WAT DOET SURINAME EIGENLIJK OM HET MILIEU TE BESCHERMEN?
Door Armand Snijders
President Chandrikapersad Santokhi heeft de afgelopen week in Sharm-el-Sheikh in Egypte de klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP27) bijgewoond. Hij heeft daar de rest van de wereld vooral gevraagd om financiële steun om ons land te helpen de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. Het is echter gerechtvaardigd om de vraag te stellen wat Suriname en met name opeenvolgende regeringen zelf hebben gedaan om zich te beschermen tegen de gevolgen van de grillige veranderingen.
Santokhi verzocht de rije landen in Egypte op te draaien voor de kosten van de overstromingen eerder dit jaar in Brokopondo. Die zouden, zo beweerde hij stellig, een gevolg zijn van de klimaatverandering. Dat was een vreemde oproep en geeft aan dat de Surinaamse delegatie slecht voorbereid was. Want dat klimaatverandering tot die wateroverlast heeft geleid, is nooit vastgesteld omdat er nimmer onafhankelijk onderzoek door deskundigen naar is verricht. Waarschijnlijk speelt er veel meer mee, zoals verkeerd management bij de stuwdam. En het niet bijtijds adequaat reageren op de ontstane noodsituatie. Ongetwijfeld zal de overtollige regenval een rol gespeeld hebben, maar het was niet dé oorzaak van de ellende.
In vergelijking met de veel ernstiger overstromingen eerder dit jaar in onder meer Pakistan, India en ander Aziatische landen, die gebieden groter dan Nederland blank zetten, een miljardenschade veroorzaakten en honderden mensen het leven kostten, waren de natte voeten in Brokopondo peanuts. Waarmee de situatie niet wordt gebagatelliseerd, maar het persoonlijke leed van de getroffen bewoners wordt in dat licht wel in het juiste perspectief gesteld.
Iedereen vraagt zich af hoe Santokhi zijn claim op het wereldtoneel onderbouwd heeft. Want zonder onderzoeksdocumenten die zijn beweringen staven, zal dat bij voorbaat een onmogelijke missie zijn geweest, die gedoemd was te mislukken. Want donoren willen eerst bewijzen zien voor ze ook maar in overweging willen nemen compensatie te verlenen.
Maar Santokhi was volgens zijn zeggen niet alleen in Egypte om geld bij elkaar te schrapen voor Brokopondo, ook voor de aanpak van klimaatverandering in het algemeen maakte hij zich hard. Hij herhaalde met veel van zijn collega’s uit andere (ook minder draagkrachtige) landen het pleidooi dat de rijke landen met de 100 miljard USdollar over de brug moeten komen die ze in het Parijs Akkoord van 2015 hadden beloofd. Een duizelingwekkend bedrag, waar Suriname ook wat van hoopt te krijgen. Maar de wereld laat die arme landen tot nu toe hopeloos in de steek.
Wat dat aangaat heeft Santokhi gelijk.Maar als je zelf met je handen in de zakken achterover blijft leunen en als land niets onderneemt om de vervuiling in je land effectief te bestrjden en je te wapenen tegen de klimaatverandering, dan heb je eigenlijk geen enkel recht om eisen te stellen.
Het ‘verbeter de wereld , begin bij jezelf’-principe is nog niet tot onze leiders doorgedrongen, terwijl toch al tientallen jaren bekend is dat het met het milieu de verkeerde kant opgaat. Maar zoals zo vaak heeft vanuit de overheid niemand het initiatief genomen om het zorgwekkende klimaatvraagstuk bij de horens te vatten en te bedenken hoe het Surinaamse milieu kan worden beschermd. Dus er is ook geen lange termijnbeleid voor opgesteld, terwijl dat echt zal moeten.
