden ingediend bij de DNA. Ergo, pas ergens midden 2022 zal er voldoende economische duidelijkheid zijn of, hoe en wat inzake de Wet Bronbelasting voor TotalEnergies en Apache om een FID op te baseren, die al dan niet in 2023 kan worden genomen.
Suriname First
Nogmaals, we pleiten er al langer voor, het zou een zeer verantwoorde en verstandige stap van de regering Santokhi zijn om het wetsvoorstel Wet Bronbelasting in zijn geheel in te trekken zonder voorbehoud. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Vervolgens zou de regering Santokhi lef kunnen tonen door het over een andere boeg te gooien en een Suriname First beleid te gaan voeren.
Creëer de voorwaarden om Suriname te laten transformeren in een internationaal of regionaal (Latam/Caricom) zakelijk knooppunt. Dat hoeft vrijwel niets te kosten en onder de juiste voorwaarden gebeurt dat vanzelf!
Durf de concurrentie met Guyana en anderen in de regio aan te gaan en streef ze voorbij door de dividendbelasting af te schaffen, deviezenrestricties op te heffen, de inkomstenbelasting te verlagen voor bedrijven en personen en een echte omzetbelasting in te voeren.
Afschaffing dividendbelasting en opheffing deviezenrestricties
De bestaande wetgeving in combinatie met het afschaffen van de dividendbelasting en het opheffen van deviezenrestricties maken van Suriname een zeer aantrekkelijke bestemming voor het vestigen van internationale en regionale houdstermaatschappijen, alsook familiekapitaal en investeringsfondsen. De kapitaal aanzuigende werking zal veel breder zijn dan louter diaspora kapitaal. Maak van Suriname een veilige vrijhaven voor investeringsfondsen die over de hele wereld in natuurlijke hulpbronnen willen investeren. Deze fondsen staan onder enorme druk in Europa en iets minder in de VS. Pak die kans en verwelkom ze met open armen. Suriname heeft als voordeel niet als belastingparadijs te boek te staan, en biedt investeerders tal van investeringsmogelijkheden, van toerisme, ict, horeca, agri, tot mijnbouw.
Los dat het ook goedbetaalde en kwalitatieve werkgelegenheid in de financiële sector oplevert, levert het daarmee gemoeide zakelijke personenverkeer indirect ook veel werkgelegenheid, welvaart en welzijn op in aanpalende sectoren, zoals horeca, toerisme, etc. Brede lagen in de samenleving zullen hiervan profiteren. Verder biedt de aanwezigheid van kapitaal zicht op diversificatie van de economie. Suriname kan met de afschaffing van de dividendbelasting en opheffing deviezenrestricties vrij eenvoudig een zakelijk financieel knooppunt worden in Latam/Caricom, een eerste vereiste om van het vliegveld in Suriname een regionale hub te maken. Overigens moet het een en ander wel worden geflankeerd door wetgeving ter voorkoming van terrorisme financiering en witwassen die aan de huidige internationale eisen voldoet.
Het afschaffen van de dividendbelasting hoeft vooralsnog geen geld te kosten.
Uit navraag in 2020 bij MinFin blijkt dat het (relatief beperkte) bedrag aan dividendbelastingontvangsten vrijwel geheel verrekenbaar is met de inkomstenbelastingverplichtingen van inwoners van Suriname. Met andere woorden, afschaffing zou budgettair neutraal zijn. Wat minder binnenkomt als dividendbelasting komt dan meer binnen als inkomstenbelasting. Wat houdt de regering Santokhi tegen?
Ook het opheffen van deviezenrestricties zou geen probleem moeten zijn. De munteenheid fluctueert al enige tijd vrij en de maatregelen zullen een aanzuigende werking hebben op internationaal kapitaal. Als de regering Santokhi daar niet zo zeker van is kan ze deviezenrestricties blijven hanteren maar dan wel generieke vrijstellingen afkondigen voor bedrijven met bijvoorbeeld meer dan 50% buitenlandse uiteindelijk gerechtigden. Dat kost ook niets!
Verlaging inkomstenbelasting en invoering omzetbelasting
Om maakindustrie en onderaannemers uit olie- en gasindustrie aan te trekken zou ons inziens de inkomstenbelasting voor bedrijven en personen generiek moeten worden verlaagd naar een internationaal meer aanvaardbare norm van rond de 20-25%. Met een inkomstenbelasting voor bedrijven van 46% zullen eventuele investeerders alleen de natuurlijke hulpbronnen zo goedkoop mogelijk aan Suriname willen onttrekken, zonder verdere toegevoegde waarde in Suriname te creëren. In beginsel zal zo’n verlaging niet budgettair neutraal kunnen plaatsvinden. Daar staat tegenover dat de effectiviteit van de inning van de huidige inkomstenbelasting te wensen overlaat. Wellicht kan een effectievere inning van lagere inkomstenbelasting alsnog budgettair neutraal zijn. Een andere aanpak is de nieuw in te voeren omzetbelasting te verhogen (m.u.v. primaire levensbehoeften) in ruil voor een verlaging van de inkomstenbelasting. Het voordeel van een hogere omzetbelasting is dat ook koopkrachtige bezoekende buitenlanders daar aan mee betalen.
Ease of doing business
Met het bovenstaande zal Suriname al een heel eind komen, maar Suriname moet niet vergeten om gelijktijdig het registratieproces om zaken te doen in Suriname te vereenvoudigen. Ook het proces voor het verlenen van verblijfs- en werkvergunningen voor personen moet eenvoudiger. Richt een speciale afdeling in bij de Belastingdienst waar buitenlandse bedrijven en personen die naar Suriname willen komen zich kunnen registreren. Suriname moet niet benauwd zijn voor het buitenlandse financial en human capital. Suriname heeft dat “capital” hard nodig om het niveau in Suriname op te krikken en het land voort te stuwen in de vaart der volkeren en een prominente rol op te eisen in een globale economie. Daar profiteert de hele bevolking van.
