VOORONDERZOEK ONEIGENLIJKE BETAALOPDRACHTEN EN REÇU’S
Ingezonden| VES
Op 28 juni 2022 is aan het licht gekomen dat er aan de hand van vervalste betaalopdrachten afschrijvingen zijn gepleegd van de rekening van het Ministerie van Financiën en Planning.
Op 28 juni 2022 is aan het licht gekomen dat er aan de hand van vervalste betaalopdrachten afschrijvingen zijn gepleegd van de rekening van het Ministerie van Financiën en Planning.
De vervalste betaalopdrachten en reçu’s werden aangeboden aan de Centrale Bank van Suriname (CBvS). Naar aanleiding hiervan is aan drs. R. Abrahams RA gevraagd om een intern onderzoek op gang te zetten en te coördineren, aangezien de Minister A. Achaibersing het
onderzoek niet wil beïnvloeden. Er is vooralsnog vooronderzoek geweest door de CLAD en de Rekenkamer, waarbij de Rekenkamer vanuit haar onafhankelijke en onbevooroordeelde positie uitdrukkelijk ervoor heeft zorggedragen dat de objectiviteit van het onderzoek
gewaarborgd bleef. Het onderzoek is ook voor beide instellingen belangrijk geweest uit hoofde van hun wettelijke controlefunctie van de begrotingsrekeningen, waarbij die van de CLAD een accountantsverklaring vereist en van de Rekenkamer een verklaring van goedkeuring.
onderzoek niet wil beïnvloeden. Er is vooralsnog vooronderzoek geweest door de CLAD en de Rekenkamer, waarbij de Rekenkamer vanuit haar onafhankelijke en onbevooroordeelde positie uitdrukkelijk ervoor heeft zorggedragen dat de objectiviteit van het onderzoek
gewaarborgd bleef. Het onderzoek is ook voor beide instellingen belangrijk geweest uit hoofde van hun wettelijke controlefunctie van de begrotingsrekeningen, waarbij die van de CLAD een accountantsverklaring vereist en van de Rekenkamer een verklaring van goedkeuring.
Uitkomst van het vooronderzoek
De uitkomst van het vooronderzoek heeft per 22 juli 2022 uitgewezen dat er vier, oneigenlijke betaalopdrachten met vervalste handtekeningen met een totale waarde van SRD 59.318.515,62, door de CBvS zijn uitgevoerd, te weten:
1. 25 januari 2022 voor SRD 5.944.005,00 met als begunstigde M.I. Rother;
2. 11 maart 2022 voor SRD 12.408.913,20 met als begunstigde M.I. Rother;
3. 25 april 2022 voor SRD 14.042.700,45 met als begunstigde R. Koendjbihari;
4. 14 juni 2022 voor SRD 26.922.896,97 met als begunstigde R. Koendjbihari.
2. 11 maart 2022 voor SRD 12.408.913,20 met als begunstigde M.I. Rother;
3. 25 april 2022 voor SRD 14.042.700,45 met als begunstigde R. Koendjbihari;
4. 14 juni 2022 voor SRD 26.922.896,97 met als begunstigde R. Koendjbihari.
Geconcludeerd kan worden dat deze vervalste betaalopdrachten en reçu’s door derden zijn vervaardigd en deze, als ware zij afkomstig van het Ministerie, ter betaling zijn aangeboden aan de CBvS. Na indiening van deze valselijk opgemaakte betaalopdrachten, zijn vanuit de bankrekening van het Ministerie door de CBvS overmakingen verricht naar vooraanstaande particulieren.
In de rapportage van het vooronderzoek is er aangegeven dat in het licht van jarenlang bestaande tekortkomingen in de administratieve organisatie en de interne beheersing, binnen dit Ministerie, deze voorvallen niet onmogelijk geacht worden. Mede hierdoor zal het onderzoek nog enige tijd voortduren. Op basis van mogelijke aanduidingen en/of vermoedens van onrechtmatige betalingen ten laste van het Ministerie en een risicoanalyse door de twee eerdergenoemde controle–instanties, zal worden besloten of hun onderzoek zich ook zal
richten op betalingen in het jaar 2021. Naar aanleiding van de mate waarin de bevindingen van dit onderzoek daartoe aanleiding zullen geven, zal (steeds) verder naar voorafgaande jaren worden teruggewerkt.
