AGRARISCHE SECTOR IN SURINAME MIST LANGE TERMIJN INNOVATIEF BELEID

Foto: Professor Lydia Ori

De Anton de Kom universiteit van Suriname, heeft op haar 54-ste herdenking en bij de opening van het nieuwe collegejaar 2022 – 2023, de samenleving een Spiegel voorgehouden over het gefaald, maar tegelijkertijd uitdagende Agrarische sector.

In de openingscollege ook wel de Diesrede genoemd, heeft professor Lydia Ori dinsdagavond in de Centrumkerk vanuit de wetenschap een ontwikkelingsrichting visie gegeven en een masterplan gepresenteerd voor de sector om er het maximale uit te halen. “Pas wanneer de laatste boom is gestorven, de laatste rivier is vergiftigd en de laatste vis is gevangen, zal men beseffen dat we geen geld kunnen eten”, citeert de professor een bekende uitspraak.

De hoogleraar wijst er op dat in 2050 de wereldbevolking 10 miljard personen zal tellen. Om die groeiende wereldpopulatie te kunnen voeden zal de agrarische sector, wereldwijd 60 procent meer voeding moeten produceren. Als gevolg van deze groeiende wereldpopulatie zal de kwaliteit en de kwantiteit van natuurlijke hulpbronnen verminderen door overexploitatie en intensieve landbouw en landfragmentatie. De agrarische sector neemt af en in sommige delen van de wereld is men volledig afhankelijk van de import van voedsel. Er zijn institutionele zwakheden in het agrarische beleid van het Caraibisch gebied waaronder ook Suriname. Er wordt veel te veel geïmporteerd dan er wordt geëxporteerd. Er wordt weinig gedaan aan onderzoek om beleid te maken en is de sector de afgelopen Jaren sterk achteruit gegaan. Het ontbreekt Suriname een lange termijn consistent beleid voor de agrarische sector. Volgens Ori mist Suriname een gedegen analyse van de sector en hoe die functioneert. Dit resulteert in het verlies van agrarische bedrijven. Er komen nauwelijks nieuwe erbij. Er zal vooral een meer systematische onderwijsstructuur moeten komen met praktische activiteiten.. “Willen we voedsel garanderen zal er geïnvesteerd moeten worden in duurzame en innovatieve strategieën”, zegt Ori.

In het Caribisch gebied heeft de agrarische sector bijgedragen aan de economieën van de landen met veel arbeidsplaatsen, echter is dat nu verminderd met 10 tot 25 procent van de beroepsbevolking.  Vergeleken met het verleden is de export teruggevallen tot 17 procent. De bijdrage van de agrarische sector aan de economie moet anderzijds ook niet verwaarloosd genoemd worden. Het zorgt voor werkgelegenheid, deviezen inkomsten en voedselzekerheid. In 2020 was de bijdrage van de agrarische sector 8.1 procent van het bbp. De sector biedt aan 7,5 procent van het actieve beroepsbevolking emplooi. Echter is Suriname lang niet zelfvoorzienend als het gaat om haar eigen voedsel. De import van voedselproducten is hoog. De laatste twee jaren is dat als gevolg van Covid gestegen.

Rijst

De rijstsector als belangrijkste in de sector blijk niet in staat de beschikbare 90.000 hectare tot ontwikkeling te brengen. Er wordt per seizoen slecht 20.000 ingezaaid. Zaaizaad wordt geïmporteerd vanuit Guyana. Maar Ori ziet in de moeilijke positie waarin Suriname en de sector verkeren ook weer vele uitdagingen. “ Suriname benut haar kansen onvoldoende”. De exporten naar de Europese unie zijn de afgelopen periode teruggevallen.

Tuinbouwsector

Van groenten, fruit en tuingewassen blijkt dat er meer geïmporteerd wordt aan groenten dan er geëxporteerd wordt. De afgelopen 15 jaar is er een stijging van ruim 60 procent import. De afgelopen 10 jaar is het beplant areaal niet significant veranderd, maar is er wel een stijging in de introductie met betere rassen. In 2019 heeft de groenteproductie Suriname ruim SRD 2.5 miljoen opgeleverd. Orie zegt dat het de tuinbouwsector onder druk staat van hoge kosten, ontoereikbare voorlichting, gebrek aan kredietfaciliteiten, plagen en ziekten, tekort aan kwaliteitszaak en gebrek aan technologie en kennis.