Het zijn vooral particuliere initiatieven die zichtbaar vruchten afwerpen. Het mangroveproject van Sieuwnath Naipal (Zie Foto)
is daar het meest in het oog springende voorbeeld van. Steun van de overheid krijgt het project nauwelijks, maar de regering loopt er wel opzichtig mee te koop en te pronken als er buitenlandse gasten zijn.
De regering zou het voortouw moeten nemen bij het promoten en stimuleren van milieuvriendelijke oplossingen in de samenleving, al dan niet in samenspraak met de private sector. En waarom liggen er bijvoorbeeld geen zonnepanelen op het dak van het Kabinet van de President, het presidentieel paleis en overheidsgebouwen? Dat vergt een investering maar verdient zich op de langere termijn dubbel en dwars terug. Dat moet als muziek in de oren klinken van ’s lands boekhouders. Bovendien worden de vervuilende dieselgeneratoren van de EBS aan de Saramaccastraat minder belast, wat minder uitstoot van CO2 zal betekenen. En niet in de laatste plaats gaat er een duidelijke boodschap vanuit de overheid in de richting de burgers dat we allemaal met minder vervuilende methoden in ons levensonderhoud moeten voorzien.
Behalve voor zonne-energie is Suriname ook een goede plek voor windenergie, al zijn de meningen daarover wel verdeeld. In ieder geval zijn vooral in het kustgebied voldoende plekken aan te wijzen voor kleinschalige windparken. Alle beetjes helpen wat dat betreft. Ook kunnen kleine waterkrachtcentrales worden gebouwd. Hoewel dat een stuk ingrijpender is dan wind- en zonne-energie.
Als het om het milieu gaat, kun je niet om de ongebreidelde houtkap heen. Volgens tal van deskundigen is daardoor het percentage van het land dat met bos is bedekt allang geen 93 procent meer, zoals al decennia stug wordt beweerd, maar inmiddels minder dan 90 procent. Dat is nog altijd veel, maar zolang er onvoldoende monitoring plaatvindt en afdoende controle door de overheid ontbreekt, kan het snel bergafwaarts gaan.
Maar het meest vervuilende in Suriname is de goudwinning. Gelukszoekers hebben al jaren vrij spel, kappen hele stukken ongerept bos kaal en vergiftigen de bodem en rivieren met grote hoeveelheden kwik. Opeenvolgende regeringen hebben tevergeefs beloofd de sector te ordenen. De eerste die daar serieus werk van maakte was trouwens Santokhi, die in 1996 in zijn toenmalige hoedanigheid van minister van Justitie en Politie met de operatie Clean Sweep onder meer de goudzoekers op de Brownsberg liet verdrijven. Maar onder druk van de machtige concessiehouders –onder wie huidig vicepresident Ronnie Brunswijk- liet hij het daarna versloffen en keerden de goudzoekers weer terug.
De uitbanning van kwik bij de goudwinning staat al decennia op de politieke agenda maar wordt niet doorgevoerd. Terwijl is gebleken dat in veel inheemse dorpen grote delen van de bevolking een veel te hoog kwikgehalte in hun bloed hebben, met alle gevolgen van dien. Maar de rapporten daarover zijn al lang geleden onderin de laden van het ministerie van Volksgezondheid beland.
Deze voorbeelden vormen slechts het topje van de ijsberg als het gaat om de enorme achterstand van Suriname op het gebied van klimaatverandering en milieubewustwording te beschrijven. Wat te denken van bijvoorbeeld de zes vervuilende volgauto’s waarmee Santokhi zich vrijwel dagelijks door stad en land begeeft. En het liefst stapt hij in een helikopter om snel van A naar B te komen. Dat geldt trouwens ook voor Brunswijk en soms voor wat ministers.
In het kader van het eerder aangehaalde ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’-principe, zou het wenselijk zijn als om te beginnen het aantal volgauto’s en helikopterreizen drastisch wordt verminderd. Het is een eerste aanzet waardoor Suriname bij COP-28 volgend jaar in Dubai misschien wat geloofwaardiger overkomt.
OPINIE
