HOE GELOOFWAARDIG IS ALBERT RAMDIN ?
Door: Armand Snijders
Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (Bibis) wordt steeds ongeloofwaardiger. Op heel veel momenten heeft hij de plank misgeslagen en Suriname in een negatief daglicht heeft gesteld. Desondanks heeft president Chandrikapersad Santokhi nog het volste vertrouwen in hem.
De recente, mislukte omkooppoging richting de NPS van president Chandrikapersad Santokhi, waarbij het staatshoofd de partij onder meer een ambassadeurschap beloofde in Zwitserland om ze binnen de coalitie te houden, heeft ontegenzeggelijk het failliet van het gevoerde buitenlandbeleid blootgelegd. Of vooral het ontbreken van een duidelijk beleid. Want werkelijk niemand wist dat we een vacature hadden voor een ambassadeurspost in het Alpenland. Suriname heeft daar immers niet eens een ambassade.
Minister Ramdin lijkt te doen waar zij zin in heeft en heeft gezegd (zonder daarover vooraf het parlement over te informeren) dat daar een ambassadeur komt. Maar in De Nationale Assemblee bestaat vooral uit ja-knikkers die de regering niet controleren, zoals hun taak is. En dus kan Ramdin het aangezicht van Suriname in de wereld blijven schaden, zoals hij enkele maanden geleden deed met de flop van een ambassade in het Israëlische Jeruzalem.
Het is een typische manier van handelen van deze minister: hij reist ergens heen zonder het doel van zijn trip vooraf te delen en pas achteraf horen we wat zijn bedoelingen zijn. Dat was vorig jaar met Marokko zo en dat was bij Israël niet anders. Tijdens een bezoek aan dat laatste land toverde hij gelijk een verrassing uit zijn hoge hoed dat er een Surinaamse ambassade in Jeruzalem zou worden opgezet. Dat is internationaal gezien een hele vreemde en ongebruikelijk stap omdat dit deels door Israël bezet gebied is.
Als Ramdin vooraf zijn huiswerk had gedaan, dan had hij kunnen weten dat Jeruzalem heel gevoelig ligt, zeker bij moslims maar ook bij de meeste landen in de wereld die geen partij in het conflict tussen de Palestijnen en Israël willen kiezen en vooral geen olie op het vuur willen gooien.
Hij haalde zelfs de woede op zijn hals van partijgenoot en Assembleelid Barkat Mohab-Ali, die fel van leer trok. Die kreeg een groot deel dan het parlement achter zich.
Ramdin hield desondanks voet bij stuk, ook al had hij zonder mandaat toezeggingen gedaan aan Israël en daarop vanuit grote delen van de wereld afkeurende reacties kwamen. Maar hij krabbelde niet echt terug: “De intentie is er wel. Het proces is ingezet”, zo motiveerde hij zijn plan. Hij schoof vervolgens de bal door naar Santokhi. Die probeerde, geschrokken van alle commotie, de boel te sussen. Indirect floot hij Ramdin terug.
De president stelde dat er voorlopig geen geld is voor het opzetten van een ambassade en dat dit zeker dit jaar niet zou gebeuren. Hij zei echter niet dat een ambassade in het omstreden Jeruzalem van de baan is, al was dat wel de conclusie van de Israëlische media. In de Surinaamse pers en zelfs in het parlement heeft hij deze gevoelige kwestie nooit meer aangehaald. Waarschijnlijk is het naar zijn tjokvolle doofpot verwezen, terwijl vooral Moslimlanden Suriname nu met wantrouwende argusogen volgen.
Dan ligt een ambassade in Marokko minder gevoelig. Maar daar wordt vooral het nut van in twijfel getrokken, zeker omdat er tegelijkertijd een consulaat in de havenplaats Dakhla wordt geopend. Ramdin zegt dat hiermee ‘invulling wordt gegeven aan de bilaterale samenwerking tussen de twee landen’ en dat investeringen worden bevorderd. Dat laatste is maar zeer de vraag; de handel tussen beide landen is marginaal in Suriname vraagt iedereen zich bovendien af hoe de overzeese posten betaald moeten worden, terwijl Suriname na 2,5 jaar regering-Santohki nog bijna niets van haar miljardenschulden heeft afgelost.
En nu schijnen er dus ook plannen te zijn voor een ambassadeur in Bern, Zwitserland. Wat dat het land moet opleveren, is een raadsel. Ramdin heeft daar ook niets over gezegd, dus de gedachte daarachter is één groot mysterie. Zoals heel veel bij hem een mysterie is, niet alleen wat diplomatieke vertegenwoordingen betreft.
De zeperds van New Surfin en HPSG waar hij zeer nadrukkelijk bij betrokken was, hebben Santokhi en de coalitie hem ook nooit kwalijk genomen, terwijl hij daarvoor wel te verantwoording geroepen had moeten worden. Datzelfde geldt voor de zeer tegenvallende resultaten van de World Expo in Dubai, waar tevens nog nooit een financieel kostenplaatje voor is gepresenteerd.
En zo zijn er nog tal van voorbeelden te noemen waaruit blijkt dat Ramdin op veel vlakken tekort schiet. In een ander land had hij al lang het veld moeten ruimen. Maar omdat Santokhi vrijwel niemand reshuffelt, hoe slecht iemand ook functioneert, mag hij nog blijven zitten. Sterker nog: Santokhi vertrouwt Ramdin zo, dat hij waarschijnlijk mee mag beslissen over de reshuffling (als die er ooit nog komt). Dus hij kan nog gerust 2,5 jaar doormodderen.
OPINIE