Veeteelt

De veeteelt sector produceert uitsluitend voor de lokale markt en is voor haar imputs sterk afhankelijk van het buitenland. Vanaf 2016 is er een sterke groei in de lokale eieren productie. Suriname is wat dat betreft bijna volledig zelfvoorzienend. “Dat is heel goed nieuws” zegt de redenaar. Er is een afname merkbaar in het aantal runderen over de afgelopen Jaren. De melkproductie is met 60 procent gedaald waarvan de lokale zelfvoorziening amper 30 procent is. De sector is niet meer interessant voor boeren en de kosten zijn heel hoog. Er is 50 procent afname in slachtvee als gevolg van het slachten van dragvee. De afname telt ook voor de kleine herkauwers met 60 procent. Echter is de vleesproductie met 75 procent toegenomen, dit als gevolg van het introduceren van nieuwe kleine herkauwers rassen. Ori ziet hierin een goed voorbeeld van het introduceren van nieuwe rassen. Voor wat betreft de varkensteelt is er wel een stijging van de productie.

Bosbouw

Suriname heeft met een landoppervlakte van 16.4 miljoen hectare een bosbedekking van 93 procent. Ongeveer 5 miljoen hectare van het totaal Surinaams bos wordt geïndiceerd als productiebos. “De bosbouw sector is niet duurzaam bezig omdat we geen toegevoegde waarde hebben aan onze exporthout. Het stoppen van de export van rondhout is noodzakelijk en zal de lokale houtverwerking versterkt moeten worden. Het ontbreekt aan een goed monitoringsplan en is er een enorm tekort aan kader in de bosbouwsector.

Een sector die het enorm goed doet is de Aqua cultuur en visserij. De kustwateren bevatten vissen met een hoge marktwaarde waar veel vraag naar is in het Caribisch gebied, de Verenigde Staten, Europa en Japan. De sector zorgt voor valuta inkomsten door de export van vis en garnalen en voorziet de lokale markt van verse visproducten. De sector biedt werkgelegenheid aan duizenden personen, vooral als het gaat om de verwerking en verkoop van vis en garnalen. De vraag is zowel  lokaal als internationaal erg gestegen. De laatste Jaren is de export toegenomen met 400 procent.

Ori  merkt wel op dat de aqua verwerking in Suriname pas in de startfase is en is er een relatief lage mate van toegevoegde waarde voor de verse groente grondstoffen en weinig relatie met marketing en financiële diensten. Dit is het gevolg van veel kleine bedrijven, maar wel onder hun capaciteit hun capaciteit opereren. met behulp van inefficiënte hulpmiddelen. “Deze sector heeft enorme potentie”, zegt Ori

Actieplan

In het actieplan gaat het om een complete modernisering van de sector. “Modernisering in de wereld heeft gezorgd voor meer output. We moeten technologische vooruitgang hebben en technologie gebruiken in de productie en verwerking. Er zal een technologisch laboratorium moeten komen ter ondersteuning van duurzame agrarische productie”, zegt Ori. In het actieplan wordt gesproken over sterke innovatieve agrarische systemen die samen moeten werken waarbij alle actoren bijeen worden gebracht. “Innovatie leidt tot groei en productie in de economie, hoge concurrentie vermogen en gezinsinkomen en lagere voedselkosten op langtermijn; Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, minder verliezen in de voedselketen en verbetering van voedselverwerking en kwaliteit”.

het actieplan sluit volgens de Ori aan bij de beleidsdoelen van het ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij (LVV). Het is gericht op 25 procent importvermindering van agrarische producten met het oog op herstel van de economie. Als eerst is het volgens de professor belangrijk om beleid te maken. Er is beleid maar het moet aangescherpt worden. Gedacht wordt aan zeevisserij die niet update is. Er moet nagegaan worden hoe overbevissing aan te pakken. Sommige soorten worden minder gevangen. Het zaaizaad beleid moet worden gereguleerd. Er zal beleid ontwikkeld moeten worden om 1 procent van het bbp opzij te zetten voor agrarisch onderzoek. Het pesticiden beleid moet goed worden uitgevoerd om de illegale invoer van pesticiden stop te zitten. In de praktijk is het een grote uitdaging om beleidscoherentie te bereiken tussen overheid en andere actoren. Het is van eminent belang om een agro-diversiteits programma te promoten. Het gaat om het ontwikkelen van nieuwe marktgewassen. Uitvoeren van rijstonderzoek bij Adron, het veredelen van rassen die bestand zijn tegen klimaatverandering, ziekten en plagen. Het belangrijkste in het actieplan is volgens Ori dan ook het aanscherpen en ontwikkelen van beleidsdoelen.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box