OLIEPRIJZEN VERTONEN VOORLOPIGE STABILISATIE NA VERSCHUIVINGEN OP DE MARKT
De olieprijzen schommelden rond begin dit jaar rond 80 US-dollar per vat. Dit onder druk van de zwakke vraag veroorzaakt door slecht presterende wereldeconomieën, waarvan sommige afstevenen op een recessie.
Deze factor is genoeg om de vraag naar olie en de prijzen doen dalen. Maar China, de meest invloedrijke bepalende factor voor de wereldwijde vraag naar energie, is echter op weg naar economisch herstel na de recente versoepeling van de Covid-beperkingen. De verwachting is dat de Chinese economie zal opleven, en de vraag naar olie en de wereldprijzen daarmee zal opdrijven.
Het plafond van 60 US-dollar van ruwe olie dat door het Westen op Russische voorraden is geplaatst, zal volgens analysen een neerwaartse balancerende invloed hebben op de wereldwijde olieprijzen. Aan de aanbodzijde lijkt de wereld goed voorzien van olie, met multinationale energiebedrijven die de productie verhogen in gebieden waar de kosten per eenheid laag genoeg zijn om marktrisico’s te rechtvaardigen.
Dit gebeurt onder andere voor de kust van Guyana en Suriname, en in goedkope schalieproductiegebieden van de VS. Venezuela zou binnenkort ook meer olie op de markt kunnen brengen.
Van de Opec+-groep wordt verwacht dat de marktprijzen beschermd worden als die aanzienlijk onder de $80 dalen. Dit door de productiequota te verlagen.
De destabiliserende effecten van de oorlog in Oekraïne op de olievoorziening zijn verminderd, aangezien de toeleveringsketens aanzienlijk zijn hersteld. Door West-Europa geboycot Russische olie wordt al naar de oosterse markten (voornamelijk China en India) vervoerd en olie uit het Midden-Oosten en de VS naar Europa gaat.
Op basis van bovenstaande factoren is de inschatting dat de wereldprijzen tussen de 80 en 90 dollar zullen blijven, afhankelijk van het feit dat verschillende landen hun economische capaciteit geleidelijk weer opbouwen en er verder van uitgaan dat de oorlog in Oekraïne niet escaleert tot een regionale oorlog.
OILGUYANA’S
