MUILKORFWETTEN HOREN THUIS IN DICTATORIALE EN TOTALITAIRE REGIEMS
De arrestatie van burgers en activisten, op basis van artikel 152 van het wetboek van strafrecht, richt weer eens het vizier op het gebruik van wat in de internationale wereld genoemd word, laster of muilkorfwetten.
In het Engels, defamation law’s genoemd. Onterecht worden muilkorfwetten, die een nalatenschap zijn uit de koloniale periode in verband gebracht met moderne democratische wetgeving tot zelf grondrechten, zoals het recht op vrije meningsuiting. In Suriname komen in het wetboek van strafrecht maar ook in de grondwet muilkorfwetten voor die in de achttiende eeuw, vanuit de Nederlandse wetgeving die intussen vrijwel volledig is vernieuwd, zijn overgenomen. Het antieke van muilkorfwetten zit in de bedoeling, namelijk het beschermen van overheden en publieke personen en dan nog met strafmaatregelen die al helemaal niet beantwoorden aan de hedendaagse normen en waarden. De Verenigde Naties, de Europese Unie, de Afrikaanse commissie voor de rechten van de mens en de organisatie van Amerikaanse Staten, pleiten juist voor het afschaffen van deze wetten en artikelen en adviseren landen met modernere wetgeving te komen.
In twee recente gevallen, de een burger uit Nickerie en de andere een activist, maar ook eerdere wordt, al helemaal geen aandacht besteed, althans door de justitie en de regering, aan de verticale verantwoordelijkheid van de overheid om het grondrecht van burgers te beschermen. Ook wordt niet de moeite getroost na te gaan als de bij wet vastgestelde begrenzing van dat recht wel of niet is overtreden. In deze kwestie, in de commentaren en de uitleg van de politie, staat slechts een ding centraal en wel dat de president van het land, een autoriteit is beledigd en dus beschermd en de overtreder gestraft moet worden. Dat is nu precies de geaardheid en bedoeling van het bewuste artikel 152 en andere muilkorfwetten. Beschermen van overheden en publieke personen tegen andere personen die de burgerij worden genoemd. Muilkorfwetten hebben in zich dat zij ongelijkheid prediken tussen publieke personen en burgers en die publieke personen een speciale behandeling genieten ten opzichte van de rest van de samenleving.
Wanneer die behandeling, wordt bedreigd middels gesproken woord, geschrift of andere publicatie dan, staat daartegenover een straf. Dit is een grote vorm van maatschappelijke ongelijkheid nog wel in een democratische samenleving als de Surinaamse.
De wereld ziet er totaal anders uit, dan wat muilkorfwetten karakteriseren. Zeker na de wereld democratisering en de oprichting van de Verenigde Naties, zeker nadat er internationale consensus bestaat over de geaardheid van politieke systemen als het fascisme, dictatuur, militaire, politie en totalitaire staten. Politieke systemen die ongelijkheid, dictatuur en schending van mensenrechten met zich meebrengen en bevorderen. Zelf bestaande monarchieën en koninkrijken in de Westerse wereld, die in feite de grondleggers zijn geweest van laster of muilkorfwetten, zien er anders uit en worden in die landen muilkorfwetten verwijderd of tenminste gemoderniseerd.
In het geval van de arrestatie van burgers en activisten in Suriname komt het aspect van ‘angst aanjagen’ als een afschrikmiddel sterk tot uiting bij het gebruik van muilkorfwetten, zoals dat ook de bedoeling was in die oertijd waar de monarchie of de persoonlijking van een politiek systeem boven de samenleving stond. De angst en afschrikking zit er er in het gegeven dat niemand van te voren weet wanneer de grens van belediging is overschreden, omdat zelf in de moderne wetgeving nergens een definitie staat over wat een belediging is. De willekeur is dus evident en is de overtreder overgeleverd aan het systeem dat, in dit geval de publieke persoon in bescherming neemt. In het laatste geval is het nog de vraag als de burger Chandrikapersad Santokhie die invulling geeft aan het ambt van president zich beledigd heeft gevoeld en aangifte heeft gedaan bij de politie, of dat personen, zoals partijgenoten en loyalisten om hem heen, de politieke en juridische macht misbruiken, zoals dat gebeurt in een totalitaire staat.