Conclusie rapportage vooronderzoek
Het vooronderzoek bevestigd dat bovenstaande oneigenlijke betaalopdrachten, met vervalste handtekeningen, niet door de daartoe bevoegde kanalen van het Ministerie zijn verstrekt ter uitbetaling. In de rapportage wordt er verder de nadruk gelegd op het feit dat de Minister bij zijn aantreden in juli 2020 een zeer zwakke organisatie heeft aangetroffen, waarover hij formeel via de verslaggeving van Rekenkamer en de CLAD pas in het lopend jaar afdoende is geïnformeerd. In het kader hiervan is de Minister bereid geweest de nodige stappen te ondernemen en heeft genomen ter verbetering. Helaas hebben die niet kunnen leiden tot het voorkomen en tijdig
ontdekken van de door derden gepleegde frauduleuze handelingen.
In zijn rapport besluit Abrahams met: “Tenslotte besluit ik voor de duidelijkheid met de opmerking dat ik als niet forensisch
accountant, geen uitspraak kan doen over fraude anders dan aan te geven dat er een aanwijzing of een vermoeden daartoe bestaat. Het politioneel onderzoek zal een uitspraak moeten doen over de wijze en mate van vervalsingen van documenten en handtekeningen en de kwaliteit daarvan, alsmede over betrokken handlangers. Ik sluit hierbij, losstaand van de nog uit te brengen bevindingen van de CLAD en Rekenkamer van Suriname uit het lopend vooronderzoek naar malversaties bij uw Ministerie, mijn eerste rapportage af over mijn
waarneming van het onderzoek, de controleomgeving, de genomen stappen en de te nemen stappen ter verbetering van de interne beheersing, waartoe al was besloten voorafgaand aan de ontdekking van de huidige aanwijzingen en vermoedens van fraude.”
Bron: Rapportage Vooronderzoek: Vervalsing van betaalopdrachten en reçu’s, 2022
Het vooronderzoek bevestigd dat bovenstaande oneigenlijke betaalopdrachten, met vervalste handtekeningen, niet door de daartoe bevoegde kanalen van het Ministerie zijn verstrekt ter uitbetaling. In de rapportage wordt er verder de nadruk gelegd op het feit dat de Minister bij zijn aantreden in juli 2020 een zeer zwakke organisatie heeft aangetroffen, waarover hij formeel via de verslaggeving van Rekenkamer en de CLAD pas in het lopend jaar afdoende is geïnformeerd. In het kader hiervan is de Minister bereid geweest de nodige stappen te ondernemen en heeft genomen ter verbetering. Helaas hebben die niet kunnen leiden tot het voorkomen en tijdig
ontdekken van de door derden gepleegde frauduleuze handelingen.
In zijn rapport besluit Abrahams met: “Tenslotte besluit ik voor de duidelijkheid met de opmerking dat ik als niet forensisch
accountant, geen uitspraak kan doen over fraude anders dan aan te geven dat er een aanwijzing of een vermoeden daartoe bestaat. Het politioneel onderzoek zal een uitspraak moeten doen over de wijze en mate van vervalsingen van documenten en handtekeningen en de kwaliteit daarvan, alsmede over betrokken handlangers. Ik sluit hierbij, losstaand van de nog uit te brengen bevindingen van de CLAD en Rekenkamer van Suriname uit het lopend vooronderzoek naar malversaties bij uw Ministerie, mijn eerste rapportage af over mijn
waarneming van het onderzoek, de controleomgeving, de genomen stappen en de te nemen stappen ter verbetering van de interne beheersing, waartoe al was besloten voorafgaand aan de ontdekking van de huidige aanwijzingen en vermoedens van fraude.”
Bron: Rapportage Vooronderzoek: Vervalsing van betaalopdrachten en reçu’s, 2022
ANALYSE
Facebook Comments Box
