BREAKING NEWS: CONSTITUTIONEEL HOF ACHT HUIDIG KIESSTELSEL NIET RECHTVAARDIG

Het one person, one vote beginsel, betekent dat de stem van de ene kiezer gelijk is aan de stem van een andere kiezer. Hierbij is belangrijk dat de vaststelling van de kiesgrenzen en de zetelverdeling niet scheefgetrokken dienen te worden, geen enkele groep gediscrimineerd moet worden en het recht van de burgers om hun vertegenwoordigers te kiezen niet uitsluit of op ongerechtvaardigde wijze wordt beperkt.

De districtenindeling volgens het decreet van 24 februari 1983 S.B. no. 24 behoeft daarbij een nadere evaluatie.

Het Hof overweegt verder dat artikel 9 juncto 24 van de Kiesregeling geen weerspiegeling is van een gelijkwaardig kiesrecht gezien het verschil in stemgewicht niet verenigbaar is met artikel 25 sub b van het IVBPR, en artikel 23 lid 1 sub b van het AVRM.

Het Hof overweegt voorts dat de UVRM, Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in 1948 als een aanbeveling is aangenomen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarbij het formele geslacht van een verdrag ontbreekt, en dus in formele zin niet bindend is.

Het Hof overweegt voorts dat de verklaringen van de verkiezingswaarnemingsmissies van de OAS 2010 en 2020 worden meegenomen in de besluitvorming. De visies van de president van de Republiek Suriname en het door het Hof gehoorde ter zake deskundigen met betrekking tot de werking van het huidige kiesstelsel zijn meegenomen in de besluitvorming. Eveneens zijn de adviezen van de Amicus Curiae Lawyers for Upholding International Law eveneens meegenomen in de besluitvorming.

Het Constitutioneel Hof is van oordeel dat Suriname als verdragsstaat bij het IVBPR en het AVRM gehouden is aan haar verplichtingen voortvloeiende uit deze verdragen. Dat de soevereine wil van het volk conform artikel 55 van de Grondwet, niet terug te vinden is de verkiezingsuitslag vanwege het ongelijk stemgewicht. Dat artikel 9 juncto 24 Kiesregeling niet in strijd is met artikel 61 van de Grondwet, aangezien deze bepaling van de Grondwet slechts de grondslag bepaling is waarop de DNA-zetel verdeling plaatsvindt.

Het Hof is van oordeel dat de evaluatie van de Grondwet en de Kiesregeling nimmer hebben plaatsgevonden.

Het Hof is van oordeel dat het huidige kiesstelsel niet voldoet aan een rechtvaardig kiesstelsel, met name als het komt om de gelijkwaardigheid van de stemmen, en daardoor de artikelen 9 juncto 24 Kiesregeling dan ook strijdig zijn met het beginsel van gelijkheid en van een gelijkwaardig kiesrecht, zoals vervat in artikel 8 van de Grondwet. De artikelen 25 sub b en 26 IVBPR, en de artikelen 23 lid 1 sub b en 24 van het AVRM. Dat er sprake is van positieve discriminatie in de verdeling van de DNA-zetels in gevolge de artikelen 9 juncto 24 van de Kiesregeling, welke thans gelet op de door het Hof gegeven argumentatie ongeoorloofd is.

Het Hof is verder van oordeel dat de populatie in de districten is gaan verschuiven sinds de huidige kiesregeling, en dat de opbouw van de zetels is geschied aan de hand van het inwonend tal per district. Daarom is het nodig om nauwkeurig na te gaan indien de berekening van de zetels anno 2022 qua inwoneraantal per district, nog voldoet aan de maatschappelijke realiteit.

Het Hof is van oordeel dat als de geschiedenis van het Kiesstelsel vanaf 1949 wordt nagegaan, dat deze steeds is gewijzigd, al dan niet in het belang van het volk. Dat thans aan een rechtvaardig Kiesstelsel moet worden gewerkt conform de maatschappelijke realiteit met in achtneming van de Grondwet en de Verdragen.

Het Hof is van oordeel met de wetgevende macht wordt volgens artikel 70 van de Grondwet gezamenlijk uitgeoefend met de regering om het huidige kiesstelsel in overeenstemming te brengen met het IVBPR en het AVRM. Het Hof is van oordeel dat de verkiezingen van 25 mei 2025 normaal voortgang dienen te vinden.

Het Hof komt tot het volgende besluit.

Gelet op de toetsing van artikel 9 juncto 24 van de Kiesregeling, dat de artikelen 9 juncto 24 Kiesregeling in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel en een discriminatie verbod van artikel 8 van de Grondwet. Dat de artikelen 9 juncto 24 Kiesregeling niet in strijd zijn met artikel 61 van de Grondwet. Dat de artikelen 9 juncto 24 Kiesregeling wel in strijd zijn met artikel 55 juncto 8 van de Grondwet.

Dat de artikelen 9 juncto 24 Kiesregeling niet in strijd zijn met de artikelen 25 sub a en c van het IVBPR. Dat de artikelen 9 juncto 24 Kiesregeling wel in strijd zijn met de artikelen 25 sub b IVBPR en 26 IVBPR. Dat de artikelen 9 juncto 24 Kiesregeling wel in strijd zijn met de artikelen 1 juncto 23 juncto 24 van het AVRM. Dat de artikelen 9 juncto 24 van de Kiesregeling niet getoetst kunnen worden aan de artikelen 7 juncto 21 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, vanwege de niet juridische verbindendheid van het UVRM.

Van deze beslissing afschriften zenden aan verzoekers; de ministers die belast zijn met justitiële aangelegenheden en met de zorg voor de publicatie in het Staatsblad van de Republiek Suriname belast zijn, de president van het Hof van Justitie, alsmede aan de voorzitter van De Nationale Assemblee.

UNITEDNEWS

 

 

Facebook Comments Box