Vrijheid is niet absoluut
Maar aan de andere kant, zijn in de nieuwe wereld van gelijke rechten en waar het accent juist ligt op de rechten van het individu, daarom de zin – een ieder heeft recht op -, personen die een publieke functie bekleden zoals de president, ministers en rechters, ook ‘gewone’ mensen die net als anderen burgers recht hebben op bescherming van hun privacy en hun goede naam en eer niet worden geschaad. Dus beschermen tegen smaad, laster en belediging is net als het recht van vrije meningsuiting ook een belangrijk burgerrecht. In de regel worden wetten, zoals een grondwet gemaakt om de samenleving te ordenen en voor waar er overtredingen plaatsvinden, ervoor te zorgen dat die op een rechtmatige manier door de onafhankelijke straf – of burgerrechter worden beslecht. In een nieuwe wereld van democratie, van gelijke rechten en vooral na naleving van grondrechten, is er geen plaats voor muilkorfwetten die in feite een menselijke gradering dus ongelijkheid tussen overheid / publieke personen en burgers bevordert. Maar het betekent wel dat de vrijheid van ons grondrecht op vrije meningsuiting niet absoluut en niet onbegrensd is. Dat zien we in de formulering van dit grondrecht in artikel 19 van de Surinaamse grondwet, alsook artikel 19 van het Internationaal Verdrag voor Burgerlijke en Politieke Rechten en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De eerste twee zijn juridische bindend terwijl de universele verklaring een gestandaardiseerde en leidende functie heeft. Het bewuste artikel van het grondrecht op vrije meningsuiting heeft de volgend inhoud en is een internationale standaard.
Burger en grondrechten zijn gericht op elk individu zonder onderscheid of menselijke gradatie. Deze rechten beginnen altijd ook met, “Een ieder heeft recht op….”. artikel 19 uit de eerder genoemde wetten en verklaring luid, : Een ieder heeft het recht op vrijheid van meningsuiting; dit recht omvat mede de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te garen, te ontvangen en door te geven, ongeacht grenzen, hetzij mondeling, hetzij in geschreven of gedrukte vorm, in de vorm van kunst, of met behulp van andere media naar zijn keuze.’ … en dan komt in hetzelfde artikel en de begrenzing van het recht…. De uitoefening van de in dit artikel bedoelde rechten houdt met haar bijzondere taken en verantwoordelijkheden. Het kan daarom onderworpen zijn aan: bepaalde beperkingen, maar deze zullen alleen zijn zoals voorzien door de wet en zijn noodzakelijk: (a) Voor het respecteren van de rechten of reputaties van anderen; (b) Ter bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde (publiek), of van de volksgezondheid of de goede zeden.
In een verklaring van de Organisatie van Amerikaanse Staten in 2002, staat opgenomen dat criminele laster geen rechtvaardiging is voor het beperken van de een vrijheid en dat alle strafrechtelijke lasterwetten / muilkorfwetten moeten worden afgeschaft en waar nodig vervangen moeten worden met burgerlijke lasterwetten. Dit betekent zoveel als, dat een burger onmogelijk strafbaar gesteld kan worden voor het vrijelijk beleven van het recht op vrije meningsuiting. Wie zich beledigd voelt, of vindt dat laster is geuit, moet naar de burgerrechter en niet naar de strafrechter.
Weer in 2010 vaardigden vertegenwoordigers van de OAS, de OVSE en de VN opnieuw een verklaring uit, dit keer samen met de speciale rapporteur voor vrijheid van meningsuiting en toegang tot informatie van de African Commission on Human and Peoples’ Rights (ACHPR). Ook in deze verklaring sprak de wereld zich uit tegen het strafbaar stellen van een burger en grondrechten en werd op landen het beroep gedaan laster en muilkorfwetten te schrappen en daarvoor in de plaats te komen met moderne wetgeving.
De Surinaamse Vereniging van Journalisten heeft sinds haar oprichting in 1991 gepleit voor het afschaffen van lasterwetten in de Surinaamse wetgeving, maar vooral uit het wetboek van strafrecht. In 2013 hebben, tijdens een consultatie alle parlementaire, buitenparlementaire en tal van maatschappelijke groeperingen, met gepaste kanttekeningen aangegeven bereid te zijn, hun medewerking te verlenen voor het verwijdering van laster en muilkorfwetten uit het wetboek van strafrecht. Het zou aan te bevelen zijn, dat politieke – en maatschappelijke organisaties de draad oppakken om te komen tot moderne wetgeving om Suriname te laten behoren bij de landen die op een meer moderne doch rechtstatelijke en democratisch vriendelijke manier inhoud geven aan de naleving en bescherming van burgerlijke en grondrechten in de samenleving. Analysis of Suriname’s insult and defamation laws.
